Advertisement

Nutrient Management of Soil Grown Crops

  • Cees Sonneveld
  • Wim Voogt
Chapter
  • 3.2k Downloads

Abstract

The management of the fertilization of soil grown crops in greenhouses can be distinguished in the addition of fertilizers before cultivation, the base dressing and those added during the cultivations period of the crops, the top dressing. The growing period of the crops in greenhouse production varies strongly. Some vegetable crops like radish and lettuce have a growing period between 4 and 15 weeks mainly dependent on the growing season, whereby different crops can be grown successively in one year. Other vegetable crops like tomato, sweet pepper and cucumber can be grown year round in moderate climatic conditions, while in relatively hot climates, like the Mediterranean area, such crops can be grown for about 8 months, because of the high temperatures in the greenhouses in summer. The length of the growing period of most flower crops shows at least the same variation as those for vegetable in view of the great diversity of these crops grown in greenhouses. For some flower crops the growing period can cover several years, like roses. It will be clear that drastic changes in the soil, like the application of soil improvers, adjustment of the pH, base dressings, flooding and soil tillage only can be carried out between cropping periods in the greenhouse. Some handlings need to be carried out simultaneously, like the addition of less soluble fertilizers as base dressing and the soil tillage. Such fertilizers must be intensively mixed throughout the soil.

Keywords

Soil Solution Root Zone Drainage Water Drip Irrigation Clayey Soil 
These keywords were added by machine and not by the authors. This process is experimental and the keywords may be updated as the learning algorithm improves.

