Skip to main content

Vrouwenhulpverlening in Nederland

beweging in en rond de gezondheidszorg

  • Chapter
Vrouwenhulpverlening 1975-2000

Wie de hedendaagse lichamelijke en geestelijke hulpverlening vergelijkt met die in de jaren zeventig, kan zich verheugen over nieuwe mogelijkheden. Over de huidige aandacht voor eetproblematiek, depressie na de bevalling, de overgang, seksueel geweld en geweldstrauma's en niet te vergeten het recht op abortus dat in de jaren zestig nog ondenkbaar was. Over de wettelijke zeggenschap van cliënten en patiënten inzake hun behandeling, en de bescherming tegen onvrijwillige psychiatrische opname. Cliëntgerichte hulpverlening, het klachtrecht en multiculturalisatie moesten nog worden uitgevonden.

Vaak beschouwt men deze verworvenheden als het vanzelfsprekende resultaat van democratisering en professionalisering: ‘natuurlijk wordt de gezondheidszorg steeds beter’. Wat deze ontwikkelingen mogelijk heeft gemaakt, blijft verborgen. Hierdoor lijkt het soms of overheid en managers van hulpverleningsinstellingen spontaan tot het inzicht kwamen dat patiënten – mannen én vrouwen – ‘zorg op maat’ verlangen en niet gesteld zijn op onnodige bevoogding. Het huidige landschap van de hulpverlening en gezondheidszorg is echter diepgaand beïnvloed door de emancipatiebewegingen die zich rondom 1970 begonnen te roeren. Een van die bewegingen was de ‘vrouwenhulpverlening’ (Vhv). Uit een kruising van zelfhulpgroepen en vrouwenbeweging ontstonden allerlei eilandjes van waaruit men actie voerde en hulp verleende – vaak tegelijkertijd. Door het toenemend aantal goed opgeleide vrouwen, maar ook dankzij de subsidies die de lokale, provinciale en landelijke overheden ter beschikking stelden, hebben ze zich weten te organiseren tot een archipel, van betaalde, half-betaalde en onbetaalde hulp. Van daaruit kon men nog weer meer geld, erkenning en opleidingsmogelijkheden genereren. In het midden van de jaren tachtig groeide deze Vhv-archipel uit tot een feministische schaduworganisatie van de gezondheidszorg: met eigen nieuwsbrieven, overlegorganen, opleidingsvoorzieningen en koepelorganisaties. Ze noemden zich trots ‘een luis in de pels van de reguliere zorg’. Telkens weer herinnerden ze aan de noodzaak in de hulpverlening inhoudelijk, methodische en organisatorisch rekening te houden met vrouwen en met sekseverschillen. Onderling waren er wel verschillen in de manier waarop ze de gezondheid van vrouwen hetbeste dachten te bevorderen. Aan het ene eind van het spectrum bevonden zich de politiek georiënteerden, aan het andere eind de spiritueel geïnspireerden. Daartussen was een grote groep pragmatici op zoek naar mogelijkheden hun feministische visie binnen de bestaande kaders voor hulpverlening en welzijn te realiseren. Paradoxaal genoeg resulteerden hun successen ook in verlies van zichtbaarheid en slagkracht van de beweging. Maar het feministisch gedachtegoed is nog op vele punten terug te vinden.

This is a preview of subscription content, log in via an institution to check access.

Access this chapter

Institutional subscriptions

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Similar content being viewed by others

Literatuur

  1. Vilan van de Loo, De vrouw beslist. De tweede feministische golf in Nederland (Amsterdam: Iiav 2005).

    Google Scholar 

  2. Anneke van Baalen, Brusterschap (Amsterdam: Sara 2003), pp. 39–40; Irene Costera Meijer, Het persoonlijke wordt politiek. Feministische bewustwording in Nederland 1965–1980 (Utrecht: Universiteit Utrecht 2000); Irene Pronk, ‘Uitgesproken vrouwen. Vrouwenpraatgroepen in Nederland 1970–1980’, Tijdschrift voor Genderstudies, 2006, 9 (2), pp. 26–36; Zie ook Van Mens-Verhulst, ‘Vrouwen(zelf)hulp’, dit boek.

