Vom Eintritt in die Moderne Bis zum Zweiten Weltkrieg

  • Amand Berteloot
  • J. W. H. Konst
  • Lut Missinne
  • Ralf Grüttemeier
  • Maria-Theresia Leuker

Zusammenfassung

Im Dezember 1882 erschien in den Niederlanden ein Band Gedichten (Gedichte) von Jacques Perk. Das Buch enthielt unter dem Titel Mathilde einen Zyklus von 72 Sonetten und u.a. auch das Gedicht »Iris«. Der Anfang der 64 Verse von »Iris«, in denen die Götterbotin spricht, lautet:

Ik ben geboren uit zonnegloren

En een zucht van de ziedende zee

(Ich bin geboren aus dem Sonnenaufgang Und einem Seufzer der siedenden See)

Das Erscheinen dieses Gedichtbandes wurde und wird von vielen nicht nur als ein Wendepunkt in der niederländischen Literaturgeschichte gesehen, sondern als Beginn der modernen niederländischen Literatur überhaupt. Perk war 1881 im Alter von 22 Jahren gestorben. Die Gedichten wurden von Willem Kloos herausgegeben und in einer von ihm verfassten, ausführlichen Einleitung als Meilenstein präsentiert. Diese Einleitung war zugleich der Paukenschlag, mit dem sich die nach dem Jahrzehnt ihres Auftretens benannten Tachtigers (80er) auf die literarische Bühne begaben: Kloos, Albert Verwey und Frederik van Eeden, zu denen später noch Herman Gorter und Lodewijk van Deyssel hinzukamen. Von Gorter wird überliefert, er habe immer ein Exemplar von Perks Gedichten in der Tasche gehabt und »Iris« für eines der schönsten Gedichte gehalten, die er kannte.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Bibliographie

  1. Akker, Wiljan van den, Een dichter schreit niet. De poetica van M. Nijhoff, Utrecht 1985Google Scholar
  2. Akker, Wiljan van den / Dorleijn, Gillis, »Hoe lang duurt tachtig? Reproductie van normen en literatuurgeschiedschrijving«, in: Literatuurwetenschap tussen betrokkenheid en distantie, hg.v. Liesbeth Korthals Altes und Dick Schram, Assen 2000, S. 3–14Google Scholar
  3. Anbeek, Ton, De naturalistische roman in Nederland, Amsterdam 1982Google Scholar
  4. Bank, Jan / Buuren, Maarten van, 1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur, Den Haag 2000Google Scholar
  5. Brandt Corstius, J.C., Het poëtisch programma van Tachtig. Een vergelijkende Studie, Amsterdam 1968Google Scholar
  6. Buelens, Geert, Van Ostaijen tot heden. Zijn invloed op de Vlaamse poëzie, Nijmegen 2001Google Scholar
  7. Cornelissen, Micky, Poëzie is niet een spel met woorden. De criticus Willem Kloos temidden van zijn tijdgenoten, Nijmegen 2001Google Scholar
  8. Debbaut, Romain, Het naturalisme in de Nederlandse letteren, Leuven Amersfoort 1989Google Scholar
  9. Drijkoningen, F., e.a. (Hg.), Historische avantgarde, Amsterdam 1986Google Scholar
  10. Fokkema, Douwe / Ibsch, Elrud, Het modernisme in de Europese letterkunde, Amsterdam 1984Google Scholar
  11. Goedegebuure, Jaap, Op zoek naar een bezield verband. De literaire en maatschappelijke opvattingen van H. Marsman in de context van zijn tijd, Amsterdam 1981Google Scholar
  12. Grave, Jaap, Zulk vertalen is een werk van liefde. Bemiddelaars van Nederlandstalige literatuur in Duitsland 1890–1914, Nijmegen 2001Google Scholar
  13. Grüttemeier, Ralf, Hybride Welten. Aspekte der »Nieuwe Zakelijkheid« in der niederländischen Literatur, Stuttgart 1995Google Scholar
  14. Halsema, J.D.F van, Dit eene brein. Opstellen over werk en dichterschap van J.H. Leopold, Groningen 1999Google Scholar
  15. Johannes, Gerrit Jan, Geduchte verbeeldingskracht! Een onderzoek naar het literaire denken over de verbeelding — van Van Alphen tot Verwey, Amsterdam 1992Google Scholar
  16. Kamerbeek, J., Albert Verwey en het nieuwe classicisme. De richting van de hedendaagsche poëzie in zijn internationale context, Groningen 1966Google Scholar
  17. Kamerbeek, J., De poëzie van J.C. Bloem in Europees perspectief, 2. Aufl. Amsterdam 1979Google Scholar
  18. Kemperink, Mary, Het verloren paradijs. De literatuur en de cultuur van het Nederlandse fin de siècle, Amsterdam 2001Google Scholar
  19. Missinne, Lut, Kunst en leven, een wankel evenwicht. Ethiek en esthetiek: prozaopvattingen in Vlaamse tijdschriften en weekbladen tijdens het interbellum (1927–1940), Leuven / Amersfoort 1994Google Scholar
  20. Musschoot, Anne Marie (Hg.), Van Nu en Straks 1893–1901, ’s-Gravenhage 1982Google Scholar
  21. Oversteegen, J.J., Vorm of vent. Opvattingen over de aard van het literaire werk in de Nederlandse kritiek tussen de twee wereldoorlogen, Amsterdam 1969Google Scholar
  22. Vaessens, Thomas, Circus Dubio & Schroom. Nijhoff Van Ostaijen en de mentaliteit van het modernisme, Amsterdam / Antwerpen 1998Google Scholar
  23. Vervliet, R., »Van nu en straks, 1893–1901«, in: Van ›Arm Viaanderen‹ tot ›De voorstad groeit‹, 1888–1946. De opbloei van de Vlaamse literatuur van Teirlinck-Stijns tot L.P. Boon, hg. v. M. Rutten und J. Weisgerber, Antwerpen 1988, S. 11–225Google Scholar

Copyright information

© Springer-Verlag GmbH Deutschland 2006

Authors and Affiliations

  • Amand Berteloot
  • J. W. H. Konst
  • Lut Missinne
  • Ralf Grüttemeier
  • Maria-Theresia Leuker

There are no affiliations available

Personalised recommendations