Advertisement

Fonetografie

juni 2001
  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • P.H.O. Dejonckere
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers

Samenvatting

‘In de fonetografie registreert men de laryngale mogelijkheden aan de hand van de fundamentele frequentie en de intensiteit. Op de horizontale as van het fonetogram worden de hoogste en de laagste frequentiewaarden, waarop de stembanden in trilling gebracht kunnen worden, genoteerd. Op de verticale as registreert men de maximale en minimale intensiteitswaarden, waarop men een klank onder gecontroleerde voorwaarden wat betreft klinkerproductie, mondopening en microfoonafstand tot de mond, kan produceren’ (Schutte & Seidner, 1983).

Literatuur

  1. Calvet, I., & Malhiac, G. (1952). Courbes vocales et mue de la voix. J. Franc. Otorhino– Laryngol, 1: 115–12.Google Scholar
  2. Damsté, P.H. (1970). The phonetogram. Pract Otorhinolanryngo., 32: 185–187.Google Scholar
  3. Gramming, P. (1988). The phonetogram: an experimental and clinical study. Doctoral dissertation. Malmö.Google Scholar
  4. Gross, M. (1980). Stimmfeldmessung, eine objektivere Methode der Stimmdiagnostik. Sprache–Stimme–Gehör, 4: 100–101.Google Scholar
  5. Heylen, L. (1997). De klinische relevantie van het fonetogram. Doctoraal proefschrift. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.Google Scholar
  6. Heylen, L. e.a. (1998). Evaluation of the vocal performance of children using a voice range profile index. J. Speech Lang. Hear Res., 41(2): 232–238.Google Scholar
  7. Heylen, L. e.a. (1998). Fonetogramkarakteristieken voor jongens en meisjes met gezonde stemmen en met stemplooinoduli. Stem–, Spraak– en Taalpathologie, 8(1): 1–10.Google Scholar
  8. Heylen, L. e.a. (2000). Normative voice range profiles of male and female teachers (submitted).Google Scholar
  9. Schultz–Coulon, H.I. (1990). Stimmfeldmessung. Berlin, Heidelberg: Springer–Verlag.Google Scholar
  10. Schutte, H.K., & Seidner, W. (1983). Recommandation by the Union of European phoniatricians (uep): standardizing voice area measurement/phonetography. FoliaPhoniatrica, 35: 262–278.Google Scholar
  11. Stout, B. (1938). The harmonic structure of vowels in singing in relation to pitch and intensity. J. Acoust. Soc. Am., 10: 137–146.Google Scholar
  12. Sundberg, J. (1987). Phonatory breathing–physiology behind vocal pedagogy. J. Res. Singing, 10: 3–21.Google Scholar
  13. Vogelsanger, G.T. (1954). Experimentelle Prüfung der Stimmleistung beim Singen. Folia Phoniatrica, 6: 193–227.Google Scholar
  14. Wolf; S.K., & Stanley, D. (1935). Quantitative studies on the singing voice. J. Acoust. Soc. Am., 6: 255–266.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 2014

Authors and Affiliations

  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • P.H.O. Dejonckere
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers

There are no affiliations available

Personalised recommendations