    Google Scholar 

  3. Anne Burgers en Karin Wilbrink, De drempel over. (Hilversum: Stichting Vido Nederland 1983).

    Google Scholar 

  4. Burgers en Wilbrink (1983).

    Google Scholar 

  5. Anna Oldenhave en Miem Baart-Gregory, Het zal de overgang wel zijn… . (Den Haag: VUGA 1986); Anna Oldenhave, Well-being and sexuality in the climacteric. A survey based on 6622 women aged 39 to 60 years in the Dutch municipality of Ede (Leidschendam: Excelsior 1991).

    Google Scholar 

  6. Zie verder in Van Mens-Verhulst, ‘Vrouwen(zelf)hulp’, dit boek.

    Google Scholar 

  7. Van Baalen (2003), p. 161.

    Google Scholar 

  8. Zie Boet, ‘Vereniging tegen Seksuele Kindermishandeling’, dit boek; Van Besouw, ‘De Strijd van Blijf Van M'n Lijf’, dit boek; Naezer en Römkens, ‘Van gezondheids- tot veiligheidsprobleem’, dit boek.

    Google Scholar 

  9. Suzanne Biewinga, Het heft in handen. Werkwijze en stratgieën van vrouwenzelfhulporganisaties (Utrecht: Werkgroep 2000/Via 1988).

    Google Scholar 

  10. Zie FemSoc Schrijfcollectief Vlijtig Liesje, Van binnen uit, Vrouwen over welzijnswerk en zelforganisaties (Amsterdam: Sara 1978).

    Google Scholar 

  11. Zie Van Mens-Verhulst en Noordenbos, ‘Vrouwengezondheidscentra’, dit boek; Van Mens-Verhulst ‘Vrouwen(zelf)hulp’ en ‘De kleine integratie’, dit boek.

    Google Scholar 

  12. Hiervan was Jan Foudraine met Wie is van hout…. (Bilthoven: Amboboeken 1971) een exponent, met 22 herdrukken in anderhalf jaar.

    Google Scholar 

  13. Michel Foucault, Geschiedenis van de waanzin (Meppel: Boom 1975).

    Google Scholar 

  14. Ivan Illich e.a., De deskundige: vriend of vijand? (Baarn: Het wereldvenster 1978).

    Google Scholar 

  15. Henriët van Rossum, ‘De gesubsidieerde revolutie? Geschiedenis van de Nederlandse Vrouwenbeweging 1968–1989’, in: Jan-Willem Duyvendak, Hein-Anton van der Heijden, Ruud Koopmans, Luuk Wijmans (red.) Tussen verbeelding en macht. 25 jaar nieuwe sociale bewegingen in Nederland (Amsterdam: SUA 1992), p. 178.

    Google Scholar 

  16. Nel Willekens (NW) in interview afgenomen door Josien Pieterse (Amsterdam 2006).

    Google Scholar 

  17. In dit boek worden het Maastrichtse project ‘Emancipatie En Hulpverlening’ en Balsemien beschreven in het hoofdstuk over Vrouwenzelfhulp. Aan De Maan en Aletta zijn aparte hoofdstukken gewijd.

    Google Scholar 

  18. Jannie Vos, Verdiensten van de vrouwenhulpverlening. Een inventariserend onderzoek naar de financiële situatie van onbetaalde vrouwenhulpverleningsprojekten (Utrecht: Via 1986).

    Google Scholar 

  19. Bram Peper, Vorming van welzijnsbeleid. Evolutie en evaluatie van het opbouwwerk (Meppel: Boom 1973).

    Google Scholar 

  20. In de jaren zeventig vaak welzijnswerk genoemd.

    Google Scholar 

  21. Janneke van Mens-Verhulst, ‘Vrouwenhulpverlening: van verzamelnaam naar therapievorm’, Tijdschrift voor Agologie, 1985, pp. 182–193. Zie ook de hoofdstukken over de vrouwengezondheids- en hulpcentra, dit boek.

