Advertisement

3 Theoretisch model: schema’s, copingstrategieën en modi

  • H. van Genderen
  • M. Rijkeboer
  • A. Arntz

Samenvatting

Schema’s nemen in de moderne psychotherapieën een belangrijke plaats in, met name in therapieën waarin aandacht is voor chronische persoonlijkheidsgerelateerde problematiek. Het begrip schema kent inmiddels een lange geschiedenis. De definities die gebruikt worden binnen de huidige cognitieve therapieën zijn ontstaan in de jaren tachtig van de vorige eeuw, onder invloed van het constructivisme (zie ook Rijkeboer, Van Genderen & Arntz, 2007).

Literatuur

  1. APA (American Psychiatric Association) (1994). Diagnostic and statistical manual of mental disorders, fourth edition (DSM-IV). Washington DC: American Psychiatric Association.Google Scholar
  2. Arntz, A. (2007). New insights from therapy borderline trial. Paper presented at the 2nd congress of the International Society of Schema Therapy. Delft, 15–16 september 2007.Google Scholar
  3. Arntz, A., Genderen, H. van, & Wijts, P. (2006). Persoonlijkheidsstoornissen. In: W. Vandereycken, C.A.L. Hoogduin & P.M.G. Emmelkamp (red.), Handboek Psychopathologie deel 2, Klinische praktijk (p. 443–479). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar
  4. Bernstein, D.P., Arntz, A., & Vos, M.E. de (2007). Schemagerichte therapie in de forensische setting, theoretisch model en voorstellen voor best clinical practice. Tijdschrift voor Psychotherapie, 33, 120–133.CrossRefGoogle Scholar
  5. Bowlby, J. (1988). A secure base: Parent-child attachment and healthy human development. New York: Basic Books.Google Scholar
  6. Cohen, P., Crawford, Th.N., Johnson, J.G., & Kasen, S. (2005). The children in the community study of developmental course of personality disorder. Journal of Personality Disorders, 19, 466–486.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  7. Conway, M.A., & Pleydell-Pearce, Ch.W. (2000). The construction of the autobiographical memories in the self-memory system. Psychological Review, 107, 261–288.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  8. Elliott, Ch., & Kirby Lassen, M. (1999). Waarom krijg ik niet wat ik wil? Schemagerichte therapie voor meer eigenwaarde, daadkracht en betere relaties. Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K.Google Scholar
  9. Gallagher, K.C. (2002). Does child temperament moderate the influence of parenting on adjustment? Developmental Review, 22, 623–643.CrossRefGoogle Scholar
  10. Genderen, H. van, & Arntz, A. (2005). Schemagerichte cognitieve therapie bij borderline-persoonlijkheidsstoornis. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.Google Scholar
  11. Giesen-Bloo, J., Dyck, R. van, Spinhoven, Ph., Tilburg, W. van, Dirksen, C., Asselt, T. van, Kremers, I., Nadort, M., & Arntz, A. (2006). Outpatient Psychotherapy for Borderline Personality Disorder. Randomized trial of Schema-Focused Therapy vs Transference-Focused Psychotherapy. Archives of General Psychiatry, 63, 649–658.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  12. Grover, K.E., Carpenter, L.L., Price, L.H., Gagne, G.G., Mello, A.F., & Tyrka, A.R. (2007). The relationship between childhood abuse and adult personality disorder symptoms. Journal of Personality Disorders, 21, 442–447.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  13. James, I.A., Southam, L., & Blackburn, I.M. (2004). Schemas revisited. Clinical Psychology and Psychotherapy, 11, 369–377.CrossRefGoogle Scholar
  14. Johnson, J.C., Cohen, P., Kasen, S., Smailes, E., & Brook, J.S. (2001). Association of maladaptive parental behavior with psychiatric disorder among parents and their offspring. Archives of General Psychiatry, 58, 453–460.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  15. Lobbestael, J., Vreeswijk, M.F. van, & Arntz, A. (2007). Shedding light on schema modes: a clarification of the mode concept and its current research status. Netherlands Journal of Psychology, 63, 76–85.CrossRefGoogle Scholar
  16. Maughan, A., & Cicchetti, D. (2002). Impact of child maltreatment and interadult violence on children’s emotion regulation abilities and their socio-emotional adjustment. Child Development, 73, 1525–1542.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  17. Rijkeboer, M.M. (2005). Assessment of early maladaptive schemas. On the validity of the Dutch schema-questionnaire. Academisch proefschrift. Universiteit Utrecht.Google Scholar
  18. Rijkeboer, M.M., Genderen, H. van, & Arntz. A. (2007). Schemagerichte therapie. In: E.H.M. Eurelings-Bontekoe, R. Verheul & W.M. Snellen (red.), Handboek persoonlijkheidspathologie (p. 285–302). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar
  19. Sterk, F., & Rijkeboer, M.M. (1997). Schema-Vragenlijst. Utrecht: Ambulatorium Universiteit Utrecht.Google Scholar
  20. Vonk, R. (1999). Schema’s. In: R. Vonk (red.), Cognitieve sociale psychologie: psychologie van het dagelijks denken en doen (p. 143–194). Utrecht: Lemma.Google Scholar
  21. Williams, J.M.G., Watts, F.N., MacLeod, C., & Mathews, A. (1997). Cognitive psychology and emotional disorders (second edition). Chichester: Wiley.Google Scholar
  22. Young, J.E., & Brown, G. (1994). Young Schema-Questionnaire (second edition). In: J.E. Young, Cognitive therapy for personality disorders: A schema-focused approach (rev. edition) (p. 63–76). Sarasota, FL: Professional Resource Press.Google Scholar
  23. Young, J.E., Klosko, J.S., & Weishaar, M.E. (2003). Schema therapy. A practitioner’s guide. New York: The Guilford Press.Google Scholar
  24. Young, J.E., Klosko, J.S., & Weishaar, M.E. (2005). Schemagerichte therapie. Handboek voor therapeuten. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2008

Authors and Affiliations

  • H. van Genderen
  • M. Rijkeboer
  • A. Arntz

There are no affiliations available

Personalised recommendations