Advertisement

27 Biotechnologische ontwikkelingen in de orale biochemie ten behoeve van de patiëntenbehandeling

Chapter
  • 808 Downloads

Samenvatting

Omdat het onderzoeksgebied van de tandheelkunde slechts een klein onderdeel vormt van het medisch onderzoek, spelen nieuwe ontwikkelingen op medisch-biotechnologisch terrein zich meestal niet in eerste instantie af binnen de tandheelkunde. Duidelijk is echter wel dat de nieuwe ontwikkelingen ook redelijk snel hun toepassingen gaan vinden binnen de tandheelkunde. Op de volgende gebieden zijn op niet al te lange termijn doorbraken te verwachten:

  • Met behulp van de moleculaire technieken zijn grote vorderingen gemaakt op het gebied van recombinant-DNA-techniek en genklonering. Daardoor is een groot aantal eiwitten en groeifactoren die in speeksel aanwezig zijn ter beschikking gekomen voor experimentele en in beperktere mate ook voor klinische toepassing.

  • Door de organisch-chemische synthese van peptiden kunnen vele functionele domeinen van biologisch actieve grote eiwitten inmiddels worden geanalyseerd en vervolgens ook worden toegepast. In het bijzonder vormen de antimicrobiële peptiden een hoopgevende toepassingsmogelijkheid voor de bestrijding van mondinfecties en -ontstekingen. Grote voordelen van deze peptiden zijn dat ze geen immunologische afweer oproepen in ons lichaam, dat ze proteolytisch afbreekbaar zijn en dat ze geen resistentie oproepen bij micro-organismen.

  • Voor weefselregeneratie vormen vooral de ontwikkelingen op het terrein van stamcelonderzoek een uitdaging om daarmee vanuit lichaamseigen cellen nieuwe celtypen en nieuw weefsel te laten groeien. Dit kan mogelijk een oplossing zijn voor patiënten bij wie de speekselklieren door een therapie (o.a. radiotherapie) of de ziekte zelf (bijv. het syndroom van Sjögren) zijn beschadigd.

  • Met behulp van gentransfer kunnen defecte genen en functionele eiwitten worden vervangen, zodat functieherstel kan optreden.

  • Met behulp van de micro-arraytechniek zal beter inzicht worden verkregen in de veranderingen die op genniveau optreden bij beginnende pathologische ontregeling.

In 1987 poneerden Levine e.a. in een review het volgende:

‘Kennis van de structuur en functie van de speekselglycoproteïnen zullen de logische basis vormen voor de ontwikkeling van speekselsubstituten, hetzij voor de versterking van de beschermende kwaliteiten van de tandpellicle, hetzij voor de modulatie van tandplaquevorming. De taak van oligosacharideketens van glycoproteïnen moet als een sleutel worden beschouwd in de samenstelling van speekselsubstituten voor toepassing bij patiënten met xerostomie. Daarnaast zouden oligosachariden de selectieve vasthechting van ‘niet-pathologische’ flora zoals van S. sanguis kunnen bevorderen.’

Tabak schreef in 1989 over de toekomstige ontwikkeling van speekselsubstituten:

‘Het ligt nu binnen het bereik van de moderne biochemie om hybride vormen van moleculen te synthetiseren, waarbij functionele domeinen van verschillende speekselbeschermingsfactoren kunnen worden gecombineerd. Nog opwindender zou het zijn om genspecifieke modulatoren te ontwikkelen, die de expressie van geschikte speekseleiwitten, indien gewenst, kunnen stimuleren.’

Nu, bijna twintig jaar later, zijn de geschetste mogelijkheden van de biotechnologie dichtbij gekomen. Met andere woorden: het is de verwachting dat in de nabije toekomst speekselsubstituten zullen worden gemaakt die op geleide van de onderliggende afwijking de volgende ingrediënten zouden kunnen bevatten:

  • aids: histatinen, cystatinen, antilichamen;

  • tanderosie: mucinen en fosfoproteïnen;

  • cariës: mucinen, cystatinen, antilichamen;

  • xerostomie: mucinen, histatinen, cystatinen, antilichamen.

