Advertisement

36 Oncologie

  • M.J. Heineman
  • J.L.H. Evers
  • L.F.A.G. Massuger
  • E.A.P. Steegers

Samenvatting

Kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen is een verzamelnaam voor een aantal zeer verschillende ziektebeelden die zowel qua preventie als qua behandeling en prognose zeer verschillen. Het merendeel van de vrouwen dat door genitale kanker getroffen wordt, is al wat ouder. Sommige ovariumtumoren en een deel van de cervixcarcinomen worden ook op jeugdiger leeftijd gezien.

In dit hoofdstuk worden de verschillende genitale maligniteiten systematisch besproken. Methoden voor detectie van de afwijking in een premaligne fase en het vroeg optreden van klachten leiden ertoe dat patiënten in een vroeg stadium behandeld kunnen worden en dus een goede kans hebben om te genezen, bijvoorbeeld bij cervix-, vulva- en corpuscarcinoom. Voor patiënten met een maligniteit waarbij dit niet het geval is, is de prognose meestal slecht, bijvoorbeeld bij ovarium- en tubacarcinoom. Voor alle genitale maligniteiten, met uitzondering van trofoblasttumoren, is de primaire behandeling chirurgisch. Bij trofoblasttumoren is chemotherapie de hoeksteen van de behandeling.

Combinatie van de chirurgische behandeling met radiotherapie en/of chemotherapie komt vaak voor. Hieruit blijkt dat gynaecologische oncologie een multidisciplinair vak is dat slechts optimaal kan worden uitgeoefend in teamverband.

Indien radicale of ultraradicale chirurgie geïndiceerd is, worden patiënten verwezen naar oncologische centra.

Kanker aan de genitalia heeft een grote invloed op het subjectief welbevinden van de patiënt. De behandeling kan soms ingrijpende gevolgen hebben voor het seksuele leven van de patiënt, op het gevoel van eigenwaarde en het zelfbeeld. Uiteraard heeft dit ook grote gevolgen voor haar partner. Hulpverleners dienen hierop vanaf het begin van de behandeling gespitst te zijn. Zo nodig dient voor dit aspect adequate hulpverlening georganiseerd te worden.

Een belangrijk deel van de oncologische zorg betreft vrouwen die niet meer van hun ziekte te genezen zijn. Zij zijn chronisch ziek en hebben optimale palliatieve zorg nodig. Deze zorg kan vaak goed door de specialist in samenwerking met de huisarts en de wijkverpleging of thuiszorg gegeven worden.

Literatuur

Algemeen

  1. Berek JS, Hacker NF. Practical gynecologic oncology. Baltimore: Williams and Wilkins, 1994.Google Scholar
  2. Heintz APM, Allen DG. Practical procedures for the gynecological oncologist. Amsterdam: Elsevier, 1998.Google Scholar
  3. Parker SL, Tong T, Bolden S, Mingo PA. Cancer statistics 1996. CA Cancer J Clin. 1996;46:5–28.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  4. Piver MS. Handbook of gynaecologic oncology. Boston: Little, Brown, 1996.Google Scholar
  5. Snijders-Keilholtz A. Side-effects following irradiation for gynecological tumors and methods to reduce or prevent small bowel treatment [proefschrift]. Leiden, 1993.Google Scholar

Maligne afwijkingen van de vulva

  1. ACOG Bulletin 186. Vulvar cancer. American College of Obstetrics and Gynecology. 1993.Google Scholar
  2. Ansink A. Het plaveiselcelcarcinoom van de vulva. Etiologie, therapie en prognose [proefschrift]. Utrecht, 1992.Google Scholar
  3. Benedet JL, Murphy KJ, Parry RN, Boys TA. Primary invasive carcinoma of the vagina. Obstet Gynecol. 1993;62:715–9.Google Scholar
  4. Herbst AL, Scully RE. Adenocarcinoma of the vagina in adolescence. Cancer. 1997;25:745–57.CrossRefGoogle Scholar
  5. Kagie M. Aspects of malignant progression of vulvar epithelial disorder [proefschrift]. Leiden, 1997.Google Scholar
  6. Treffers PE, Hanselaar AGJM, Helmerhorst ThJM, et al. Gevolgen van diethylstilbestrol in de zwangerschap: na 50 jaar nog steeds een actueel probleem. Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:675–80.PubMedGoogle Scholar
  7. Velden K van de. Some aspects of the management of squamous cell carcinoma of the vulva [proefschrift]. Utrecht, 1996.Google Scholar

Maligne afwijkingen van de cervix uteri

  1. ACOG Bulletin 138. Diagnosis management of invasive cervical cancer. American College of Obstetrics and Gynecology. 1989.Google Scholar
  2. Goldberg GL. Radical hysterectomy. In: Heintz APM, Allen DG, eds. Practical procedures for the gynecological oncologist. Amsterdam: Elsevier, 1998. p. 79–87.Google Scholar
  3. Hatch KD. Cervical cancer. In: Berek JS, Hacker NF, eds. Practical gynecologic oncology. Baltimore: Williams and Wilkins, 1994. p. 243–85.Google Scholar
  4. Heintz APM. The surgical principles of cervical and uterine cancer treatment. In: Heintz APM, Allen DG, eds. Practical procedures for the gynecological oncologist. Amsterdam: Elsevier, 1998. p. 71–9.Google Scholar
  5. Kenter G. Low stage carcinoma of the uterine cervix: aspects of etiology, treatment and prognosis [proefschrift]. Utrecht, 1991.Google Scholar
  6. Monaghan JM. Exenteration surgery. In: Heintz APM, Allen DG, eds. Practical procedures for the gynecological oncologist. Amsterdam: Elsevier, 1998. p. 87–97.Google Scholar
  7. Reid R. Preinvasive disease. In: Berek JS, Hacker NF, eds. Practical gynecologic oncology. Baltimore: Williams and Wilkins, 1994. p. 201–42.Google Scholar
  8. Samlal RAK. The Wertheim Okabayashi radical hysterectomy for early stage cervical carcinoma. Treatment results and identification of high risk groups [proefschrift]. Amsterdam, 1998.Google Scholar
  9. Visser O, Coebergh JWW, Schouten LJ, Dijck JAAM van, eds. Incidence of cancer in the Netherlands 1994. Sixth report of the Netherlands Cancer Registry. Utrecht: Vereniging van Integrale Kankercentra, 1997.Google Scholar
  10. Visser O, Coebergh JWW, Otter R, eds. Gynaecological tumours in the Netherlands 1989-1993. The Netherlands Cancer Registry. Utrecht: Vereniging van Integrale Kankercentra, 1997.Google Scholar

