The Netherlands: Statutory Balancing and a Choice of Remedies

Chapter
Part of the Ius Gentium: Comparative Perspectives on Law and Justice book series (IUSGENT, volume 20)

Abstract

The search for the truth has always dominated Dutch Criminal Procedure, as it has most continental European criminal justice systems. The Dutch Code of Criminal Procedure, however, contains a provision that allows for exclusion of illegally gathered evidence, whether in violation of statutory rules or constitutional commands, after the judge engages in balancing various interests laid out in the statute. The Dutch provision says that, if a violation cannot be “remedied”, a concept often applied to certain “nullities” which can be “purged” or remedied, then the judge, taking into account the importance of the interest the rule protected, the seriousness of the violation, and the harm it caused to the rights of the defendant. If the judge finds a remedy is merited, he or she has several options. The most severe is to dismiss the entire criminal action, a remedy that is also available theoretically for the most serious “nullities”. The second option would be to prevent use of the evidence at trial, and the third, would be to reduce the defendant’s punishment due to the violation, but allow the evidence to be used at trial. This chapter thoroughly explores how the statutory provision is applied in different kinds of cases involving violations of the right to privacy and the right to silence and other rules relating to interrogations.

Keywords

Causal Connection Criminal Proceeding Public Prosecution Criminal Procedure Procedural Rule 
These keywords were added by machine and not by the authors. This process is experimental and the keywords may be updated as the learning algorithm improves.

Bibliography

  1. Borgers, M.J. 2009. Een nieuwe dageraad voor de raadsman bij het politieverhoor? Dutch Law Reports 88–93.Google Scholar
  2. Braanker, M.B. 2009. Risicomanagement of Russische Roulette aan de Nederlandse verhoortafel? Strafblad 276–282.Google Scholar
  3. Corstens, G.J.M., and M.J. Borgers. 2011. Het Nederlands strafprocesrecht. Deventer: Kluwer.Google Scholar
  4. de Wilde, B. 2008. Bewijsminimumregels als waarborgen voor de waarheidsvinding in strafzaken? In De waarde vaan Waarheid: Opstellen over waarheid en waarheidsvinding en het strafrecht, ed. J.H. Crijns, P.P.J. van der Meij, and J.M. ten Voorde, 269–294. The Hague: Boom Juridische uitgevers.Google Scholar
  5. Dubelaar, M.J. 2009. Betrouwbaarheid versus rechtmatigheid in strafzaken. Rechtsgeleerd Magazijn Themis 3: 93–105.Google Scholar
  6. Duker, M.J.A., and L. Stevens. 2009. Het politiële verdachtenverhoor: meer aandacht gewenst voor de totstandkoming van een betrouwbare verdachtenverklaring. Nijmegen: Wolf Legal Publishers.Google Scholar
  7. Embregts, M.C.D. 2003. Uitsluitsel over bewijsuitsluiting. Deventer: Kluwer.Google Scholar
  8. Embregts, M.C.D. 2010. Notes on Section 359a. In Het Wetboek van Strafvordering, ed. A.L. Melai, M.S. Groenhuijsen, et al. Deventer: Kluwer (loose-leaf), notes 5.10 to 10.11 to sec. 359a.Google Scholar
  9. Gerritsen, K. 2000. (On)duidelijkheden.rondom ongeoorloofde pressie in het verdachtenverhoor. Verdacht mistig, Ars Aqui 228–238.Google Scholar
  10. Groenhuijsen, M.S., and G. Knigge. 1999. Algemeen Deel. In Het onderzoek ter zitting. Eerste interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 2001, ed. M.S. Groenhuijsen and G. Knigge, 1–55. Groningen: Rijksuniversiteit.Google Scholar
  11. Jörg, N. 2010. Notes on section 29. In Het Wetboek van Strafvordering, ed. A.L. Melai, M.S. Groenhuijsen, et al. Deventer: Kluwer (loose-leaf). note 16 to § 29.Google Scholar
  12. Kuijper, R. 2009. Strafvermindering als reactie op vormverzuimen. In WelBeraden, ed. M.J.A. Duker et al., 35–59. Nijmegen: WLP.Google Scholar
  13. Lensing, J.A.W. 1988. Het verhoor van de verdachte en strafzakken: een rechtsvergeleijkende studie. Arnhem: Gouda Quint.Google Scholar
  14. Lindenberg, K. 2002. Van Ort tot ORO. Een verzameling van de werken die hebben geleid tot het Oorspronkelijk Regeringsontwerp van een nieuw Wetboek van Strafvordering (1914), 436–437. Groningen: University of Groningen.Google Scholar
  15. Nijboer, J.F. 2008. Strafrechtelijk bewijsrecht. Nijmegen: Ars Aequi Libri.Google Scholar
  16. Prakken, E., and T. Spronken. 2001. Grondslagen van het recht op verdediging. In Legitieme strafvordering Rechten van de mens als inspiratie in de 21ste eeuw, ed. C.H. Brants, P.A.M. Mevis, and E. Prakken, 57–63. Antwerp/Groningen: Intersentia Rechtswetenschappen.Google Scholar
  17. Spronken, T. 2001. Verdediging. Deventer: Gouda Quint.Google Scholar
  18. Spronken, T. 2009. Ja, de zon komt op voor de raadsman bij het politieverhoor!. Dutch Law Reports 94–100.Google Scholar
  19. Stevens, L. 2005. Het nemo-teneturbeginsel: van zwijgrecht tot containerbegrip (diss. Tilburg), Nijmegen: Wolf Legal Publishers.Google Scholar
  20. Van Woensel, A.M. 2004. Sanctionering van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal. Delikt & Delinkwent 119–171.Google Scholar

Copyright information

© Springer Science+Business Media Dordrecht. 2013

Authors and Affiliations

  1. 1.Faculty of LawVU University AmsterdamAmsterdamThe Netherlands

Personalised recommendations