Advertisement

Alternatieve voeding

(december 1999)
  • P.C. Dagnelie

Abstract

Het begrip ‘alternatief’ betekent zoveel als ‘afwijkend van wat gangbaar is’. ‘Alternatieve voeding’ is een verzamelnaam voor verschillende voedingswijzen die zowel variëren in achterliggende gedachten als in concreet voedingsgedrag. Gemeenschappelijke kenmerken zijn het beperken van de consumptie van dierlijke producten en het prefereren van biologisch geteelde voedingsmiddelen.

De gezondheidseffecten van alternatieve voedingswijzen verschillen al naar gelang de toegepaste richtlijnen. De richtlijnen van de ecologische en antroposofische (ook wel biologisch–dynamische) voeding staan relatief dicht bij de Richtlijnen Goede Voeding van het Voedingscentrum. Bij de macrobiotische voeding hangen de gezondheidseffecten sterk af van de gevolgde richting. In de klassieke, streng doorgevoerde, macrobiotiek bestaat een groot risico op tekorten. Tegenwoordig worden de veel flexibeler richtlijnen van de Nederlandse Macrobiotische Vereniging gevolgd, zodat de risico’s op tekorten van de macrobiotische voeding niet groter zijn dan die van de veganistische voeding.

Een belangrijk praktisch punt waarmee artsen en diëtisten geconfronteerd kunnen worden, is dat bij veel mensen de voeding afwijkt van de richtlijnen van de betreffende richting. In feite heeft ieder individu zijn/haar eigen voeding en ook zijn/haar eigen opvattingen, normen en waarden over voeding. Een nauwkeurige anamnese is dus essentieel. Hiervoor is het van belang over enige kennis van de desbetreffende voedingwijze te beschikken: de hulp van een diëtist of voedingskundige is veelal onontbeerlijk.

Literatuur

  1. Anoniem (1989). Season, latitude and ability of sunlight to promote synthesis of vitamin D3 in skin. Nutr Rev 47: 252–253.Google Scholar
  2. Burr, M.L. en Butland, B.K. (1988). Heart disease in British vegetarians. Am J Clin Nutr 48: 830–832.Google Scholar
  3. Centrum voor Landbouwpublicaties en Landbouwdocumentatie (1977). Alternatieve landbouwmethoden. Inventarisatie, evaluatie en aanbevelingen voor onderzoek. Eindrapport van de Commissie Onderzoek Biologische Landbouwmethoden. Wageningen: Centrum voor Landbouwpublicaties en Landbouwdocumentatie (Pudoc).Google Scholar
  4. Dagnelie, P.C. (1990). Gezonde voeding voor lichaam en geest. Deventer: Ankh–Hermes.Google Scholar
  5. Dagnelie, P.C. en Staveren, W.A van (1994). Macrobiotic nutrition and child health: results of a population–based, mixed– longitudinal cohort study in The Netherlands. Am J Clin Nutr 59 (suppl): 1187S–1196S.Google Scholar
  6. Dagnelie, P.C., Staveren, W.A. van en Berg, H. van den (1991). Vitamin B12 from algae appears not to be bio– available. Am J Clin Nutr 53: 695–697.Google Scholar
  7. Dagnelie, P.C., Staveren, W.A. van, Vergote, F.J.V.R.A. en Hautvast, J.G.A.J. (1990). Voedingsinterventie en follow–up– onderzoek bij macrobiotisch gevoede kinderen van 1 tot 2 jaar. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 134: 341–345.Google Scholar
  8. Kushi, M. (1978). Makrobiotiek, de universele weg van gezondheid en geluk. Deventer: Ankh–Hermes.Google Scholar
  9. Romijn, J. (1976). Op het breukvlak van twee eeuwen. De westerse wereld rond 1900. Amsterdam: Querido.Google Scholar
  10. Staveren, W.A. van, Dhuyvetter, J.H.M., Bons, A., Zeelen, M. en Hautvast, J.G.A.J. (1985). Food consumption and height/weight status of Dutch preschool children on alternative diets. J Am Diet Assoc 85: 1579–1584.Google Scholar
  11. Voedingsraad (1988). Advies inzake alternatieve voeding. Rapport Commissie Alternatieve Voeding van de Voedingsraad. Den Haag.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 2013

Authors and Affiliations

  • P.C. Dagnelie
    • 1
  1. 1.Universiteit MaastrichtNetherlands

Personalised recommendations