    Google Scholar 

  22. Dorine Bauduin, ‘Vrouwen in tel’, Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 1980, 35, pp. 464–491.

    Google Scholar 

  23. Margit Mager, ‘Feminisme in de therapie. Over het feministisch gehalte van uiteenlopende therapievormen’, Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 1980, 35, pp. 515–532.

    Google Scholar 

  24. Dorine Bauduin, die werkzaam was bij dit centrum, mag hierin waarschijnlijk als spil worden beschouwd.

    Google Scholar 

  25. Nelleke Nicolai, ‘Mythes over vrouwen in de geestelijke gezondheidszorg’, in: Dorine Bauduin (red.) Vrouwen in de Geestelijke Gezondheidszorg. Verslag van de studiedag op 16 oktober 1981. (Utrecht: Nationaal Centrum voor de Geestelijke Volksgezondheid 1982).

    Google Scholar 

  26. Dorine Bauduin, Vrouwen in de geestelijke gezondheidszorg, (Utrecht: Nationaal Centrum voor de Geestelijke Volksgezondheid 1982), p. 17.

    Google Scholar 

  27. Dorine Bauduin, ‘Hulp vragen, hulp geven en de dienst uitmaken. De positie van vrouwen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg’, in: Kongresbundel Winteruniversiteit Vrouwenstudies (Nijmegen: WUV 1983), pp. 116–123.

    Google Scholar 

  28. Geneeskundige Hoofdinspectie Voor De Geestelijke Volksgezondheid(Ghigv), Vrouwenhulpverlening en ambulante geestelijke gezondheidszorg (Leidschendam: Ghigv 1982), p. 4.

    Google Scholar 

  29. Leden waren Dorine Bauduin (Nationaal Centrum Voor De Geestelijke Volksgezondheid), Ingrid Foeken (De Maan), Veronica van Nederveen (Ghigv), Nelleke Nicolai (IMP Rotterdam), Carla Commijs (IMP Amsterdam), Henny Verhagen (voorzitter), Agnes Verheggen (Balsemien).

    Google Scholar 

  30. Ghigv (1982).

    Google Scholar 

  31. Bauduin (1983).

    Google Scholar 

  32. Marijke de Vries, Vrouwen leren trots op zichzelf te zijn – Vrouwenhulpverlening in het Algemeen Maatschappelijk Werk (Rijswijk: WVC 1985).

    Google Scholar 

  33. Emancipatieraad, Gezondheidszorg en Vrouwen (Den Haag: Emancipatieraad 1984).

    Google Scholar 

  34. Madelien Engelsman et al., De Maan komt op. Onderzoek van vrouwenhulpverleningsproject De Maan (Amsterdam: De Maan 1981).

    Google Scholar 

  35. Nelleke Nicolai, ‘Verwarring over term vrouwenhulpverlening’, in: Periodiek 6 van de Projektgroep Vhv, p. 9.

    Google Scholar 

  36. Nicolai in Periodiek 6, pp. 8–13.

    Google Scholar 

  37. Van september 1981 tot mei 1982. De eerste staatssecretaris van emancipatiezaken was Jeltien Kraaijeveld-Wouters (Cda). De derde Annelien Kappeyne van de Coppello (Vvd).

    Google Scholar 

  38. Ben Bussink (Dce), J.M.W. van der Hart per 1/ 1/1985 opgevolgd door Peter van Eeten (WVC), Veronica van Nederveen (Ghigv en Ministerie van Volksgezondheid), per 1/8/1984 opgevolgd door H. Emanuel-Vink.

    Google Scholar 

  39. Marja Langendijk, per 1/1/1984 opgevolgd door Agnes Verheggen (Balsemien), Martine Groen, per 1/1/1984 opgevolgd door Jetty Leyenaar (De Maan), Marijke Laane (Riagg Zuid-Nieuw West, Amsterdam), Riek Stienstra (Schorerstichting), J.W. Tjaden (Vhc Groningen) tot 1/7/1984.

    Google Scholar 

  40. Zie Naezer, ‘De Maan’, dit boek.

    Google Scholar 

  41. Willekens in interview (2006).

    Google Scholar 

  42. Vos (1986).

    Google Scholar 

  43. Josephine van den Bogaard en Marijke Ruiter, Het waren mijn problemen niet (Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1984).

