Advertisement

Abstract

Michael groeit op in het Franstalige deel van Zwitserland. Zijn vader is Engelsman, zijn moeder Roemeense. Vanaf het begin wordt Michael opgevoed met drie talen: zijn moeder spreekt Roemeens tegen hem, zijn vader Engels, en op straat en op de crèche hoort hij Frans. Hij spreekt die drie talen vloeiend als hij vlak na zijn vijfde verjaardag met zijn ouders naar Amsterdam verhuist. Hij gaat naar een Nederlandse basisschool. Na een maand of vier spreekt hij vrijwel vloeiend Nederlands, naast zijn andere drie talen. Na zijn middelbareschooltijd studeert hij archeologie en gaat in het kader van die studie naar Zuid-Amerika. Hij leert binnen korte tijd Spaans en Portugees. Inmiddels is hij een zestalige volwassene.

Marco is 4 jaar als hij met zijn ouders verhuist van Italië naar Nederland. Hij is dan min of meer tweetalig: zijn Nederlands, dat hij van zijn ouders en oudere zusje hoort, ontwikkelt zich normaal, zijn Italiaans is bijna even goed doordat hij op een crèche zat in Italië. In Nederland proberen zijn ouders de tweetaligheid van de kinderen niet verloren te laten gaan: ze spreken Italiaans en Nederlands tegen ze. Een tijdje nadat Marco naar een Nederlandse basisschool gaat, begint hij te stotteren. De geconsulteerde arts raadt de ouders aan om alleen nog maar Nederlands met Marco te spreken. Dit advies wordt opgevolgd. Korte tijd daarna gaat het stotteren over. De betrokken arts dacht kennelijk dat de tweetaligheid wel eens de oorzaak kon zijn van het probleem van Marco en raadde eentaligheid aan als de oplossing.

Khalid wordt in Nederland geboren. Zijn ouders zijn op jonge leeftijd naar Nederland getrokken. Zij spreken beiden slecht Nederlands en voelen zich aanvankelijk niet echt thuis in ons land. Khalid gaat in Nederland naar de basisschool. Zijn ouders sturen hem echter naar Marokko om de middelbare school daar te volgen. Vervolgens komt Khalid terug en volgt in Amsterdam de lerarenopleiding tot docent Frans. Zijn Frans en Arabisch zijn uitstekend. Zijn Nederlands is echter te slecht om les te geven op een Nederlandse school; hij kiest ervoor om terug te gaan naar Marokko en zich daar te vestigen. Zijn jongere zusje Niza daarentegen doorloopt haar hele schoolcarrière in Nederland, doet een hbo-opleiding op het economisch vlak en vindt een prima baan bij een Nederlands bedrijf. Zij is volledig tweetalig Arabisch-Nederlands.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Referenties

