Advertisement

Diagnostiek van perifere articulatiestoornissen

juli 2006
  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers

Samenvatting

Een logopedisch onderzoek bij kinderen met uitspraakproblemen zal beginnen met het verkrijgen van een algemene indruk door de (logopedist) onderzoeker via luisteren en kijken naar de cliënt. Aan de hand daarvan ontstaat een hypothese die leidt tot verder onderzoek. Vaak zal de hypothese perifere articulatiestoornis in eerste instantie geverifieerd worden door een klankinventarisatie aan de hand van een test met drie te onderzoeken aspecten van articulatie. Hierbij kan gekeken worden welke klanken er geproduceerd kunnen worden (eventueel als losse klank en in een woord), welke klanken niet gemaakt worden en welke klanken op een afwijkende manier worden gemaakt. Daarbij is het ook van belang te letten op de compensatiemogelijkheden bij het maken van klanken. Het Utrechts Articulatie Onderzoek (Peddemors, 1977) is een bekende driepositietest. In de loop der jaren zijn er vergelijkbare onderzoeken uitgegeven, bijvoorbeeld het onderzoek bij logo-art, (Baarda, 2001), die alle uitgaan van een inventarisatie van de spraakklanken van het Nederlands. Het noteren van de mogelijkheden om plaats, wijze en stemhebbendheid te realiseren ondersteunt de uiteindelijke diagnostiek (zie ook Rietveld, 2000: tabel 5 en 6).

Literatuur

  1. Baarda, D., Boer-Jongsma, N. de & Haasjes-Jongsma, W. (2001). logo-art Basisprogramma. Axel: baert.Google Scholar
  2. Borsel, J. van (2001). Fonetische articulatiestoornissen. In H.F.M. Peters e.a. (red.). Handboek Stem-Spraak-Taalpathologie (katern B3.1.1). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  3. Buckendorf, G. R., & Gordon, C.J. (2002). Speech-Mechanism Assessment. Introduction to Clinical Methods in Communication disorders. Baltimore: Paul H. Brookes.Google Scholar
  4. Jansonius-Schultheiss, K., Van Coppenolle, L., & Beyaert, E. (1996). Afwijkende Mondgewoonten. Inleiding Onderzoek en Behandeling. Leuven: Acco.Google Scholar
  5. Lambert, L. (2002). Dysartrie. In H.F.M. Peters e.a. (red.). Handboek Stem-Spraak-Taalpathologie (katern B5). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  6. Peddemors-Boon, M., Meulen, Sj. van der & Vries, A.K. de (1977). Utrechts Artikulatie Onderzoek. Amsterdam: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  7. Qvarnstrom, M.J., Jaroma, S.M., & Laine, M.T. (1994). Changes in the Peripheral Speech Mechanism of Children From the Age of 7 to 10 Years (1). Folia Phoniatrica Logopaedica, 46(4), 193-202.Google Scholar
  8. Rietveld, A.C.M. (2000). De productie van spraak. In H.F.M. Peters e.a. (red.). Handboek Stem-Spraak-Taalpathologie (katern A6.1). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  9. Stes, R. (2000). Articulatiestoornissen. Fenomenen, Oorzaken en Behandeling. Leuven: Acco.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 2014

Authors and Affiliations

  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers

There are no affiliations available

Personalised recommendations