    Google Scholar 

  44. IPM, Oriënterend onderzoek onder directies riagg's inzake vrouwenhulpverlening (Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1985).

    Google Scholar 

  45. Marijke de Vries, Vrouwenhulpverlening in de Huisartsenpraktijk (Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 1986).

    Google Scholar 

  46. Ines Hoying, Ineke Jansen, Karien de Ridder, Lisette de Wijn, Vrouwenhulpverlening in de intramurale psychiatrie (Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1986).

    Google Scholar 

  47. Marja Kroef, Ineke Jansen en Nel Willekens. Kenau of nachtegaal (Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1986).

    Google Scholar 

  48. Balsemien, De Maan, Stichting Eetverslaving Nederland, Stichting Vrouwen 40-60 en Vrouwengezondheidscentrum Aletta.

    Google Scholar 

  49. Zie ook Van Gorp, ‘Opleidingen Vhv’, dit boek.

    Google Scholar 

  50. Hoger Beroeps Onderwijs.

    Google Scholar 

  51. Zie Waaldijk, ‘Vhv en de verzorgingsstaat’, dit boek.

    Google Scholar 

  52. Voor een impressie van wat daar speelde: zie Periodiek 7 van de Projektgroep Vhv.

    Google Scholar 

  53. Willekens in interview (2006).

    Google Scholar 

  54. Joop van Londen.

    Google Scholar 

  55. Periodiek 4 van de Projektgroep Vhv.

    Google Scholar 

  56. Het eindadvies spreekt zelfs van 700 aanwezigen. Projektgroep Vhv, Slangengodin & Co. Eindadvies van de projectgroep Vrouwenhulpverlening (Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1986).

    Google Scholar 

  57. Projektgroep Vhv, ‘Vrouwenhulpverlening en integratiemogelijkheden’, in: Verslag Werkcongres ‘Toekomst van de vrouwenhulpverlening’ (Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1984).

    Google Scholar 

  58. Zie Van Mens-Verhulst, ‘De kleine integratie’, dit boek.

    Google Scholar 

  59. Zie Waaldijk, ‘Vhv en de verzorgingsstaat’, dit boek; Tiems, ‘Vhv in het overheidsbeleid’, dit boek.

    Google Scholar 

  60. Zie Van Mens-Verhulst, ‘De kleine integratie’, in dit boek.

    Google Scholar 

  61. Projektgroep Vhv (1986). Viavia-gids, 1988.

    Google Scholar 

  62. Adviesgroep Vhv, Integratie van Ervaringsdeskundigheid Vrouwenhulpverlening in de Reguliere Zorg (Rijswijk: Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur 1991).

    Google Scholar 

  63. Leergangen Vrouwenhulpverlening, Advies ervaringsdeskundigheid (Utrecht: Leergangen 1992).

    Google Scholar 

  64. Zie Van Gorp, ‘Opleidingen Vhv’, dit boek.

    Google Scholar 

  65. Zie Tiems, ‘Vhv in het overheidsbeleid’, dit boek.

    Google Scholar 

  66. Als laatste mocht in het voorjaar 2002 de Landelijke Expertcommissie Sekse en Etniciteit in de Gezondheidszorg aantreden. Maar op 9 december liet staatssecretaris Ross de commissieleden weten dat het tweede kabinet Balkenende zo'n commissie ongewenst achtte.

    Google Scholar 

  67. Volgens Duyvendak c.s. (1992) verdween de verdeeldheid in het Cda, verwierven Cda en Vvd een stabiele meerderheid en wilde PvdA geen actiepartij meer zijn. Daardoor namen de succeskansen en facilitatie af, wat ook resulteerde in minder mobilisatie. Zie ook Waaldijk, ‘Vhv en verzorgingsstaat’, dit boek.

    Google Scholar 

  68. Jan Maarten Boot en Mat Knapen, De Nederlandse gezondheidszorg (Utrecht: Het Spectrum 1996). Zie ook Tiems, ‘Vhv in het overheidsbeleid’, dit boek.

    Google Scholar 

  69. Destijds hoogleraar Vrouwenziekten, Verloskunde en Voortplanting aan het Academisch Ziekenhuis Leiden en tot 2000 voorzitter van de stichting, die vanaf 2007 Henny Verhagen Stichting heet.

