Advertisement

Therapie afwijkend mondgedrag

oktober 2000
  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers

Samenvatting

Een keuze voor een therapeutische techniek voor de aanpak van mondademen wordt vooral bepaald door de patiëntkenmerken (ernst–complexiteit, leeftijd, interesse, motivatie, aandacht–concentratie) en door de opleiding en de persoonlijke voorkeur van de therapeut. Er wordt zowel met hulpmiddelen als met oefentherapie gewerkt. Het gaat dan om oral screens, lippleisters en neusverwijdende middelen. Een oral screen is een mondscherm dat in het vestibulum oris, de ruimte tussen de lippen en de tanden, geplaatst wordt. De lippleisters en neusstrips worden gebruikt om de oefeninspanningen van de dag niet verloren te laten gaan tijdens de nacht (Garliner, 1974; Owman–Moll & Ingervall, 1984; Idema & Damsté, 1994; Petruson & Theman, 1996).

Literatuur

  1. Azrin, N.H., & Nunn, R.G. (1973). Habit reversal: A method to eliminating nervous habits and tics. Behavior Research and Therapy, 11, 619–628.CrossRefGoogle Scholar
  2. Barrett, R.H., & Hanson, M.L. (1978). Oral myofunctional disorders. St. Louis: Mosby Company.Google Scholar
  3. Breitwieser, H.G. (1988). Altersangepasste myofunktionelle Therapie. Logopedie en Foniatrie, 60, 362–366.Google Scholar
  4. Coussens, A., Gillis, M., & Peleman, A. (1999). Foei die duim! Realisatie van een project in functie van primaire, secundaire en tertiaire preventie van duimzuigen. Logopedie en Audiologie, 29, 78–82.Google Scholar
  5. Garliner, D. (1974). Myofunctional therapy in dental practice. Abnormal swallowing habits: diagnosis – treatment: a course of study for the dental practitioner and speech pathologist. Florida: Institute of myofunctional therapy.Google Scholar
  6. Hanson, M.L., & Barrett, R.H. (1988). Fundamentals of orofacial myology. Springfield: Thomas.Google Scholar
  7. Haryett, R.D.e.a. (1967). Chronic thumb–sucking: the psychologic effects and the relative effectiveness of various methods of treatment. American Journal of Orthodontics, 53, 569–585.CrossRefGoogle Scholar
  8. Idema, N.K., & Damsté, P.H. (1994). Habitueel mondademen. Een terreinverkenning. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  9. Jansonius–Schultheiss, K., Coppenolle, L. Van, & Beyaert, E. (1996). Afwijkende mondgewoonten. Inleiding onderzoek en behandeling. Leuven: Acco.Google Scholar
  10. Kuijpers–Jagtman, A.M. (1989). Gevolgen van zuiggewoonten voor de ontwikkeling van het tandkaakstelsel. Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde, 96, 256–258.Google Scholar
  11. Lembrechts, D. e.a. (1999). Effect of a logopedic instruction program after adenoidectomy on open mouth posture: a single–blind study. Folia Phoniatrica et Logopaedica, 96, 117–123.CrossRefGoogle Scholar
  12. Nellensteijn, G. (1998). De Position Trainer. Logopedie en Foniatrie. 70, 123–126.Google Scholar
  13. Norman, R.A. van (1997). Digit sucking: a review of the literature, clinical observations and treatment recommendations. International Journal of Orofacial Myology, 23, 14–34.Google Scholar
  14. Owman–Moll, P., & Ingervall, B. (1984). Effect of oral screen treatment on dentition, lip morphology, and function in children with incompetent lips. American Journal of Orthodontics, 85, 37–46.CrossRefGoogle Scholar
  15. Peterson, A.L., Campise, R.L., & Azrin, N.H. (1994). Behavioral and Pharmacological Treatments for Tic and Habit Disorders: A review. Developmental and Behavioral Pediatrics, 15, 430–441.CrossRefGoogle Scholar
  16. Petruson, B., & Theman, K. (1996). Reduced nocturnal asthma by improved nasal breathing. Acta Otolaryngologica, 116, 490–492.CrossRefGoogle Scholar
  17. Pierce, R.B. (1993). Swallow right. An exercise program to correct swallowing patterns. Tucson: Communication skill builders.Google Scholar
  18. Teunissen, F.C.C. (1995). Schadelijke mondgewoonten. Logopedische en tandheelkundige aspecten. Leuven: Acco.Google Scholar
  19. Thiele, E. (1992). Myofunktionelle Therapie. In der Anwendung. Heidelberg: Hüthig.Google Scholar
  20. Zee–Zetstra, J. van der (1991). Instructieprogramma mondgewoonten. Mondje open? Mondje dicht. Doetinchem: Edudesk.Google Scholar
  21. Zickenfoose, W.E. (1983). Oral myofunctional therapy within the dental office. In J.L. Hockel, Orthopaedic Gnathology. Chicago: Quintessence.Google Scholar

Aanbevolen literatuur

  1. Garliner, D. (1974). Myofunctional therapy in dental practice. Abnormal swallowing habits: diagnosis – treatment: a course of study for the dental practitioner and speech pathologist. Florida: Institute for myofunctional therapy.Google Scholar
  2. Hanson, M.L., & Barrett, R.H. (1988). Fundamentals of orofacial myology. Springfield: Thomas.Google Scholar
  3. Idema, N.K., & Damsté, P.H. (1994). Habitueel mondademen. Een terreinverkenning. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  4. Jansonius–Schultheiss, K., Coppenolle, L. Van, & Beyaert, E. (1996). Afwijkende mondgewoonten. Inleiding onderzoek en behandeling. Leuven: Acco.Google Scholar
  5. Pierce, R.B. (1993). Swallow right. An exercise program to correct swallowing patterns. Tucson: Communication skill builders.Google Scholar
  6. Stes, R. (1997). Articulatiestoornissen. Fenomenen, oorzaken en behandeling. Leuven: Acco.Google Scholar
  7. Teunissen, F.C.C. (1995). Schadelijke mondgewoonten. Logopedische en tandheelkundige aspecten. Leuven: Acco.Google Scholar
  8. Thiele, E. (1992). Myofunktionelle Therapie. In der Anwendung. Heidelberg: Hüthig.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 2014

Authors and Affiliations

  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers

There are no affiliations available

Personalised recommendations