Advertisement

From Inequality to Pluriformity Thinking about gender, work and organisations

  • Yvonne Benschop
  • Margo Brouns
  • Jeanne de Bruijn
Chapter
  • 47 Downloads

Abstract

Since the seventies, a steady flow of publications on gender, work and organisations has appeared in the Netherlands. The boundaries of the domain have been explored enthusiastically in the past 25 years. The result is a broad variety of issues studied: from sexual harassment to affirmative action and from paid labour and unpaid care to female entrepreneurs and feminine management. The asymmetries between the sexes have been substantially documented. The persistency of horizontal and vertical sex segregation, the wage gap that still amounts to 25 per cent and the fact that men spend more time on paid work and women on unpaid care illustrate the inequalities that still exist in labour positions (Hooghiemstra and Niphuis-Nell 1993).

Keywords

Labour Market Affirmative Action Organisation Study Rational Choice Theory European Economic Community 
These keywords were added by machine and not by the authors. This process is experimental and the keywords may be updated as the learning algorithm improves.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. Aalten, A., 1991. Zakenvrouwen. Over de grenzen van vrouwelijkheid in Nederlandsinds 1945 (Businesswomen. On the boundaries of femininity in the Netherlands since 1945), Amsterdam, Sara/Van Gennep.Google Scholar
  2. Acker, J., 1992. ‘Gendering organisational theory’, in: A.J. Mills and P. Tancred (eds.), Gendering organisational analysis Newbury Park, Sage, pp. 248–260.Google Scholar
  3. Bajema, C., 1988. De onvolledigheid van functiebeschrijvingen van vrouwenfuncties (The incompleteness of job descriptions of women’s jobs), Projectgroep Vrouwenarbeid, Groningen, RUG.Google Scholar
  4. Bekker, M., 1983. ‘Socialisatie’ (Socialisation), in: S. Poldervaart (ed.), Vrouwenstudies: een inleiding (Women’s studies: an introduction), Nijmegen, SUN.Google Scholar
  5. Benschop, Y., 1996. De mantel der gelijkheid. Gender in organisaties (Covered by equality. Gender in organisations). Assen, Van Gorcum.Google Scholar
  6. Benschop, Y. and H. Doorewaard, 1996. ‘Lood om oud ijzer. De gendersubtekst van Tayloristische en sociotechnische organisaties’ (Six of one and half a dozen of the other. The gender sub-text of Taylorisme and sociotechnical organisations) Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 12: 238–250.Google Scholar
  7. Bervoets, L. T. and Frielink, 1988. ‘Over kwalificatieverschillen tussen mannen en vrouwen’ (On differences in qualifications between men and women) Te Elfder Ure 41: 145–159.Google Scholar
  8. Bordo, S., 1994. ‘Feminism, postmodernism and gender skepticism’, in: A. Hermann and A.J. Stewart (eds.), Theorising feminism: parallel trends in the humanities and social sciences, Boulder, Westview Press, pp. 458–481.Google Scholar
  9. Braidotti, R., 1993. ‘Women’s studies at the University of Utrecht, an editorial introduction’, Women’s Studies International Forum 16: 311–324.CrossRefGoogle Scholar
  10. Brouns, M. and A. Schokker, 1990. Arbeidsvraagstukken en sekse (Questions about work and sex), STEO-trendrapport 2, Den Haag, STEO.Google Scholar
  11. Brouns, M. 1993. De homo economicus als winkeldochter. Theorieën over arbeid, macht en sekse (The ‘homo economicus’ remaining in store. Theories about work, power and sex), Amsterdam, SUA.Google Scholar
  12. Brouns, M., L. Halsema and J. De Bruijn (eds.), 1996. Waardering van werk. Opstellen over functiewaardering (Valuation of work. Essays about job evaluation), Amsterdam, VU Uitgeverij.Google Scholar
  13. Bruijn, J. de, 1991a. Omstreden kwaliteit: omtrent vrouwenarbeid en beleid (Disputed quality: about women’s work and policy), Oratie. Amsterdam, Vrije Universiteit.Google Scholar