Maligne afwijkingen van het corpus uteri

  1. ACOG Bulletin 162. Carcinoma of the endometrium. American College of Obstetrics and Gynecology. 1991.Google Scholar
  2. Boronow SE, Morrow CP, Creasman WT, et al. Surgical staging in endometrial cancer: clinical pathologic findings of a prospective study. Obstet Gynecol. 1984;63:825–32.PubMedGoogle Scholar
  3. Creasman WT, Morrow CP, Bundy BN, et al. Surgical pathological patterns of endometrial cancer. Cancer. 1987;60:2035–41.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  4. Doorn L van. Studies naar de diagnostiek van endometriumcarcinoom bij vrouwen met postmenopauzaal bloedverlies [proefschrift]. Rotterdam, 2006.Google Scholar
  5. Einhorn N. Treatment of uterine sarcomas. In: Kavanagh JJ, Singletary SE, Einhorn N, DePetrillo AD, eds. Cancer in women. Malden: Blackwell, 1998.Google Scholar
  6. Hendrikson MR, Campson RL. Pure mesenchymal tumors of the uterine corpus. In: Fox H, ed. Textbook of obstetrical gynecological pathology. Edinburgh: Churchill livingstone, 1995. p. 519–77.Google Scholar
  7. Morrow CP, Bundy BN, Kurman RJ, et al. Relationship between surgical pathological risk factors and outcome in clinical stage I and II carcinoma of the endometrium: a gynecologic oncology group study. Gynecol Oncol. 1991;40:55–65.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  8. Trimbos JB, Maas CP, Ruiter MC de, et al. A nerve sparing radical hysterectomy: guidelines and feasibility in Western patients. Int J Gynaecol Cancer. 2001;11:180–6.CrossRefGoogle Scholar

Maligne tumoren van tuba en ovarium

  1. ACOG Bulletin 141. Cancer of the ovary. American College of Obstetrics and Gynecology. 1990.Google Scholar
  2. Benjamin I, Rubin SC. Management of early stage epithelial ovarian cancer. Obstet Gynecol Clin North Am. 1994;21:107–20.PubMedGoogle Scholar
  3. Hoskins PJ. Ovarian tumors of low malignant potential: borderline epithelial ovarian carcinoma. In: Lawton FG, Neijt JP, Svennerton KD, eds. Epithelial cancer of the ovary. BMJ. 1995:112–35.Google Scholar
  4. McGuire WP, Hoskins WJ, Brady MF, et al. Cyclophosphamite and cisplatin compared with paclitaxel and cis-platin in patients with a stage III and IV ovarian cancer. N Engl J Med. 1996;34(1):1–6.CrossRefGoogle Scholar
  5. National Institute of Health Consensus. Development conference on ovarian cancer: screening, treatment and follow-up. Gynecol Oncol. 1994;55:s1–73.Google Scholar
  6. Schueler J. Early ovarian carcinoma, surgical staging and prognostic factors [proefschrift]. Leiden, 1998.Google Scholar
  7. Trimbos JB, Hacker NF. The case against aspirating ovarian cysts. Cancer. 1993;72:828–31.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  8. Trimbos JB, Bolis G. Guidelines for surgical staging of ovarium cancer. Obstet Gynecol Surv. 1994;49:814–6.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Trofoblasttumoren

  1. ACOG Bulletin 178. Management of gestational trofoblastic disease. American College of Obstetrics and Gynecology. 1993.Google Scholar
  2. DuBeshter B, Berkowitz RS, Goldstein DP, et al. Metastatic gestational trofoblastic disease: experience at the New England trofoblastic disease centre 1965-1985. Obstet Gynecol. 1987;69:6–30.Google Scholar

Palliatieve zorg

  1. Doyle E, Hanks GWC, McDonald N, eds. Oxford textbook of palliative medicine. New York: Oxford University Press, 1993.Google Scholar
  2. Randal F, Downie RS. Palliative care ethics. Oxford: Oxford University Press, 1996.Google Scholar
  3. Waller A, Caroline NL. Handbook of palliative care in cancer. Boston: Butterworth/Heinemann, 1996.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 2016

Authors and Affiliations

  • M.J. Heineman
    • 1
  • J.L.H. Evers
    • 2
  • L.F.A.G. Massuger
    • 3
  • E.A.P. Steegers
    • 4
  1. 1.Academisch Medisch CentrumAmsterdam
  2. 2.Maastricht Universitair Medisch CentrumMaastricht
  3. 3.Universitair Medisch Centrum St RadboudNijmegen
  4. 4.Erasmus MCRotterdam

Personalised recommendations