Advertisement

Research Into the Quality of Work

  • Peter Oeij
  • Ben Fruytier
  • Inge van den Broek
Chapter

Abstract

Given the immense quantity of research literature on the quality of work in the Netherlands, it is not possible to present a complete overview. Nonetheless, a good picture of the’ state of the art’ can be arrived at by focusing on the most important contributions in a particular area. We have therefore defined a clear-cut field of interest—the content of work—since this is the most fundamental element of the quality of work. This restriction implies that little attention is paid to industrial relations, the remuneration system (employment relationship), and the working environment (physical working conditions). We have further restricted ourselves to research that has been published in the years 1991–1996. For overviews of the preceding period, we refer to the work of other authors.1 Thirdly, we have focused on scientific articles in the two leading Dutch specialist journals, Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken (TVA, Journal for Labour Issues) and Gedrag en Organisatie (G&O, Behaviour and Organisation).

Keywords

Labour Market Collective Bargaining Industrial Relation Work Stress Social Affair 
These keywords were added by machine and not by the authors. This process is experimental and the keywords may be updated as the learning algorithm improves.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. Algera, J.A., 1991. ‘Het gebruik van arbeidsanalysemethoden voor verschillende Systemen van personeelsmanagement’ (The use of methods to analyse work for different systems of personnel management), in: J.A. Algera (ed.), Analyse van arbeid vanuit verschillende perspectieven (Analysing work from different perspectives), Amsterdam/Lisse: Swets & Zeitlinger, pp. 9–15.Google Scholar
  2. Benders, J. and F. Aertsen, 1993. ‘Aan de lijn of aan het lijntje: wordt slank produceren de mode?’ (Is lean production becoming popular?), TVA 9(3): 263–272.Google Scholar
  3. Berting, J., 1979. ‘Sociologisch onderzoek in Nederland’ (Sociological research in the Netherlands), in: L. Rademaker (ed.), Sociologie in Nederland (Sociology in the Netherlands), Deventer: Van Loghum Slaterus, pp. 61–97.Google Scholar
  4. Bloemhoff, A. and P.G.W. Smulders, 1991. ‘Kwaliteit van de arbeid van vrouwen en mannen: verschillen en trends in de periode 1977–1986’(Quality of work among men and women: differences and trends in the period 1977–1986), TVA 7(1): 4–17.Google Scholar
  5. Boonstra, J., 1994. ‘Heronrwerp, reengineering en ontwikkeling’ (Redesign, reengineering and development), G&O 7(6): 331–351.Google Scholar
  6. Boonstra, K.A., I.T. Bousema, A.J. Schoneveld and S. Siero, 1993. ‘Determinanten van arbeidsmotivatie, taakkenmerken, taakdoelen en gerichte beloning’ (Determinants of the motivation to work, taskcharacteristics, taskgoals and rewarding), G&O 6(3): 169–179.Google Scholar
  7. Bosch, G.J.T., P.M.M. Hulsinck, P.R.A. Oeij and M.A.C.M. van der Westeriaken, 1994. Toekomstige opleidingsbehoefte van het bedrijfsleven (The need for education of companies in the future), Tilburg: EIT/ETIN/IVA.Google Scholar
  8. Buunk, A.P., M. Peeters and K. Verhoeven, 1991. ‘Sociale interacties en stress bij politieagenten, een microanalytische benadering’ (Social interaction and stress by policemen, a microanalytic approach), G&O 4(3): 170–184.Google Scholar
  9. Christis, J., 1988. ‘Psychische arbeidsbelasting’ (Mental workload), G&O 1(4): 55–71.Google Scholar
  10. Dagevos, J., M. Vermeulen and P. Oeij, 1996. Tussen raakvlak en breukvlak. De aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt in Rotterdam (The relationship between the education system and the labour market in Rotterdam), Tilburg: IVA.Google Scholar