Mandel (1993) heeft in de jaren negentig beschreven dat de commercialisering de belangrijkste ontwikkeling op het gebied van speekselonderzoek is. Financiële ondersteuning via de industrie ontsluit ook de weg naar nieuw onderzoek. De belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen in de bereiding van mondspoeldranken en speekselsubstituten neemt voortdurend toe, vooral omdat de toepassing van speekseleiwitten en hun modificaties mondoverstijgend lijkt te zijn. Speekselgroeifactoren zijn ook van belang voor de ontwikkeling en het herstel van weefsels buiten de mondholte (zie hoofdstuk 11). Peptide-antibiotica (zie hoofdstuk 7) kunnen overal in ons lichaam worden toegepast waar infecties zijn. Het hoogmoleculaire mucine MUC5B komt ook in de luchtwegen en het darmlumen voor. Lactoferrine komt meer in moedermelk voor dan in speeksel. Uit deze opsomming blijkt dat moleculair mondonderzoek als basis kan dienen voor onderzoek elders in ons lichaam.

De huidige mondspoelvloeistoffen geven alleen tijdelijk verlichting van mondklachten, maar dienen niet als geneesmiddel. Het enige speekselsubstituut dat geregistreerd staat als geneesmiddel is Saliva Orthana®. Deze orale vloeistof is in de jaren zeventig van de vorige eeuw ontwikkeld door het gezamenlijk onderzoek in de orale biochemie van de RUG en de VU (prof. dr. E.J. ’s Gravenmade en prof. dr. P.A. Roukema). Inmiddels zijn onder andere in de sectie Orale Biochemie nieuwe wegen geopend om mondspoeldranken samen te stellen, waardoor bescherming van de orale weefsels beter wordt gewaarborgd. Allereerst is gelet op de stromingseigenschappen van speekselmucinen, waardoor zij zich in de mondholte kunnen verspreiden over de verschillende weefseloppervlakken. Hierbij werd gevonden dat sublinguale mucinen (MUC5B) naast viskeuze ook elastische eigenschappen hebben (zie hoofdstuk 8). Op grond van deze bevinding werden natuurlijke en synthetische polymeren geselecteerd op hun visco-elastische eigenschappen. Vooral de natuurlijke gommen (zoals guargom en xanthaangom) en de polyacrylzuren blijken geschikt te zijn als basis van speekselsubstituten. Naar aanleiding van dit gegeven is een nieuwe formule opgesteld voor een speekselsubstituut met xanthaangom, dat onder de naam Xialine® verkrijgbaar is.

In het bijzonder geeft de bevinding dat speeksel van nature rijk is aan ontstekingsremmende en antimicrobiële eiwitten, zoals cystatinen, defensinen, cathelicidine en histatinen, richting aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie mondspoelvloeistoffen, die niet slechts bevochtigend werken, maar ook beschermende biologische activiteit hebben. Het op grote schaal produceren van cystatinen (met behulp van recombinant-DNA) en histatinen (door middel van peptidesynthese) is al mogelijk gebleken. Het is aannemelijk dat deze producten in de nabije toekomst een toepassing zullen vinden in mondspoelvloeistoffen en speekselsubstituten, die bij voorkeur worden toegesneden op de specifieke speekselinsufficiëntie van de individuele patiënt.

Daarnaast is voor de biotechnologie ook van belang het speeksel van de medicinale bloedzuiger Hirudo medicinalis, dat antibloedstollings- en antizwellingseiwitten bevat (zie hoofdstuk 28). Het antitrombotische eiwit hirudine staat in de belangstelling in verband met genetische manipulatie (Fackelman, 1991; Ribeiro en Francischetti, 2003). Daarnaast bevat speeksel van de muskiet Aedes aegypti purinenucleotidase, dat ook betrokken is bij de vertering van bloed van de gastheer (Ribeiro en Valenzuela, 2003). Ook de plasminogeenfactor van vleermuisspeeksel, die fibrine sneller oplost dan humaan plasminogeen, is biotechnologisch van belang (Gardell e.a., 1991). De antibloedstollingsfactor van speeksel van de teek kan een belangrijke toepassing krijgen door genetische manipulatie (Waxman e.a., 1990). Ook andere eiwitten zijn aanwezig in speeksel van bloedzuigende insecten, zoals biogeen aminebindend eiwit (Andersen e.a., 2003).

