Advertisement

Echografisch onderzoek in de urogynaecologie

  • M. A. Neeteson
Chapter
Part of the Praktische huisartsgeneeskunde book series (PHG)

Samenvatting

Binnen de urogynaecologie zijn anamnese en lichamelijk onderzoek van het grootste belang. Om tot een correcte diagnose en daarmee behandeling van de klacht te kunnen komen is het essentieel om hier ruim aandacht aan te besteden. Daarmee is dan ook een groot deel van de problematiek op te lossen. Soms blijkt dit echter niet voldoende en is er behoefte aan aanvullende diagnostiek. Echografie heeft hierin een belangrijke plaats ingenomen, niet alleen in de tweede lijn, maar zeker ook binnen de eerste lijn. In veel Nederlandse gebieden, maar helaas nog niet overal, is eerstelijns gynaecologische echografie beschikbaar voor de huisarts. Dit kan worden uitgevoerd in een eerstelijns diagnostisch centrum of in een ziekenhuis, maar het kan ook worden gedaan door de huisarts zelf. Hiervoor is wel specifieke expertise noodzakelijk en dit vergt investering in apparatuur, opleiding, oefening en nascholing. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de (on)mogelijkheden van (transvaginale) gynaecologische echografie. Voor de geïnteresseerde huisarts wordt duidelijk gemaakt voor welke indicaties en op welke momenten deze vorm van echografie kan worden ingezet. Dit hoofdstuk pretendeert geen schriftelijke echo-cursus te zijn. Hiervoor zijn een gedegen opleiding en uitgebreide oefening noodzakelijk [2, 7].

Literatuur

  1. 1.
    American College of Obstetricians and Gynecologists. ACOG committee opinion no. 734: the role of transvaginal ultrasonography in evaluating the endometrium of women with postmenopausal bleeding. Obstet Gynecol. 2018;131(5):e124–9.Google Scholar
  2. 2.
    Damen K. Transvaginale echografie (TVE). In: Veld CJ in ’t, Goudswaard AN, redactie. Handboek diagnostische verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Houten: Prelum Uitgevers BV; 2018. pag. 39–43.Google Scholar
  3. 3.
    Lindgaard K, Riisgaard L. Validation of ultrasound examinations performed by general practitioners. Scand J Prim Health Care. 2017;35(3):256–61.CrossRefGoogle Scholar
  4. 4.
    Meijer LJ, Bruinsma ACA, Pameijer AS, Hehenkamp WJK, Janssen CAH, Burgers JS, Opstelten W, De Vries CJH. NHG-Standaard vaginaal bloedverlies. 3e herziening. Huisarts Wet. 2014;57(8):406–14.Google Scholar
  5. 5.
    Mourits MJE, et al. Tamoxifen en gynaecologische bijwerkingen. Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:2315–20.Google Scholar
  6. 6.
    Versteeg M, Teunissen D. Echo na plaatsing hormoonspiraal meestal niet nodig. Huisarts Wet. 2017;11:607.Google Scholar
  7. 7.
    Van Vugt JMG, Haak MC, Oepkes D, Emanuel MH. Echoscopie in de verloskunde en gynaecologie. 4e druk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2016.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2020

Authors and Affiliations

  • M. A. Neeteson
    • 1
  1. 1.WerkendamNederland

Personalised recommendations