  11. Demarest, S., E. Henderickx and J. Bundervoet, 1994. ‘Personeelbeleid en werkbelasting in Belgische ziekenhuizen’ (Personnel policy and workload in Belgium hospitals), TVA 10(2): 156–164.Google Scholar
  12. Dhondt, S. et al., 1996. Innovatie en arbeid. Een onderzoek naar de synergie tussen kwaliteit van de arbeid en het innovatievermogen van bedrijven (Innovation and work. A research on the synergy between the quality of work and the capacity of enterprises to innovate), ’s-Gravenhage: VUGA.Google Scholar
  13. Dijck, J.J.J. van, J.A.P. van Hoof, A.L. Mok and W.F. de Nijs (eds.), 1980. Kwaliteit van de arbeid. Een sociologische verkenning (Quality of work. A sociological exploration), Leiden/Antwerpen: Stenfert Kroese.Google Scholar
  14. Emmerik, IJ.H. van, 1993. ‘Overeenkomsten en verschillen tussen de voorkeuren, werktevredenheid en commitment van mannen en vrouwen op verschillende functieniveaus in een dienstverlenende organisatie’ (Resemblances and differences in the aspirations, job satisfaction and commitment of men and women on varying levels of functions in a service organisation), G&O 6(5) 254–267.Google Scholar
  15. Faase, L., M. Ott and C.J Vos (eds.), 1995. Nieuwe breukvlakken in het arbeidsbestel? Balans van tien jaar veranderingen in Nederland en België (New changes in the societal system of work? The balance of a decade of change in the Netherlands and Belgium), Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  16. Faase, L., M. Ott and C.J. Vos (eds.), 1995a. ‘Breukvlakken in het arbeidsbestel. Terugblik en voorbeschouwing’ (New changes in the societal system of work. Looking back and ahead), in: Faase et al., pp. 11-27.Google Scholar
  17. Faase, L., M. Ott and C.J. Vos (eds.), 1995b. ‘De breukvlakken beoordeeld’ (The new changes evaluated), in: Faase et al., pp. 135-145.Google Scholar
  18. Fruytier, B., 1986. ‘Het einde van de humanisering? Kwaliteit van de arbeid in de jaren tachtig’ (The end of humanisation? Quality of work in the eighties), TVA 2(4): 50–58.Google Scholar
  19. Fruytier, B., 1994. Organisatieverandering en het probleem van de Baron van Münchhausen (Organisational change and the problem of the Baron of Münchhausen), diss. KUN, Delft: Eburon.Google Scholar
  20. Fruytier, B. and A. ter Huurne, 1983. Kwaliteit van de arbeid als meetprobleem. Een vergelijkende literatuurstudie, (The problem to measure quality of work. A comparative literature study), Tilburg: IVA.Google Scholar
  21. Furda, J., J. de Jonge, P. Le Blanc, T. Meijman, P. Scheurs and J. Scheenen, 1994. ‘Het demand-control-support model in relatie tot gezondheidsklachten en herstelklachten’ (The demand-control-support model related to complaints on health and recovery), G&O 7(2): 225–238.Google Scholar
  22. Furda, J. and T. Meijman, 1992. ‘Druk en dreiging, sturing of stress’ (Pressure and threat, control or stress), in: J.A.M. Winnubst and M.J. Schabracq (eds.), Handboek arbeid en gezondheid psychologie. Hoofdthema’ s (Handbook work and health psychology. Central themes), Utrecht: Lemma, pp. 127–144.Google Scholar
  23. Galan, C. de, M.R. van Gils and P.J. van Strien (eds.), 1983 [2]. Humanisering van de arbeid (Humanising labour), Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  24. Gier, H.G. de, 1993. ‘Kwaliteit van de arbeid tussen eenheidsmarkt en nationale economie: 1970–2000’ (Quality of work: 1970–2000), TVA 9(1): 28–39.Google Scholar
  25. Grunveld, J.E., 1993. ‘Ervaringen met de WEBA bij functieontwerp in de gezondheidszorg’ (Experiences with the WEBA method to design functions in health care), G&O 6(1): 1–9.Google Scholar