Kortom, in de komende jaren zal de belangstelling voor speeksel vanuit de farmaceutische industrie alleen nog maar toenemen, vooral gezien de potentieel mondoverstijgende functionele eigenschappen van de speekseleiwitten.

Ook het toonaangevende onderzoeksinstituut NIH (National Institutes of Health) uit de Verenigde Staten van Amerika heeft de laatste jaren een toenemende belangstelling getoond voor speekselonderzoek. Dit heeft onder andere geresulteerd in subsidies voor het opzetten van een aantal centra voor protenomics- en genomicsonderzoek, in subsidies voor de toepassing van deze methodieken ten behoeve van de vroegdiagnostiek van aandoeningen (o.a. orale carcinomen, syndroom van Sjögren, parodontaal verval) en subsidies voor een systematische aanpak van speekselklierproblematiek door bundeling van dierexperimentele, klinische en mathematische kennis (modelvorming). Met andere woorden: speeksel(klier)onderzoek staat meer in de (inter)nationale belangstelling dan lang het geval is geweest.

Literatuur

  1. Agre P. Aquaporin water channels (Nobel Lecture). Angew. Chem. Int. Ed. 43, (2004)4278–4290.CrossRefGoogle Scholar
  2. Amado F.M.L., R.M.P. Vitorino, P.M.D.N. Domingues, M.J.C. Lobo en J.A.R. Duarte. Analysis of the human saliva proteome. Expert Rev. Proteomics 2, (2005)521–539.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  3. Andersen J.F., I.M.B. Francischetti, J.G. Valenzuele, P. Schuck en J.B.C. Ribeiro. Inhibition of hemostasis by a high affinity biogenic aminebinding protein from saliva of a blood-feeding insect. J. Biol. Chem. 278, (2003)4611–4617.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  4. Baum B.J. en B.C. O’Connell. In vivo gene transfer to salivary glands. Crit. Rev. Oral Biol. Med. 10, (1999)276–283.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  5. Baum B.J. en S.D. Tran. Synergy between genetic and tissue engineering: creating an artificial salivary gland. Periodontology 2000 41, (2006)218–223.CrossRefGoogle Scholar
  6. Baum B.J., S.D. Tran en S. Yamano. The impact of gene therapy on dentistry. J. Am. Dent. Ass. 133, (2002)35–44.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  7. Baum B.J., R.B. Wellner en C. Zheng. Gene transfer to salivary glands. Int. Rev. Cytology 213, (2002)93–146.CrossRefGoogle Scholar
  8. Bobek L.A., X. Wang en M.J. Levine. Efficient production of biologically active human salivary cystatins in Escherichia coli. Gene 123, (1993a)203–210.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  9. Bobek L.A., H. Tsai, A.R. Biesbrock en M.J. Levine. Molecular cloning, sequence, and specificity of expression of the gene encoding the low molecular weight human salivary mucin (MUC7). J. Biol. Chem. 268, (1993b)20563–20569.PubMedGoogle Scholar
  10. Cole A.M. en T. Ganz. Human antimicrobial peptides: analysis and application. BioTechniques 29, (2000)822–831.PubMedGoogle Scholar
  11. David R., E. Shai, D.J. Aframian en A. Palmon. Isolation and cultivation of integrin α6β1-expressing salivary gland graft cells: A model for use with an artificial salivary gland. Tissue Engin. 14, (2008)331–337.CrossRefGoogle Scholar
  12. De Lucca A.J. en T.J. Walsh. Antifungal peptides: novel therapeutic compounds against emerging pathogens. Antimicrob. Agents Chemother. 43, (1999)1–11.PubMedCentralPubMedGoogle Scholar
  13. Fackelman K.A. Bloodsuckers reconsidered. Science News 139, (1991)172–173.CrossRefGoogle Scholar
