Vaktherapie binnen klinische schematherapie

  • G. Günther
  • J. Blokland-Vos
  • C. van Mook
  • J.P. Molenaar

Abstract

Dit hoofdstuk1 gaat over de vertaalslag van schematherapie naar vaktherapie, aan de hand van cognitieve, experiëntiële, gedragsmatige en interpersoonlijke interventiegebieden. Vervolgens wordt uitgewerkt hoe vaktherapie insteekt op de drie niveaus van individu, groep en milieu; met een beknopte verzameling van vaktherapeutische werkvormen wordt dit per schema concreet gemaakt. Ook beschrijven de auteurs het werken met de modi binnen de vaktherapie. Dit wordt geı¨llustreerd met een casus uit de beeldende therapie.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Betensky, M.G. (1995). What do you see? Phenomenology of Therapeutic Art Expression. London: Jessica Kinsley Publishers Ltd.Google Scholar
  2. Blokland-Vos, J., Günther, G., & Mook, C. van (2008a). Je vak in schema' s. Vaktherapie binnen een kader van schematherapie. Tijdschrift voor Vaktherapie, 2, 17–23.Google Scholar
  3. Blokland-Vos, J., Günther, G., & Mook, C. van (2008b). Je vak in schema' s. Vaktherapie binnen een kader van schematherapie. Tijdschrift voor Vaktherapie, 3, 35–44.Google Scholar
  4. Cleven, G. (2004). In Scene. Dramatherapie en ervaringsgerichte werkvormen in hulpverlening en begeleiding. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  5. Federatie Vaktherapeutische Beroepen (2008). Profiel van de vaktherapeutische beroepen. Utrecht: FVB.Google Scholar
  6. Emck, C. (2002). Psychomotorische therapie: weer(ga)loos, wonderbaarlijk of werkzaam? Tijdschrift voor Psychomotorische Therapie, 4, 10–14.Google Scholar
  7. Haeyen, S. (2006). Imaginatie in beeldende therapie: Een schemagerichte benadering. Tijdschrift voor Vaktherapie, 1, 3–9.Google Scholar
  8. Haeyen, S. (2007). Niet uitleven, maar beleven: Beeldende therapie bij persoonlijkheidsproblematiek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar
  9. Lange, J. de (2003). Interventies in de psychomotorische groepstherapie. Werken met subgroepen of met de groep als geheel. PMT Info Site, column februari en maart.Google Scholar
  10. Muste, E. (2008). Schematherapie in een klinische (groeps)setting. In M. van Vreeswijk, J. Broersen & M. Nadort, Handboek Schematherapie. Theorie, praktijk en onderzoek (pp. 163–169). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar
  11. Rutten-Saris, M. (2001). Leren als baby: Beeldende therapie volgens de methode Scheppende Lichaamstaal met pedoseksuele delinquente psychiatrische clië nten in een forensische kliniek. In C. Schweizer (red.), In beeld: Doelgerichte behandelmethoden van beeldend therapeuten (pp. 103–144). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar
  12. Smeijsters, H. (2000). Handboek Creatieve Therapie. Bussum: Coutinho.Google Scholar
  13. Timmer, S. (2004). Zanger gezocht: dramatherapie binnen een schemagerichte behandeling voor zedendelinquenten. Tijdschrift voor Creatieve Therapie, 1, 11–16.Google Scholar
  14. Vreeswijk, M.F., Broersen, J., Giesen-Bloo, J., & Haeyen, S. (2008). Technieken in schematherapie. In M. van Vreeswijk, J. Broersen & M. Nadort, Handboek Schematherapie. Theorie, praktijk en onderzoek (pp. 93–105). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar
  15. Young, J.E., Klosko, J.S., & Weishaar, M.E. (2005). Schemagerichte therapie. Handboek voor therapeuten. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • G. Günther
  • J. Blokland-Vos
  • C. van Mook
  • J.P. Molenaar

There are no affiliations available

Personalised recommendations