Aangehaalde literatuur

  1. Appel, R. & Vermeer, A. (1993). Woordenschat en taalonderwijs aan allochtone leerlingen. Studies in Meertaligheid 9. Tilburg: Tilburg University Press.Google Scholar
  2. Appel, R. (1999). Straattaal. De mengtaal van jongeren in Amsterdam. Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 62 (2).Google Scholar
  3. Bates, E., Dale, Ph. & Thal, D. (1995). Individual differences and their implications for theories of language development. In P. Fletcher & B. MacWhinney. The handbook of child language. Cambridge, MA: Blackwell.Google Scholar
  4. Bialystok, E. (2001). Bilingualism in development. Language, literacy, cognition. Cambridge: CUP.CrossRefGoogle Scholar
  5. Cunningham-Anderson, U. (1999). Growing up with two languages. A practical guide. London, New York: Routlegde.CrossRefGoogle Scholar
  6. Döpke, S. (1992). One parent one language. An interactional approach. Amsterdam: John Benjamins.Google Scholar
  7. Jong, J. de & Orgassa, A. (2007). Specifieke taalstoornissen in een tweetalige context. Logopedie en Foniatrie, 6, 2009–213.Google Scholar
  8. Kuiken, F. (2009). Amsterdam, die meertalige stad… Presentatie bij het colloquium Babylonisch Europa. Universiteit van Amsterdam, 6 maart 2009.Google Scholar
  9. Meisel, J. (2008). Child second language acquisition or successive first language acquisition? In B. Haznedar & E. Gavruseva (eds.). Current Trends in Child Second Language Acquisition (pp. 55–80). Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.Google Scholar
  10. Narain, G. & Verhoeven, L. (1994). Ontwikkeling van tweetaligheid bij allochtone kleuters. Studies in Meertaligheid 5. Tilburg: Tilburg University Press.Google Scholar
  11. Paradis, J. (2005). Grammatical morphology in children learning English as a second language: Implications of similarities with specific language impairment. Language, Speech and Hearing Services in Schools, 36, 172–187.CrossRefGoogle Scholar
  12. Poplack, S. (1980). Sometimes I’ll start a sentence in English y termino en Español: towards a typology of code switching. Linguistics, 18, 581–616.CrossRefGoogle Scholar
  13. Sebregts, C. (2002). Dyslexie? Een verkenning van de oorzaken van lees- en spellingsmoeilijkheden bij allochtone leerlingen. Remediaal, 3 (2), 11–17.Google Scholar
  14. Segers, E. (2003). Multimedia support of language learning in Kindergarten. Dissertatie Universiteit Nijmegen.Google Scholar
  15. Tuijl, C. van (2002). Opstap Opnieuw bij Turkse en Marokkaanse gezinnen: werkt het? Kind en Adolescent, 23 (2), 112–118.CrossRefGoogle Scholar

Literatuur voor ouders en opvoeders

  1. Burkhardt Montanari, E., Aarssen, J., Bos, P. & Wagenaar, E. (2004). Hoe kinderen meertalig opgroeien. Amsterdam: PlanPlan producties.Google Scholar
  2. Cunningham-Anderson, U. (1999). Growing up with two languages. A practical guide. London/New York: Routledge. (Bevat o.a. veel reacties op een enquête onder (ouders van) tweetaligen op internet)Google Scholar
  3. Jong, E. de (1986). The bilingual experience. A book for parents. Cambridge: Cambridge University Press.Google Scholar
  4. Roselaar, T. Lindijer, H. & Evegroen, R. (1993). Taalontwikkeling en meertaligheid in kindercentra. Zwolle: Tjeenk Willink.Google Scholar
  5. Schouten, E. (2001). Praatjes maken. Taalstimulering van kleuters en peuters. Den Haag: Makelaar VVE.Google Scholar
  6. De videoserie Oetsiekoetsie (VPRO, 2002) bevat een aflevering over meertaligheid.Google Scholar

Adressen

  1. Er is vooralsnog geen instantie in Nederland of België die zich specifiek met tweetaligheid en taalproblemen bezighoudt.Google Scholar

Internet

  1. www.babylon.uvt.nl – Onderzoeksgroep aan de universiteit van Tilburg buigt zich over successieve tweetaligheid, organiseert symposia en beantwoordt vragen.
  2. www.hum.uva.nl/aclc – klikken op ‘the language user’. Leerstoelgroep tweedetaalverwerving aan de universiteit van Amsterdam doet onderzoek naar simultane tweetaligheid en organiseert daarover incidenteel ook studiedagen.
  3. www.cito.nl – Het Cito brengt de TAK (Taaltoets voor Alle Kinderen) uit.
  4. www.ouders.nl – Website van Ouders-on-line beantwoordt vragen op het gebied van taalontwikkeling bij jonge (een- en tweetalige) kinderen.
  5. www.stichtinglawine.org – Deze site wordt onderhouden door moeders van tweetalige kinderen en richt zich met name op de biculturele opvoeding van tweetalige kinderen.
  6. www.groups.yahoo.com/group/Tweetalig – Een discussiegroep voor ouders van meertalige kinderen waar veel nuttige tips worden gegeven voor de praktijk van de opvoeding.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2010

Authors and Affiliations

  • E. van der Linden

There are no affiliations available

Personalised recommendations