  14. Fong D., T. Kartasova, F. Sloane en M.M. Chan. Bacterial expression of human cysteine proteinase inhibitor Stefin A. FEBS Letters, 257, (1989)55–58.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  15. Giacometti A., O. Cirioni, M. Simona del Prete, A. Mataloni Paggi, M.M. D’Errico en G. Scalise. Combination studies between polycationic peptides and clinically used antibiotics against Grampositive and Gram-negative bacteria. Peptides 21, (2000)1155–1160.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  16. Gardell S.J., D.R. Ramjit, I.I. Stabilito, T. Fujita, J.J. Lynch, G.C. Cuca, e.a. Effective thrombolysis without marked plasminemia after bolus intravenous administration of vampire bat salivary plasminogen activator in rabbits. Circulation 84, (1991)244–253.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  17. Giles F.J., R. Redman, S. Yazji en L. Bellm. Iseganan HCl: a novel antimicrobial agent. Expert Opin. Investig. Drugs 11, (2002)1–10.CrossRefGoogle Scholar
  18. Gresz V., C.J. Ferguson, P.T. Hurley, B. Burghardt, G. Varga, T. Zelles, e.a. Aquaporin water channel expression in human salivary glands. J. Physiol. 526P, (2000)9P.Google Scholar
  19. Groosman E., B. van Tol en G.A. van der Weijden. Chemische plaqueremmers. Het gebruik in mondspoelmiddelen en tandpasta’s. Ned. Tijdschr. Tandheelkd. 101, (1994)177–179.PubMedGoogle Scholar
  20. Grubb A., M. Abrahamson, I. Olafsson, J. Trojnar, R. Kasprzykowska, F.Kasprzykowski, e.a. Synthesis of cysteine proteinase inhibitors structurally based on the proteinase interacting N-terminal region of human cystatin-C. Biol. Chem. Hoppe-Seyler 371, (1990)137–144.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  21. Guo T., P.A. Rudnick, W.J. Wang, C.S. Lee, D.L. Devoe en B.M. Balgley. Characterization of the human salivary proteome by capillary isoelectric focusing/nanoreversed-phase liquid chromatography coupled with ESI-tandem MS. J. Proteome Res. 5, (2006)1469–1478.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  22. Gusman H., J. Travis, E.J. Helmerhorst, J. Potempa, R.F. Troxler en F.G. Oppenheim. Salivary histatin 5 is an inhibitor of both host and bacterial enzymes implicated in periodontal disease. Infect. Immun. 69, (2001)1402–1408.PubMedCentralPubMedCrossRefGoogle Scholar
  23. Hardt M., L.R. Thomas, S.E. Dixon, G. Newport, N. Agabian, A. Parkobphol, e.a. Toward defining the human parotid gland salivary proteome and peptidome: Identification and characterization using 2D SDS-PAGE, ultrafiltration, HPLC, and mass spectrometry. Biochemistry 44, (2005)2885–2899.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  24. Helmerhorst E.J. en F.G. Oppenheim. Saliva: a dynamic proteome. J. Dent. Res. 86, (2007)680–693.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  25. Hirtz C., F. Chevalier, D. Centeno, V. Rofidal, J.-C. Egea, M. Rossignol, e.a. MS characterization of multiple forms of alpha-amylase in human saliva. Proteomics 5, (2005)4597–4607.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  26. Hof W. van ’t, I.M. Reijnders, E.J. Helmerhorst, E. Walgreen-Weterings, I.M. Simoons-Smit, E.C.I. Veerman, e.a. Synergistic effects of low doses of histatin 5 and its analogues on amphotericin B antimycotic activity. Ant. Leeuwenh. 78, (2000)163–169.CrossRefGoogle Scholar
  27. Hoque A.T.M.S., S. Yamano, L. Baccaglini en B.J. Baum. Using salivary glands as a tissue target for gene therapeutics. J. Drug Targeting 9, (2001)485–494.CrossRefGoogle Scholar
  28. Hu S., Y. Xie, P. Ramachandran, R.R. Ogorzalek Loo, Y. Li, J.A. Loo en D.T. Wong. Large-scale identification of proteins in human salivary proteome by liquid chromatography/mass spectrometry and two-dimensional gel electrophoresis-mass spectrometry. Proteomics 5, (2005)1714–1728.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  29. Hu S., Y. Li, Y. Wang, Y. Xie, K. Tjon, L. Wolinsky, e.a. Human saliva proteome and transcriptome. J. Dent. Res. 85, (2006)1129–1133.PubMedCentralPubMedCrossRefGoogle Scholar
  30. Hu S., J.A. Loo en D.T. Wong. Human saliva proteome analysis and disease biomarker discovery. Expert Rev. Proteomics 4, (2007)531–538.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  31. Huang C.-M. Comparative proteomic analysis of human whole saliva. Archs Oral Biol. 49, (2004)951–962.CrossRefGoogle Scholar