  14. Bruijn, J. de, 1991b. ‘Functiewaardering en de beloning van vrouwenwerk’ (Job evaluation and the compensation of women’s work), Tijdschrift voor vrouwenstudies 45: 19–31.Google Scholar
  15. Burg, B.I. van der, 1992. Loopbaanverschillen tussen mannen en vrouwen binnen arbeidsorganisaties (Career differences between men and women in work organisations), Groningen, Wolters-Noordhoff.Google Scholar
  16. Bussemaker, J. and K. van Kersbergen, 1993. ‘Gender and welfare states: some theoretical reflections’, in: D. Sainsbury Gendering welfare states London, Sage, pp. 8–25.Google Scholar
  17. Calás, M.B. L. and Smircich, 1996. ‘From “The Woman’s” point of view: feminist approaches to organisation studies’, in: S. Clegg, C. Hardy and W. Nord (eds.), Handbook of organisation studies London, Sage, 218–257.Google Scholar
  18. Clason, C., 1977. Beroepsarbeid door gehuwde vrouwen: de betekenis van het verrichten van beroepsarbeid door gehuwde vrouwen in de rolverdeling tussen man en vrouw (Professional work by married women: the meaning of doing professional work by married women in the division of roles between man and woman), Groningen, Rijksuniversiteit Groningen.Google Scholar
  19. Collinson, D.L. and J. Hearn, 1996. Men as managers, managers as men. Critical perspectives on men, masculinities and managements, London, Sage.Google Scholar
  20. Cox, T., 1993. Cultural diversity in organisations. Theory, research and practice, San Francisco, Berrett Koehler.Google Scholar
  21. De Harde Kern, 1996. Wel feministisch, niet geëmancipeerd: feminisme als nieuwe uitdaging (Feminist, not emancipated: feminism as a new challenge) Amsterdam, Contact.Google Scholar
  22. Demenint, M.I. and C.E. Disselen, (eds.), 1992. Vrouwen, leiderschap en management (Women, leadership and management) Utrecht, Lemma.Google Scholar
  23. Doorne-Huiskes, A. van, 1979. Vrouwen en beroepsparticipatie. Een onderzoek onder gehuwde vrouwelijke academici (Women and professional participation. A study among married female academics), Utrecht, Rijksuniverseit Utrecht.Google Scholar
  24. Doome-Huiskes, A. van and R. Luijkx, 1987. ‘Beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen in een universitaire organisatie’ (Pay differences between men and women in an academic organisation), Mens en Maatschappij 62.Google Scholar
  25. Doorne-Huiskes, A. van, 1990. Positieve actie en culturele transformaties: over de lotgevallen van vrouwen in arbeidsorganisaties (Affirmative action and cultural transformations: on the experiences of women in work organisations), Wageningen, Landbouwuniversiteit.Google Scholar
  26. Fischer, A.H., 1996. ‘Hoe rationed zijn sekse-stereotiepe keuzes? Een reactie op Karin Sanders’: “De rational-choice-benadering voor het verklaren van sekseverschillen op de arbeidsmarkt’” (How rational are sex stereotypical choices? A reaction to Karin Sanders’: ‘The rational-choice approach to explain sex differences in the labour market’), Tijdschrift voor Vrouwenstudies 67: 296–304.Google Scholar
  27. Geest, L. van der, 1993. Hele taakgroepen en seksesegregatie (Team based work and sex segregation), Minisymposium Nieuwe Productieconcepten, nieuwe kansen voor vrouwen? (Seminar New production concepts, new chances for women?) Amsterdam, 30-9-1993.Google Scholar
  28. Gherardi, S., 1995. Gender, symbolism and organisational culture, London, Sage.Google Scholar
  29. Hagemann-White, C., 1989. ‘Geslacht en gedrag’ (Gender and behaviour), in: S. Sevenhuijsen (ed.), Socialisties-Feministiese Teksten, Baarn, Ambo. pp. 33–48.Google Scholar
  30. Halsema, L., 1996. ‘Wij zijn wijkagenten, geen wijkzusters’. Functiewaardering bij de politie (‘We are policemen, not care takers’. Job evaluation in the police force). Paper presented at the SISWO-conference ‘Van de hoed en de rand’.Google Scholar