    Google Scholar 

  70. Aan de vakgroep van Eylard van Hall, met Annemiek Richters als leerstoelhoudster.

    Google Scholar 

  71. Boot en Knapen (1996), p. 233.

    Google Scholar 

  72. Vrouwenopvang De Helse Hex in 1988, Stichting Eetverslaving Nederland in 1989, Balsemien in 1990 en De Maan in 1992. Om welke redenen de subsidie stopte, was voor betrokkenen niet altijd navolgbaar. Zie Naezer, ‘De Maan’, dit boek; Noordenbos en Van Mens-Verhulst, ‘Aletta’, dit boek. Vergelijk Tiems, ‘Vhv in het overheidsbeleid’, dit boek.

    Google Scholar 

  73. Commissie Keuzen in de zorg, Kiezen en Delen. Advies in hoofdzaken (Rijswijk: Ministerie van Welzijn, volksgezondheid en Cultuur 1991).

    Google Scholar 

  74. Metis, Vrouwen kiezen met zorg. Congresverslag (Utrecht: Metis 1994).

    Google Scholar 

  75. Zie Boet, ‘Vereniging tegen Seksuele Kindermishandeling’, dit boek.

    Google Scholar 

  76. Zie Van Gorp, ‘Opleidingen Vhv’, dit boek.

    Google Scholar 

  77. Zie Noordenbos, ‘Mannenhulpverlening’, dit boek.

    Google Scholar 

  78. Zie Swart, ‘Lesbisch Specifieke Hulpverlening’, dit boek.

    Google Scholar 

  79. Zie Koster, ‘Targuia’, dit boek.

    Google Scholar 

  80. Zie Kortram, ‘Multicultureel werken’, dit boek.

    Google Scholar 

  81. Zie Van Mens-Verhulst, ‘Vrouwen(zelf)hulp’, dit boek.

    Google Scholar 

  82. Vincent Post, Jantine Oldersma en Joyce Outshoorn, ‘Overwinteren of geruisloze mobilisatie? Ontwikkelingen in “de” vrouwenbeweging in Nederland sinds de jaren negentig’, Tijdschrift voor Genderstudies, 2006, 9 (2), pp. 12–25.

    Google Scholar 

  83. Nora Holtrust, Aart Hendriks en Dorine Baudwin. De betekenis van artikel 12: Vrouwengedrag voor Nederland (Den Haag: VUGA 1996).

    Google Scholar 

  84. Janneke van Mens-Verhulst en Lies Schilder, ‘Beweging van de beweging: een epiloog met het oog op de toekomst’, in: Van Mens-Verhulst en Schilder (red.) Debatten in de vrouwenhulpverlening (Amsterdam: Babylon-de Geus 1994).

    Google Scholar 

  85. Zie ook Van Gorp, ‘Opleidingen Vhv’, dit boek.

    Google Scholar 

  86. Nonja Meintser, ‘Succes van de vrouwenhulpverlening’, in: Van Mens-Verhulst en Schilder (red.) Debatten in de vrouwenhulpverlening (Amsterdam: Babylon-de Geus 1994).

    Google Scholar 

  87. Sociologisch Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek.

    Google Scholar 

  88. Hiertoe heeft Laurent van der Maesen samen met Pauline Tomlow het initiatief genomen. Aan deze werkgroep namen naast die ene SISWO-man alleen vrouwen deel – uit hulpverlening, beleid en wetenschap. Aanvankelijk waren dat Dorine Bauduin, Helmi Goudswaard, Mieke den Hoed, Madelien Krips, Tieneke Koning, Riekje Kok, Mettiena Leemeijer, Nonja Meintser en Janneke van Mens-Verhulst. Later voegden Leonore Nicolai, Majone Steketee en Marine Verheggen zich nog bij hen.