  32. Imatani T., T. Kato, K. Minaguchi en K. Okuda. Histatin 5 inhibits inflammatory cytokine induction from human gingival fibroblasts by Porphyromonas gingivalis. Oral Microbiol. Immunol. 15, (2000)378–382.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  33. Ishikawa Y., G. Cho, Z. Yuan, M.T. Skowronski, Y. Pan en H. Ishida. Water channels and zymogen granules in salivary glands. J. Pharmacol. Sci. 100, (2006)495–512.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  34. Kagami H., S. Wang en B. Hai. Restoring the function of salivary glands. Oral Dis. 14, (2008)15–24.PubMedGoogle Scholar
  35. Kwan R.C.H., H.F. Leung, P.Y.T. Hon, H.C.F. Cheung, K. Hirota en R. Renneberg. Amperometric biosensor for determining human salivary phosphate. Analyt. Biochem. 343, (2005)263–267.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  36. Levine M.J., A. Aguirre, M.N. Hatton en L.A. Tabak. Artificial salivas: present and future. J. Dent. Res. 66, (1987)693–698.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  37. Li Y., X. Zhou, M.A.R. St. John en D.T. Wong. RNA profiling of cell-free saliva using microarray technology. J. Dent. Res. 83, (2004)199–203.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  38. Lodde B.M., B.J. Baum, P.P. Tak en G. Illei. Experience with experimental biological treatment and local gene therapy in Sjögren’s syndrome: implications for exocrine pathogenesis and treatment. Ann. Rheum. Dis. 65, (2006)1406–1413.PubMedCentralPubMedCrossRefGoogle Scholar
  39. Lodde B.M., F. Mineshiba, J. Wang, A.P. Cotrim, S. Afione en B.J. Baum. Effect of human vasoactive intestinal peptide gene transfer in a murine model of Sjögren’s syndrome. Ann. Rheum. Dis. 65, (2006)195–200.PubMedCentralPubMedCrossRefGoogle Scholar
  40. Mandel I.D. A contemporary view of salivary research. Crit. Rev. Oral Biol. Med. 4, (1993)599–604.PubMedGoogle Scholar
  41. Mickels N., C. McManus, J. Massaro, P. Friden, V. Braman, R. D’Agostino, e.a. Clinical and microbial evaluation of a histatin-containing mouthrinse in humans with experimental gingivitis. J. Clin. Periodontol. 28, (2001)404–410.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  42. Murakami Y., Y. Xu, E.J. Helmerhorst, G. Ori, R.F. Troxler, E.T. Lally, e.a. Inhibitory effect of synthetic histatin 5 on leukotoxin from Actinobacillus actinomycetemcomitans. Oral Microbiol. Immunol. 17, (2002)143–149.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  43. Nieuw Amerongen A. van en E.C.I. Veerman. Current therapies for xerostomia and salivary gland hypofunction associated with cancer therapies. Supp. Care Cancer 11, (2003)226–231.Google Scholar
  44. Reijden W.A. van der, H. van der Kwaak, A. Vissink, E.C.I. Veerman en A. van Nieuw Amerongen. Treatment of xerostomia with polymer-based saliva substitutes in patients with Sjögren’s syndrome. Arthritis Rheum. 39, (1996)57–63.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  45. Ribeiro J.M.C. en I.M.B. Francischetti. Role of arthropod saliva in blood feeding: Sialome and post-sialome perspectives. Annu. Rev. Entomol. 48, (2003)43–88.CrossRefGoogle Scholar
  46. Ribeiro J.M.C. en J.G. Valenzuela. The salivary purine nucleosidase of the mosquito, Aedes aegypti. Insect Biochem. Mol. Biol. 33, (2003)13–22.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  47. Rothstein D.M., P. Spacciapoli, L.T. Tran, T. Xu, F.D. Roberts, M. Dalla Serra, e.a. Anticandida activity is retained in P-113, a 12-amino-acid fragment of histatin 5. Antimicrob. Agents Chemother. 45, (2001)1367–1373.PubMedCentralPubMedCrossRefGoogle Scholar
  48. Ruissen A.L.A., J. Groenink, C.H. Lommerse, W. van ’t Hof, E.C.I. Veerman en A. van Nieuw Amerongen. Effects of carbohydrate polymers applicable in saliva substitutes on the anti-Candida activity of a histatin-derived peptide. Archs. Oral Biol. 47, (2002)749–756.CrossRefGoogle Scholar
