Advertisement

Fonetische articulatiestoornissen

juni 2001
  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers
Chapter

Samenvatting

Sprekers van een taal maken gebruik van een set van klanken om te kunnen communiceren. Het Nederlands kent ongeveer 35 verschillende klanken. Bij de verwerving van de moedertaalleert een kind elk van die klanken in de loop der tijd correct produceren. Bovendien leert het deze klanken ook combineren tot betekenisvolle syllaben en woorden. Sommige kinderen blijken echter problemen te ondervinden bij het correct leren produceren en/of gebruiken van de moedertaalklanken. Dergelijke problemen bij de verwerving van spraakklanken noemt men heel algemeen articulatiestoornissen.

Literatuur

  1. Bernthal, J.E., & Bankson, N.W. (1981). Articulation disorders. Englewood Cliffs, N.J.: Prentice Hall.Google Scholar
  2. Carrell, J.A. (1968). Disorders of articulation. Englewood Cliffs, N.J.: Prentice Hall.Google Scholar
  3. Erlings–van Deurse, M., Freriks, A., Goudt–Bakker, K., Meulen, Sj., van der, & Vries, L. de (1993). Dyspraxie programma. Therapieprogramma voor kinderen met kenmerken van een verbale ontwikkelingsdyspraxie. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  4. Goorhuis–Brouwer, S.M. (1981). Niet vanzelfsprekend. Taalontwikkelingsstoornisssen en afasie bij kinderen. Groningen: Wolters–NoordhoffGoogle Scholar
  5. Grunwell, P. (1981). The nature of phonological disability in children. London: Academic Press.Google Scholar
  6. Grunwell, P. (1982). Clinical phonology. Londen: Croom Helm.Google Scholar
  7. Ingram, D. (1976). Phonological disability in children. Londen: Edward Arnold.Google Scholar
  8. Johnson, J.P. (1980). Nature and treatment of articulation disorders. Springfield: Charles C. Thomas.Google Scholar
  9. Leske, M. (1981). Prevalence estimates of communicative disorders in the us. asha, 23: 217–228.Google Scholar
  10. Luchsinger, R., & Arnold, G.E. (1959). Handbuch der Stimm– und Sprachheilkunde. Wenen/New York: Springer Verlag.Google Scholar
  11. Mecham, M.J. (1986). Cerebral palsy. Austin: Pro–ed.Google Scholar
  12. Mesner, A.H., Lalakea, M.L., Aby, J., Macmahon, J., & Bair, E. (2000). Ankyloglossia: Incidence and associated feeding difficulties. Archives of Otolaryngology, Head and Neck Surgery, 126: 36–39.Google Scholar
  13. Milisen, R. (1971). The incidence of speech disorders. In: L.E. Travis (ed.), Handbook of speech pathology and audiology. New York; Appleton Century Crofts.Google Scholar
  14. Nienaber, G.S. (1963). The origin of the name ‘hottentot’. African Studies, 22: 65–90.Google Scholar
  15. Powers, M.H. (1975). Functional disorders of articulation; symptomatology and etiology. In; L.E. Travis (ed.), Handbook of speech pathology. New York; Appleton Century Crofts.Google Scholar
  16. Schwarz, R.G. (1983). Diagnosis of speech sound disorders in children. In: I.J. Meitus & B. Weinberg (eds), Diagnosis in speech–language pathology (pp. 113–149). Baltimore; University Park Press.Google Scholar
  17. Shprintzen, R.J., & Bardach, J. (1995). Cleft palate speech management. Missouri: Mosby.Google Scholar
  18. Van Borsel, J., Morlion, B., Van Snick, K., & Leroy, J. (2000). Articulation in Beckwith–Wiedemann syndrome: Two case studies. American Journal of Speech–Language Pathology 9: 202–213.Google Scholar
  19. Weiss, C.E., Gordon, M.E., & Lillywhite, H.S. (1987). Clincial management of articulatory and phonologic disorders. Baltimore: Williams & Wilkins.Google Scholar
  20. Winitz, H. (1969). Articulatory acquisition and behavior. New York: Appleton Century Crofts.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 2014

Authors and Affiliations

  • H.F.M. Peters
  • R. Bastiaanse
  • J. Van Borsel
  • K. Jansonius-Schultheiss
  • Sj. Van der Meulen
  • B.J.E. Mondelaers

There are no affiliations available

Personalised recommendations