  31. Harding, S., 1986. The science question in feminism, Ithaca and London, Cornell University Press.Google Scholar
  32. Hofstede, G., 1980. Cultures’s consequences: International differences in work-related values, Beverly Hills, CA, Sage.Google Scholar
  33. Hofstede, G., 1996. ‘De Nederlandse samenleving is extreem feminien’ (The Dutch society is extremely feminine), Elsevier 38.Google Scholar
  34. Hooghiemstra, B.T.J. and M. Niphuis-Nell, 1993. Sociale atlas van de vrouw, Deel 2 (Social map of the woman), Rijswijk, Sociaal Cultureel Planbureau.Google Scholar
  35. Hooghiemstra, E., 1995. ‘De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in Nederland’ (The labour market position of minority women in the Netherlands), Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 11: 129–142.Google Scholar
  36. Jong, A. de, 1985. Depositie van vrouwen bij een grote bank, onderzoek naar de achtergronden van het verschil in positie tussen mannen en vrouwen (The position of women in a big bank: studying the backgrounds of the differences in position between men and women), Rotterdam, Erasmus Universiteit.Google Scholar
  37. Jong, A. de and A. van Doorne-Huiskes, 1989. Stijl van leidinggeven van vrouwen en mannen (Leadership styles of women and men) Den Haag, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Google Scholar
  38. Joma, A. and E. Offers, 1994. Jonge vrouwen werken aan hun toekomst (Young women working on their future), Amsterdam, SUA.Google Scholar
  39. Kanter, R.M., 1977. Men and women of the corporation, New York, Basic Books.Google Scholar
  40. Kool-Smit, J., 1967. ‘Het onbehagen bij de vrouw’ (The concern of the woman), De Gids 130:9–10.Google Scholar
  41. Kossek, E.E. and S.A. Lobel (eds.), 1996. Managing Diversity, Human Resource Strategies for transforming the workplace Cambridge, Blackwell.Google Scholar
  42. Leijenaar, M., 1996. ‘Deelname van vrouwen aan politieke besluitvorming. Een onderzoek naar strategieën in Europa’ (Participation of women in political decision making. A study about strategies in Europe), Tijdschrift voor Vrouwenstudies 17(2): 144–159.Google Scholar
  43. Lindenberg, S., 1991. ‘Social approval, fertility and female labour market behaviour’, in: J. Siegers, J. de Jong-Gierveld and E. van Imhoff (eds.), Female labour market behaviour and fertility: a rational-choice approach, Berlin, Springer, pp. 32–58.CrossRefGoogle Scholar
  44. Martin, J. and P. Frost, 1996. ‘The organisational culture war games: a struggle for intellectual dominance’, in: S. Clegg, C. Hardy and W.R. Nord (eds.), Handbook of Organisation Studies, London, Sage, pp. 599–622.Google Scholar
  45. Nkomo, S.M. and T. Cox, 1996. ‘Diverse identities in organisations’, in: S. Clegg, C. Hardy and W.R. Nord (eds.), Handbook of Organisation Studies, London, Sage, pp. 338–356.Google Scholar
  46. Oakley, A., 1972. Sex, gender and society. London, Temple Smith.Google Scholar
  47. OECD, 1991. Shaping cultural change. The role of women, Paris, OECD.Google Scholar
  48. Oost, E. van, 1994. Nieuwefuncties, nieuwe verschillen, Genderprocessen in de constructie van de nieuwe automatiseringsfuncties 1955–1970 (New jobs, new differences. Gender processes in the construction of new automation jobs 1955-1970), Delft, Eburon.Google Scholar
  49. Ott, M., 1985. Assepoesters en kroonprinsen: een onderzoek naar de minderheidspositie van agentes en verplegers (Cinderella’s and crown princes: a study to the minority position of female police officers and male nurses), Amsterdam, SUA.Google Scholar
  50. Outshoorn, J., 1978. ‘Zo vader, zo zoon en van moeder op dochter’ (Like father, like son and from mother to daughter), in: Socialisties-Feministiese teksten 1, Amsterdam, Sara. pp. 67–96.Google Scholar
  51. Pessers, D., 1994. De weg van het hart (The way of the heart), Laren, Balans.Google Scholar