  49. Schipper R., A. Loof, J. de Groot, L. Harthoorn, E. Dransfield en W. van Heerde. SELDI-TOF-MS of saliva: Methodology and pre-treatment effects. J. Chromatography 847, (2007)45–53.Google Scholar
  50. Spek J.C. van der, G.D. Offner, R.F. Troxler en F.G. Oppenheim. Molecular cloning of human submandibular histatins. Archs. Oral Biol. 35, (1990)137–143.CrossRefGoogle Scholar
  51. Strietzel F.P., R. Martin-Granizo, S. Fedele, L. Lo Russo, M. Mignogna, P.A. Reichart, e.a. Electrostimulating device in the management of xerostomia. Oral Dis. 13, (2007)206–213.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  52. Tabak L.A. en W.H. Bowen. Roles of saliva (pellicle), diet, and nutrition on plaque-formation. J. Dent. Res. 68, (1989)1560–1566.Google Scholar
  53. Thakkar S.S. Researchers make slow headway in managing dry mouth. J. Natl. Cancer Inst. 89, (1997)1337–1338.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  54. Tran S.D., T. Sugito, G. DiPasquale, A.P. Cotrim, B.C. Bandyopadhyay, K. Riddle, e.a. Re-engineering primary epithelial cells from rhesus monkey parotid glands for use in developing an artificial salivary gland. Tissue Engin. 12, (2006)2939–2948.CrossRefGoogle Scholar
  55. Vissink A., F.R. Burlage, F.K.L. Spijkervet, J. Jansma en R.P. Coppes. Prevention and treatment of the consequences of head and neck radiotherapy. Crit. Rev. Oral Biol. Med. 14, (2003)213–225.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  56. Vitorino R., M.J.C. Lobo, A.J. Ferrer-Correira, J.R. Dubin, K.B. Tomer, P.M. Domingues, e.a. Identification of human whole saliva protein components using proteomics. Proteomics 4, (2004)1109–1115.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  57. Walz A., K. Stühler, A. Wattenberg, E. Hawranke, H.E. Meyer, G. Schmalz, e.a. Proteome analysis of glandular parotid and submandibular-sublingual saliva in comparison to whole human saliva by two-dimensional gel electrophoresis. Proteomics 6, (2006)1631–1639.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  58. Waxman L., D.E. Smith, K.E. Arcuri en G.P. Vlasuk. Tick anticoagulant peptide (TAP) is a novel inhibitor of blood coagulation factor Xa. Science 248, (1990)593–596.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  59. Wellner R.B., S. Hong, A.P. Cotrim, W.D. Swaim en B.J. Baum. Modifying the NH2 and COOH termini of aquaporin-5: Effects on localization in polarized epithelial cells. Tissue Engin. 11, (2005)1449–1457.CrossRefGoogle Scholar
  60. Wilmarth P.A., M.A. Riiviere, D.L. Rustvold, J.D. Lauten, T.E. Madden en L.L. David. Two-dimensional liquid chromatography study of the human whole saliva proteome. J. Proteome Res. 3, (2004)1017–1023.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  61. Wong D.T. Towards a simple, saliva-based test for the detection of oral cancer. Expert Rev. Mol. Diagn. 6, (2006)267–272.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  62. Xie H.W., N.L. Rhodus, R.J. Griffin, J.V. Carlis en T.J. Griffin. A catalogue of human saliva proteins identified by free flow electrophoresis-based peptide separation and tandem mass spectrometry. Mol. Cell. Proteomics 4, (2005)1826–1830.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  63. Yamano S., L.-Y. Huang, C. Ding, J.A. Chiorini, C.M. Goldsmith, R.B. Wellner, e.a. Recombinant adenoassociated virus serotype 2 vectors mediate stable interleukin 10 secretion from salivary glands into the bloodstream. Human Gen Ther. 13, (2002)287–298.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2008

Authors and Affiliations

  1. 1.Sectie Orale BiochemieAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), Vrije Universiteit en Universiteit van AmsterdamAmsterdam

Personalised recommendations