  26. Haasnoot, M., D. de Gilder and M. Schabracq, 1996. ‘Arbeidstevredenheid onder oudere werknemers’ (Job satisfaction amongst older workers), G&O 9(4): 225–239.Google Scholar
  27. Heming, B.H.J., 1992. Kwaliteit van arbeid, geautomatiseerd.… Een Studie naar kwaliteit van arbeid en de relatie tussen automatisering, arbeid en organisatie (Quality of work, automated…. A study in the quality of work and the relation to automation, work, and organisation), diss. TUD.Google Scholar
  28. Hoof, J.J. van, 1995. ‘Arbeidsbestel op een keerpunt. Tien jaar veranderingen in arbeidsorganisatie, arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen vanuit een lange-termijnperspectief (The societal system of work at a turning point. A decade of changes in work organisations, labour market and working relations from a long term perspective), in: Faase et al., pp. 28-47.Google Scholar
  29. Hooft, M.C.G. van (ed.), 1996. Synergetisch produceren inpraktijk. Toepassingen van structuurbouw in industrie en dienstverlening (Synergetic production in practice. Applying structural systems in industry and services), Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  30. Jans, E.J.G.M., A.P. Buunk, E.J. Doosje and H. van der Flier, 1991. ‘Beheersingsoriëntatie en sociale ondersteuning bij werkstress’ (Control attitude and social support by stress), G&O 5(1): 1–9.Google Scholar
  31. Janssen, P.M., B.P. Buunk and F.J.N. Nijhuis, 1994. ‘De invloed van sociale steun ten aanzien van relatieve deprivatie en stressreacties bij hoger opgeleide mannen. Een vergelijking tussen drie leeftijdsgroepen’ (The effect of social support on relatieve deprivation and stress reactions by high educated men. A comparison of three age cohorts), G&O 7(2): 71–87.Google Scholar
  32. Janssen, P.M., F.J.N. Nijhuis, M.C.W. Peeters and J. de Jonge, 1996. ‘Intrinsieke werkmotivatie, een heroriëntatie op het begrip en een verklaring vanuit de motivatie-en taakkenmerken benadering’ (Intrinsic motivation to work, a reorientation on the terminology and an explanation with the motivation-and task characteristics approach), G&O 9(5): 290–303Google Scholar
  33. Jetten, B. and G. van Kooten, November 1994, ‘Kwaliteit van de arbeid, Van theorie naar toetsing’ (Quality ef werk, From theory to testing), paper presented at the WESWA-conference, Enschede: SISWO/TU TwenteGoogle Scholar
  34. Jetten, B. and G. van Kooten, 1991, ‘Quality of work: from theory to test’ (Quality of work; from theory to test), in: G,B, van Hees, F, Huijgen, Th, van der Krogt and J.J, Schippers (eds,), Work from the lowlands: labour and organisation research, Amsterdam: SISWO, pp, 67–92.Google Scholar
  35. Jonge, J. de and J.A., Landeweerd, 1993, ‘Toetsing van de job demand-control benadering bij werknemers in de gezondheidszorg’ (Testing the job demand-control approach among workers in the health care sector), G&O 6(2): 78–91.Google Scholar
  36. Jonge, J. de, J.A. Landeweerd and G.J.P., van Breukelen, 1994, ‘De Maastrichtse Autenomielijst: achtergrond, constructie en validering’ (The Autonomy checklist from the University ef Maastricht: background, construction, and validation), G&O 7(1): 27–41Google Scholar
  37. Jenge, J. de, W.B. Schaufelt and J. Furda, 1995, ‘Werkkenmerken: psychologische arbeidsvitamines?’ (Working characteristics; psychological vitamines for work?), G&O 8(4): 231–448.Google Scholar
  38. Klaveren, M. van, 1994, Trends en keuzes in het onderzoek naar de kwaliteit van de arbeid (Trends and choices in the research on the quality of work), Amsterdam: SISWO.Google Scholar