  52. Plantenga, J., 1993. Een afwijkend patroon, honderd jaar vrouwenarbeid in Nederland en (West) Duitsland (A different pattern: hundred years of women’s work in the Netherlands and (West) Germany), Amsterdam, SUA.Google Scholar
  53. Pott-Buter, H., 1993. Facts and fairytales about female labour, family and fertility, Amsterdam, Amsterdam University Press.Google Scholar
  54. Prasad, P., A. Mills, M. Elmes and A. Prasad (eds.), 1997. Managing the organisational melting pot, dilemmas of workplace diversity, London, Sage.Google Scholar
  55. Rojahn, K., 1996. Gender in the context of leadership, Amsterdam, University of Amsterdam.Google Scholar
  56. Sanders, K., 1991. Vrouwelijke pioniers. Vrouwen en mannen met een ‘mannelijke hogere beroepsopleiding aan het begin van hun loopbaan’ (Female pioneers. Women and men with a ‘male’ higher professional education at the start of their careers), Groningen, Thesis.Google Scholar
  57. Sanders, K., 1996. ‘The rational-choice-benadering voor het verklaren van sekseverschillen op de arbeidsmarkt: de operationalisering van de normatieve context’ (The rational-choice approach for the explanation of sex differences in the labour market: the operationalisation of the normative context), Tijdschrift voor Vrouwenstudies 67: 286–295.Google Scholar
  58. Schwarzer, A., 1976. Der Kleine Unterschied und seine grossen Folgen: Frauen über sich, Beginn einer Befreiung (The small difference with the big consequences), Frankfurt am Main, Fischer.Google Scholar
  59. Scott, J., 1986. ‘Gender: a useful category of historical analysis’, American Historical Review 1053-1075.Google Scholar
  60. Siegers, J.J., 1991. Interdisciplinaire economie (Interdisciplinary economics), Groningen, Wolters-Noordhoff.Google Scholar
  61. Smith, D.E., 1990. The conceptual practices of power, a feminist sociology of knowledge, Boston, Northeastern University Press.Google Scholar
  62. Tijdens, K., 1989. Automatisering en vrouwenarbeid (Automation and women’s work), Utrecht/Amsterdam, Jan van Arkel/Stichting Informaticacongressen.Google Scholar
  63. Turkenburg, M., 1995. Een baan & een kind; aspiraties en strategieën van laag opgeleide vrouwen (A job & a child; aspirations and strategies of lower educated women), Tilburg, Tilburg University Press.Google Scholar
  64. Turkenburg, M., 1996. ‘Flirten met een spierballentheorie. Reactie op Karin Sanders’: “Zin en onzin van de rational-choice-benadering; de operationalisering van de normatieve context”. (Flirting with a muscular theory. A reaction to Karin Sanders’:’ sense and nonsense of a rational-choice approach: the operationalisation of the normative context’), Tijdschrift voor Vrouwenstudies 67: 305–313.Google Scholar
  65. Vaas, F., 1996. Vrouwen in technische beroepen (Women in technical professions), Delft, Eburon.Google Scholar
  66. Veld-Langeveld, H., in’ t, 1969. Vrouw-beroep-maatschappij (Woman-profession-society), Utrecht, Bijleveld.Google Scholar
  67. Veldman, A. and R. Wittink, 1990. De kans van slagen, de invloed van culturen en regels op de loopbanen van vrouwen (The chance to succeed: the influence of cultures and rules on the careers of women), Leiden/Antwerpen, Stenfert Kroese.Google Scholar
  68. Wilson, F., 1996. ‘Research note: organisational theory: blind and deaf to gender?’. Organisation Studies 17: 825–842.CrossRefGoogle Scholar
  69. Women in Decision-making, 1993. European network of experts ‘Women in decision-making’, Brussels, European Council.Google Scholar

Copyright information

© Springer Science+Business Media Dordrecht 1998

Authors and Affiliations

  • Yvonne Benschop
    • 1
  • Margo Brouns
    • 2
  • Jeanne de Bruijn
    • 3
  1. 1.University of NijmegenNijmegenNetherlands
  2. 2.Groningen University, UCGGroningenNetherlands
  3. 3.Free University of AmsterdamAmsterdamThe Netherlands

Personalised recommendations