References

  1. Cuijpers W J M Voogt W and Koopmans C J 2005. Balancing crop requirements and fertilization strategy in organic greenhouse cultivation of sweet pepper. In: Research Sustainable production Systems. Proc. First Scientic Conference ISOFAR 2005, Adelaide Australia, 513–516.Google Scholar
  2. De Vries O and Dechering F J A 1960. Grondonderzoek. Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek Mariendaal-Oosterbeek. Ceres, Meppel.Google Scholar
  3. Doll E C and Lucas R E 1973. Testing soils for potassium, calcium, and magnesium p 133–151. In: Walsh L M and Beaton J D (eds) Soil Testing and Plant Analysis. Soil Sci. Soc Amer. Madison, USA.Google Scholar
  4. Egnér H Riehm H and Domingo W R 1960. Untersuchungen über die chemische Bodenanalysen als grundlage für die beurteilung des Nährstoffzustandes der Böden. II Chemische Extractionsmethoden zur Phosphor- und Kalibestimmung. K. Landbr. Högsk. Annlr. 26, 199–215.Google Scholar
  5. Heinen M 2006. Simplified denitrification models: overview and properties. Geoderma 133(3–4) 444–463.CrossRefGoogle Scholar
  6. Indiati R and Singh B R 2001. Phosphorus extractability of heavily fertilized soils from Norway. Comm. Soil Sci. Plant Anal. 32, 1629–1641.CrossRefGoogle Scholar
  7. LAC werkgroep 1991. LAC – signaalwaarden. Ministerie Landbouw, Natuurbeheer en visserij’s-Gravenhage, 42pp.Google Scholar
  8. Mmolawa K and Or D 2000. Root zone solute dynamics under drip irrigation: A review. Plant Soil 222, 163–190.CrossRefGoogle Scholar
  9. Neeteson J J and Wadman W P 1987. Assessmant of economically optimum application rates of fertilizer N on the basis of response curves. Fertilizer Res. 12, 37–52.CrossRefGoogle Scholar
  10. Neeteson J J and Zwetsloot H J C 1989. An analysis of the response of sugar beet and potatoes to fertilizer ÿitrogen and soil mineral nitrogen. Neth. J. Agric. Sci. 37, 129–141.Google Scholar
  11. Postma, 1996. Stikstofverlizen door denitrificatie op praktijkbedrijven met jaarrondchrysant. NMI, rapport c 96.11 juli 1996, 44pp.Google Scholar
  12. Roorda van Eysinga J P N L 1961. Beoordeling van de fosfaattoestand van diluviale zandgrond voor de teelt van kropsla. Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen, Centrum Landbouwpublicaties en Landbouwdocumentaties, Wageningen, 67.6, 26pp.Google Scholar
  13. Roorda van Eysinga J P N L 1963. Vergelijking van K-water en K-HCl in bijmestmonsters van kassen. Instituut voor Bodemvruchtbaarheid Groningen, Rapport 20, 6pp.Google Scholar
  14. Roorda van Eysinga J P N L 1966. Cultuurtechniek en bemesting, tuinbouwkundig bezien. Cultuurtechnisch Tijdschrift 5, 185–188.Google Scholar
  15. Roorda van Eysinga J P N L 1966a. Mineral fertilization, yield and quality of vegetables. Proceedings of the 8th International Potash Congress, Brussels. International Potash Institute, Bern. 217–233.Google Scholar
  16. Roorda van Eysinga J P N L 1966b. Bemesting van tomaten met kali. Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen 677. Centrum Landbouwpublicaties en Landbouwdocumentaties, Wageningen, 37pp.Google Scholar
  17. Roorda van Eysinga J P N L 1966c. Bemesting van Kropsla onder glas met bloedmeel en kalkammonsalpeter. Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen 681. Centrum Landbouwpublicaties en Landbouwdocumentaties, Wageningen, 18pp.Google Scholar
  18. Roorda van Eysinga J P N L 1971. Determination of the phosphate status of soils in the Naaldwijk area for growing lettuce in glasshouses. Agricultural Research Reports 753. Centre Agric. Publish. Doc. Wageningen, 25pp.Google Scholar
  19. Roorda van Eysinga J P N L 1971a. Fertilization of tomatoes with nitrogen. Centre Agric. Publishing Doc., Wageningen, 17pp.Google Scholar
  20. Roorda van Eysinga J P N L 1971b. Fertilisation of tomatoes with phosphate. Agricultural Research Reports 755. Centre Agric. Publish. Doc. Wageningen, 10pp.Google Scholar
  21. Roorda van Eysinga J P N L 1972. Fertilization of glasshouse food crops with nitrogen, phosphorus and potassium. Colloquium Proceedings No 2. Potassium Institute Ltd Bern, 1–9.Google Scholar
  22. Roorda van Eysinga J P N L and Mostert M 1972. De bemesting, in het bijzonder die met stikstof, van koolrabi onder glas. Bedrijfsontwikkeling 3, 391–393.Google Scholar
  23. Schäfer P and Siebold M 1972. Influence of increasing potash application rates on yield and quality of the spring wheat “Kolibri”. Results from a potash fixing location. Bayer. Landw. Jahrb. 49, 29–39.Google Scholar
  24. Sissingh H A 1969. Die Lösung der Bodenphosphorsäureng bei waszriger Extraktion in Verbindung mit der Entwicklung einer neuen P-Wasser-Methode. Langw. Forsch. 23 Sonderheft 2, 110–120.Google Scholar
  25. Smilde K W 1976. Toxische gehalyen aan zware metalen (Zn, Cu, Cr, Ni, en Cd) in grond en gewas. Instituut voor Bodemvruchtbaarheid, Nota 25, 36pp.Google Scholar
  26. Smilde K W Van Luit B and Van Driel W 1992. The extraction by soil and absorption by plants of applied zinc and cadmium. Plant Soil 143, 233–238.CrossRefGoogle Scholar
  27. Sonneveld, 1966. Onderzoek naar het verloop van grondanalysecijfers (1964–1965). Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas te Naaldwijk. Intern verslag 1966, 8pp.Google Scholar
  28. Sonneveld, 1967. Onderzoek naar het verloop van grondanalysecijfers (1965–1966). Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas te Naaldwijk. Intern verslag 1967, 7pp.Google Scholar
  29. Sonneveld, 1969. Onderzoek naar het verloop van grondanalysecijfers (1966–1967). Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas te Naaldwijk. Intern verslag 1969, 10pp.Google Scholar
  30. Sonneveld C 1969a. De invloed van het stomen op de stikstofhuishouding van de grond. Tuinbouwmededelingen 32, 197–203.Google Scholar