  39. Klaveren, M. van and T., Tom, 1995, ‘All-round groepswerk: doen ef doen alsof?’ (All-round team work: do er act?), TVA 11(1); 21–43Google Scholar
  40. Kompier, M.A.J., 1996, ‘The best of both worlds’-. Arbeids-en organisatiepsychologie tussen theorie en praktijk (The best ef beth worlds’, Work and organisation psychology and organisation psychology between theory and practice), address KUN, Nijmegen: RUN.Google Scholar
  41. Kempier, M.A.J. and F.H.G. Mareelissen, 1990, Handbook werkstress (Handbook work stress), Amsterdam: NIAGoogle Scholar
  42. Kuiper, J.P., 1976. ‘Arbeid en inkomen, twee pliehten en twee rechten’ (Work and income, two obligations and two rights), Sociaat Maandblad Arbeid (Scial Monthly Review en Work) 3(9).Google Scholar
  43. Kuipers, H. and R. van Eybergen, 1994. ‘Expertise en anti-expertist in de seciotechniek’ (Expertise and anti-expertise in socio-technics), G&O 7(6); 316–330.Google Scholar
  44. Linden, Q. van der, 1992. ‘Toetsing van het Jeb Characteristics Model en de Job Diagonistic Survey als meetinstrument van de taakstructuur’ (Testing the Job Characteristics Model and the Jeb Diagonistic Survey as instruments to measure the structure of tasks), G&O 5(3): 184–202.Google Scholar
  45. Meijman, T. and W. Schaufeli, 1996, ‘Psychische vermoeidheid en arbeid. Ontwikkelingen in de A&O-psyehologie’ (Mental fatigue and work, Developments in work and organisation psychology), De Psycholoog (The Psychologist) 31(6); 236–441.Google Scholar
  46. Meijman, T.F., W.B. Schaufeli, F.J.H. van Dijk and H.J. van den Elzen, Fabruary 1995, Nwo-Prioriteit-programma psychische vermoeidheid in de arbeidssituatie (NOW-priority programme Mental fatigue in working situations), Den Haah: Now.Google Scholar
  47. Morée, M. and M. Vulto, 1995, ‘Zorgarbeid als zorgenkind? De kwaliteit van de arbeid in de gezinsverzorging’ (Caring about care work? The quality of work in family care work), TVA 11(1): 48–59.Google Scholar
  48. Muskens, M., 1997. ‘Heeft honger voorrang op de wet? (May hunger vilate the law?), in: K.-W. Merks (ed.), stropen, stelen, beunen… Over de grenzen van de wet (Illegal hunting, stealing, illegal production… trespassing the law’ borders), Aalsmeer: Dabar-Luyten, pp. 13–18.Google Scholar
  49. Nandran, S.S. and P.G. Klandermans, 1995. ‘Burnout onder vaknondskaderleden’ (Burnout amongst leading union members), G&O 8(2): 128–145.Google Scholar
  50. Nijhuis, F.J.N., 1995. De paradoxale gezondheidsbevordering (The paradoxal effects of work on health. From threstening health tot stimulating health), address RULi, Maastricht: RULi.Google Scholar
  51. Oeij, P., B. Fruytier and I. van den Broek 1998. ‘Quality of work: research in the Netherlands in the nineties’, paper for the 14th World Congress of Sociology, Montréal (Canada), July 26-August 1, International Sociological Association (ISA).Google Scholar
  52. Ouwerkerk, R.J. van, T.F. Meijman and G. Mulder, 1994. Arbeidspsychologische taakanalyse (Work psychological analysis of tasks), Utrecht: LemmaGoogle Scholar
  53. Peeters, M., 1992. ‘Nieuwe produktieconcepten in de confectie indistrie. De wankele schreden van een traditionele bedrijfstal op weg naar integrale vernieuwing’ (New concepts for production in the textile industry. From traditionalism towards integral renewal), TVA 8(2): 130–143.Google Scholar
  54. Roe, R.A., R. Schalk and F. Zijlstra, 1995. ‘Veranderingen in arbeid. Consequenties voor organization psychology), G & O 8(4): 209–220.Google Scholar
  55. Rozemond, P., M. Peeters and V. Vrooland, 1996. Gezonde arbeid, gezonde organisatie. WEBA in de praktijk, effecten op kwaliteit van arbeid en organisatie in twintig ondernemingen (Healthy work, healthy organization. WEBA method in practice, and effects on the quatity of work and orvanisation in twenty enterprises), Amsterdam: NIA.Google Scholar