    Google Scholar 

  89. Van Mens-Verhulst en Schilder (red.) (1994).

    Google Scholar 

  90. Irma Graveland (red.), De beweging in beweging. Debatten in de vrouwenhulpverlening. (Amsterdam: SISWO 1995)

    Google Scholar 

  91. Zie Koster, ‘Targuia’, dit boek; Kortram, ‘Multicultureel werken’, dit boek.

    Google Scholar 

  92. Majone Steketee, Katja van Vliet en Meta Flikweert, Seksespecifieke hulpverlening als meetlat voor een kwalitatief goede zorg. Deel I: Inventarisatie en ontwikkeling van kwaliteitsbeleid in de ggz vanuit shv. Deel II: Kwaliteitsinstrumenten vanuit het perspectief van seksespecifieke hulpverlening (Utrecht: Verwey-Jonker Instituut 2002).

    Google Scholar 

  93. M/V de factor Sekse in de gezondheidszorg. Het werd later onderdeel van het koepelprogramma. Diversiteit en op de uitvoering ervan werd toegezien door de commissie M/V, gender en seksualiteit in de gezondheidszorg. Zie ZonMw-projectenpoort op www.zonmw.collexis. net/shared/group/groupsummary/programmasummary.asp?groupitemid=115. Toegang 7-5-2008.

  94. Janneke van Mens-Verhulst en Marrie Bekker, ‘Argumenten voor een diversiteitsbewust curriculum in de gezondheids(zorg) wetenschappen’, Tijdschrift voor Genderstudies, 2005, 8 (2), pp. 44–50.

    Google Scholar 

  95. Linda Mans, Petra Verdonk en Toine Lagro-Janssen, ‘De integratie van de factor sekse in het basiscurriculum geneeskunde van het Umc St Radboud’, Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, 22 (5), 2003, pp. 235–243. Zie ook Kenniscentrum Sekse en Diversiteit in Medisch Onderwijs: www.kenniscentrumSDMO.nl. Toegang 31-3-2008.

  96. Nelleke Nicolai, Vrouwenhulpverlening en Psychiatrie (Amsterdam: Babylon-De Geus 1992).

    Google Scholar 

  97. Toine Lagro-Jansen en Greta Noordenbos (red.) Sekseverschillen in ziekte en gezondheid (Nijmegen: SUN 1997).

    Google Scholar 

  98. Helmi Goudswaard, Vrouwengroepen (Amsterdam: Van Gennep 1997).

    Google Scholar 

  99. Hanneke Rijken en Janny van Hulst, Therapiegroepen voor vrouwen (Houten: BSL 2005).

    Google Scholar 

  100. Elise Knoppert, Pieternel Kölling, Ines Sleeboom en Irene van Vliet (red.), Behandelingsstrategieën bij vrouwen in de Psychiatrie (Houten: BSL 2001).

    Google Scholar 

  101. Elsbeth Wolf, Vrouwenhulpverlening in praktijk (Amsterdam: Swp 2002).

    Google Scholar 

  102. Irene van Vliet, Elise Knoppert, Pieternel Kölling, Ines Sleeboom (red.) Vrouw & Leven (Houten: BSL 2006).

    Google Scholar 

  103. GenderBasic: Promoting Integration of Sex and Gender Aspects in Biomedical and Health-Related Research, themanummer, Gender Medicine, 2007, 4, supplement B.

    Google Scholar 

  104. Hanneke Felten in schriftelijke mededeling aan auteurs (2008).

    Google Scholar 

Download references

Authors

Editor information

Janneke van Mens-Verhulst Berteke Waaldijk

Copyright information

© 2008 Bohn Stafleu van Loghum

About this chapter

Cite this chapter

van Mens-Verhulst, J., Waaldijk, B. (2008). Vrouwenhulpverlening in Nederland. In: van Mens-Verhulst, J., Waaldijk, B. (eds) Vrouwenhulpverlening 1975-2000. Bohn Stafleu van Loghum, Houten. https://doi.org/10.1007/978-90-313-6307-0_1

Download citation

  • DOI: https://doi.org/10.1007/978-90-313-6307-0_1

  • Publisher Name: Bohn Stafleu van Loghum, Houten

  • Print ISBN: 978-90-313-5542-6

  • Online ISBN: 978-90-313-6307-0

  • eBook Packages: Dutch language eBook collection

Publish with us

Policies and ethics