  31. Sonneveld C 1969b. Magnesiumgebrek bij tomaat. Praktijkonderzoek 1962. Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas te Naaldwijk. Intern verslag 1966, 10pp.Google Scholar
  32. Sonneveld C and Van den Ende J 1971. Soil analysis by means of a 1:2 volume extract. Plant Soil 35, 505–516.CrossRefGoogle Scholar
  33. Sonneveld C and Van Beusekom J 1974. Het doorspoelen van een lichte zavelgrond. Proefstation voor Groenten- en Fruitteelt onder Glas Naaldwijk. Intern verslag 1974, 677, 10pp.Google Scholar
  34. Sonneveld C and De Bes S S 1984. Micro nutrient uptake of glasshouse cucumbers grown on rockwool. Comm. Soil Sci. Plant Anal. 15, 519–535.CrossRefGoogle Scholar
  35. Sonneveld C and Voogt W 1986. Grondonderzoek op basis van waterige extractie. Deel 1: methoden en resultaten. Proefstation voor Tuinbouw onder Glas Naaldwijk. Intern verslag 1986, 13, 36pp.Google Scholar
  36. Sonneveld C Van den Ende J and De Bes S 1990. Estimating the chemical composition of soil solutions by obtaining saturation extracts or specific 1:2 by volume extracts. Plant Soil 122, 169–175.CrossRefGoogle Scholar
  37. Sonneveld C and Voogt W 1991. Effects of Ca-stress on blossom-end rot and Mg-deficiency in rockwool grown tomato. Acta Hort. 294, 81–88.Google Scholar
  38. Sonneveld C 1993. Verschillen bij de bemesting van grond en substraat. In: Plantevoeding in de Glastuinbouw. Proefstation voor Tuinbouw onder Glas te Naaldwijk, Informatiereeks no 87, 34–39.Google Scholar
  39. Sonneveld C 1997. Mineralenopname bij teelten onder glas. Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente, Naaldwijk. Intern verslag 81, 35pp.Google Scholar
  40. Sonneveld C and Voogt W 2001. Chemical analysis in substrate systems and hydroponics – use and interpretation. Acta Hort. 548, 247–259.Google Scholar
  41. Sonneveld C Van den Bos A L and Voogt W 2004, Modelling osmotic salinity effects on yield characteristics of substrate grown greenhouse crops. J. Plant Nutr. 27, 1931–1951.CrossRefGoogle Scholar
  42. Spithost L S 1965. Stikstofanalyse en stikstofbemesting van een zandgrond voor de teelt van tomaten. Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen. Pudoc Wageningen 671, 23pp.Google Scholar
  43. Van den Bos A 1993. Betekenis analysecijfers in kasgrond. In: Plantevoeding in de Glastuinbouw. Proefstation voor Tuinbouw onder Glas te Naaldwijk, Informatiereeks no 87, 89–95.Google Scholar
  44. Van den Bos A L 1999. EC-niveau bij de teelt van Eustoma in kasgrond. Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente Naaldwijk, The Netherlands, 41pp.Google Scholar
  45. Van den Bos A L De Kreij C and Voogt W 1999. Bemestingsadviesbasis grond. Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente, Naaldwijk, Brochure PPO.171, 54pp.Google Scholar
  46. Van den Bos A 2001. Minimalisatie Fosfaatbemesting – Onderzoek met botersla op Proeftuin Westmaas. Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente, Naaldwijk. Intern Rapport 235, 19pp.Google Scholar
  47. Van den Bos A L 2004. Minimalisatie van fosfaatbemesting – Onderzoek met radijs op een praktijkbedrijf. Praktijkonderzoek Plant en Omgeving Wageningen UR. Rapport 32pp.Google Scholar
  48. Van den Bos A L 2004a. Minimalisatie van fosfaatbemesting – Onderzoek met chrysanten op twee praktijkbedrijven. Praktijkonderzoek Plant en Omgeving Wageningen UR. Rapport 36pp.Google Scholar
  49. Van der Paauw F 1969. Entwicklung und Verwertung einer nuen Wasserextraktionsmethode für die Bestimmung der pflanzenaufnehmbaren Phosphorsäure. Landw. Forsch. 23 Sonderheft 2, 102–109.Google Scholar
  50. Van Gurp, H A J M 1998. Minimalisatie van fosfaatbemesting bij botersla 1992–1998. Proeftuin Zuid-Nederland, Rapport I-24, 32pp.Google Scholar
  51. Verhoef K and Weber L 1965. Botrytis in tomaten. Proefstation voor de Groente en Fruitteelt onder Glas te Naaldwijk, The Netherlands. Jaarverslag 1965, 143–144.Google Scholar
  52. Voogt W 1999. Water and mineral balances of organically grown vegetables under glass. Acte Hort. 506, 51–57.Google Scholar
  53. Voogt W Kipp J A De Graaf R and Spaans L 2000. A fertigation model for glasshouse crops grown in soil. Acta Hort. 537, 495–502.Google Scholar
  54. Voogt W De Graaf R Van der Burg A A M De Graaf R Van Oosten R 2000a. Water-, stikstof- en natriumbalans bij teelten in kasgrond. Intern Rapport Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente Naaldwijk The Netherlands, 40pp.Google Scholar
  55. Voogt W 2001. Improving the N efficiency in soil grown glasshouse crops, by using the fertigation model. Proc. 2001 Dahlia Greidinger Symposium, Intern. Fert. Soc. Lisbon, 59–62.Google Scholar
  56. Voogt W Assinck F Balendonck J Blom-Zandstra G Heinen M and De Zwart F H 2002. Minimalisering van de uitspoeling bij teelten in kasgrond. Praktijkonderzoek Plant & omgeving, sector glastuinbouw, Naaldwijk, The Netherlands, Rapport 543, 34pp.Google Scholar
  57. Voogt W 2003. Nutrient management in soil and soil-less culture in The Netherlands: towards environmental goals. Proc. 529 Dahlia Greidinger Symposium Izmir Turkey, 2003. The Intern. Fertiliser Soc., 1–27.Google Scholar
  58. Voogt W Steinbuch F and Van Winkel A (2006). Evaluation of the “fertigation model”, a decision support system for water and nutrient supply for soil grown greenhouse crops. Acta Hort.718, 531–538.Google Scholar
  59. Voogt W Sterk F and Vermeulen T 2008. Teelt in kasgrond; Nederland anno 2007. Rapport Wageningen UR glastuinbouw, Bleiswijk, The Netherlands, 43pp.Google Scholar

Copyright information

© Springer Science+Business Media B.V. 2009

Authors and Affiliations

  • Cees Sonneveld
    • 1
  • Wim Voogt
    • 2
  1. 1.NijkerkNetherlands
  2. 2.Wageningen UR Greenhouse HorticultureBleiswijkNetherlands

Personalised recommendations