  56. Ruysseveldt, J., 1990. ‘Kwaliteit van de arbeid’ (Quality of wodk), in: J. van Ruysseveldt and J. von Grumbkow, pp. 1-19.Google Scholar
  57. Ruysseveldt, J. van and J. von Grumbkow, (eds.), 1990. Kwaliteit van de arbeid. Hedendaagse stromingen (Quality of work. Current mainstreams), Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  58. Schabracq, M.J. and J.A.M. Winnubst (ed.), 1993. Handbook arbeid en gezondheid psychologie. Toepassingen (Handbook work and organization psychology. Applications), Utrecht: Lemma.Google Scholar
  59. Schaufeli, W. 1995. Burnour: dwaallicht of lichtpunt? (Burnout), address UU. Utrecht: UU.Google Scholar
  60. Schaufeli, W.B., R.J.J.M. van den Eijnden and H.M.G. Brouwers, 1994. ‘Stress en burnout bij penitentiaire inrichtingwerkers. De rol van sociaal-cognitieve factoren’ (Stress and burnout by penitentiary institution workers. The effects of social cognitive factors), G&O 7(2): 216–224.Google Scholar
  61. Schmid, G., June 1997. ‘“Jobwunder” Niederlande. Eine moderne Arbeitsmarkt-und Beschäftigungspolitik’ (“Jobwunder” Niederlande. Eine moderne Arbeitsmarkt-und Beschäftigungspolitik, WZB-Mitteilungen 76: 3–6.Google Scholar
  62. Scholten, A., CJ. van Oel, D. Oort-Marburger, S.H. Schmidt and T.F. Meijman, 1994. ‘Welbevinden in de arbeid en verandering van baan na revalidatie’ (Well-being at work and job change after revalidation), G&O 7(2): 90–100.Google Scholar
  63. Sitter, L.U. de, 1981. Op weg naar nieuwe fabrieken en kantoren (Towards new factories and offices), Deventer: Kluwer.Google Scholar
  64. Sitter, L.U. de, w.t.c.o. J.L.G. Naber and F.O. Verschuur, 1994. Synergetisch produceren. Human resources mobilisation in de produktie: een inleiding in structuurbouw (Synergetic production. Human resources mobilisation in production: an introduction in designing structure), Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  65. Smit-Voskuil, O.F., 1993. ‘Het meten van welzijn in het kader van de Arbo-wet ‘(Measuring well-being in the framework of the act on working conditions), G&O 6(3): 121–133.Google Scholar
  66. Steijn, B. and M. de Witte, 1992. De januskop van de industriële samenleving. Technologie, arbeid, en klassen aan het begin van de jaren negentig (The two faces of industrial society. Technology, work, and class at the beginning of the nineties), diss. EUR, Alphen a/d Rijn: Samson.Google Scholar
  67. Steijn, B. and M. de Witte, 1993. ‘De interne-differentiatie-hypothese. De invloed van automatisering op complexiteit, autonomie en arbeidsbeleving’ (The internal-differentiation-hypothesis. The effect of automation on complexity, autonomy and job satisfaction), TVA 9(3): 253–272.Google Scholar
  68. Steijn, B. and M. de Witte, 1996. ‘Chaotische patronen in de regradatie van arbeid. Een toetsing van de interne-differentiatie-hypothese’ (Chaotic patterns in the regradation of work. Testing the internal-differentiation-hypothesis), TVA 12(2): 108–123.Google Scholar
  69. Tijdens, K. and N. Goedhard, 1996. ‘Kwaliteit van de arbeid en rol van de vakbond in de schoonmaaksector’ (Quality of work and the role of unions in the clean-up sector), TVA 12(1): 31–42.Google Scholar
  70. Vaas, S., 1995. ‘Nieuwe produktieconcepten. Nieuwe vormen en gedachten over arbeid?’ (New concepts for production. New forms and thoughts about work?), in: Faase et al, pp. 128-134.Google Scholar
  71. Vaas, S. et al., 1995. WEBA-methode. Deel 1 WEBA-analyse hcmdleiding, Deel 2 Herontwerp, Deel 3 De aanpak van verbetering van organisatie en arbeid, Deel 4 Werksoorten (WEBA-method. Part 1 WEBA-analysis handbook, Part 2 Redesign, Part 3 Approach to improve organisation and work, Deel 4 Types of work), Alphen a/d Rijn / Zaventem: Samson.Google Scholar
  72. Vlerick, P. and D. Goeminne, 1994. ‘Onderzoek naar de gevolgen van verpleegkundige functie-ontwerpen op de arbeidsbeleving’ (Research into the effects of the design of nursing functions on job satisfaction), G&O 7(2): 101–113.Google Scholar
  73. Vogelaar, A.L.W., E.H.M. Eurelings-Bontekoe and I.F. van de Velde, 1991. ‘Persoonlijkheidsstructuur en gevoeligheid voor werkstress, suggesties ter aanvulling van het Michiganmodel ‘(Personality structure and sensitivity for work stress, proposals in addition to the Michigan model), G&O 4(2): 100–112.Google Scholar
  74. Vogelaar, A.L.W. and R. van der Vlist, 1995. ‘Het Job Characteristics Model en taakontwerp’ (Job Characteristics Model and task design), G&O 8(2): 65–87.Google Scholar
  75. Vuuren, V. van, 1991. ‘Bouwen aan kwaliteit van de arbeid in de bouw. Een onderzoek naar de gevolgen voor het welzijn en de gezondheid van de werknemers in de bouwnijverheid’ (Building on the quality of work in the construction sector. An investigation into the effects on the well-being and health on workers in the construction sector), TVA 7(2): 44–51.Google Scholar
  76. Warmerdam, J., 1992. ‘Flexibilisering binnen grenzen. Een onderzoek naar organisatie-en kwalificatieprocessen in een drietal grote ondernemingen in de voedingsmiddelen-industrie, het verzekeringswezen en het omroepbedrijf’ (Limited flexibilisation. A research into the organisational and qualification process in three large enterprises in the food industry, insurances and the broadcasting sector), TVA 8(3): 213–225.Google Scholar
  77. Warmerdam, J., 1994. ‘Technologische vernieuwing en scholing in de autobranche’ (Technological renewal and education in the automobile industry), TVA 10(4): 292–305.Google Scholar
  78. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Scientific Council for Government Policy), 1981. Vemieuwingen in het arbeidsbestel (Innovations in the labour relations system), ’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij.Google Scholar
  79. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Scientific Council for Government Policy), 1982. Kwaliteit van de arbeid. Preadviezen bij het rapport Vemieuwingen in het arbeidsbestel (Quality of work. Pre-advices to the report Innovations in the labour relations system), ’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij.Google Scholar
  80. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Scientific Council for Government Policy), 1990. Een werkend perspectief. Arbeidsparticipatie in de jaren’ 90 (A working perspective. Participation in the work process in the 90’s), ’s-Gravenhage: SDU.Google Scholar
  81. Winter, C.R. de, 1992. ‘Arbeidsongeschiktheid: voorspellen en voorkómen’ (Disability to work: predicting and preventing), TVA 8(3): 196–201.Google Scholar
  82. Yperen, N.W. van, 1996. ‘Burnout en werkrelaties in de verpleegkunde, de rol van een hulpverleningsoriëntatie’ (Burnout and working relations in nursing, the function of a help oriented attitude), G&O 9(2): 100–114.Google Scholar
  83. Zijlstra, F.R.H., M.J.D. Schalk and R.A. Roe, 1996. ‘Veranderingen in de arbeid. Consequenties voor werkenden’ (Changes in work. Effects on working people), TVA 12(3): 251–263.Google Scholar

Copyright information

© Springer Science+Business Media Dordrecht 1998

Authors and Affiliations

  • Peter Oeij
    • 1
  • Ben Fruytier
    • 1
  • Inge van den Broek
    • 1
  1. 1.Institute for Social ResearchTilburg University, IVATilburgNetherlands

Personalised recommendations