Advertisement

Diagnostic and Statistical Manual of mental disorders (DSM)

  • Ria Borra
Chapter

Abstract

Wanneer we ons bezinnen op de betekenis van de diagnose in de geestelijke gezondheidszorg, worden we onmiddellijk geconfronteerd met het Diagnostic and Statistical Manual of mental disorders (‘de DSM’). Op het moment waarop dit boek verschijnt, wordt de vierde editie van de DSM (APA, 1994) gebruikt als meerassig classificatiesysteem voor psychiatrische stoornissen. De vijf assen hebben betrekking op verschillende facetten van de classificatie (Henselmans, 1995). Op as I worden klinische syndromen genoteerd, te specificeren naar ernst en beloop. Ook andere klachten of problemen die op de voorgrond staan kunnen hier als hoofddiagnose worden genoteerd. Persoonlijkheidsstoornissen en zwakzinnigheid worden genoteerd op as II. Op as III vindt men eventuele somatische ziekten en aandoeningen, voor zover deze relevant zijn. Psychosociale problemen in relaties of met de omgeving worden in V-codes op as IV genoteerd. Deze V-codes zijn dus andersoortige problemen die een reden voor zorg kunnen zijn en verwijzen niet naar psychiatrische diagnosen. As V is de GAF-schaal (global assessment of functioning). Deze schaal loopt van 0 tot 100. De score staat voor het feitelijk functioneren van de patiënt waarbij de ernst van de symptomen meegewogen wordt.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. American Psychiatric Association (1994). Diagnostic and Statistical Manual of mental disorders (fourth edition). Washington: American Psychiatric Press.Google Scholar
  2. American Psychiatric Association (1995). Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  3. American Psychiatric Association (2000). DSM-IV. Text revision. Washington: American Psychiatric Press.Google Scholar
  4. Bijl, R.V., Zessen, A. van, Ravelli, C., Rijk, Y. de & Langendoen, A. (1997). Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESISonderzoek II. Prevalentie van psychiatrische stoornissen. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 141, 2453–2460.PubMedGoogle Scholar
  5. Brink, W. Van Den & Yperen, T.A. van (1999). Classificatie in de psychiatrische epidemiologie. In: A. de Jong, W. van den Brink, J. Ormel & D. Wiersma, Handboek psychiatrische epidemiologie (p. 70–83). Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom.Google Scholar
  6. Brinkgreve, C. (1991). Waanzin en vrouwen: ter inleiding. In: W. Jansen & C. Brinkgreve (red.), Waanzin en vrouwen (p. 7–20). Amsterdam: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  7. Brinkgreve, C. (1992). De vrouw en het badwater. Over de lusten en de lasten van het (moderne) vrouwenleven. Amsterdam: Meulenhoff.Google Scholar
  8. Fernando, S. (1986). Depression in ethnic minorities. In: J.L. Cox (Ed.), Transcultural psychiatry (p. 107–138). London: Croon Helm.Google Scholar
  9. Groenendijk, H. (1998). Werken en zorgen: de moeite waard. Een onderzoek naar het welbevinden van buitenshuis werkende moeders. Utrecht: Jan van Arkel.Google Scholar
  10. Henselmans, H. (1995). De DSM-IV: een plaatsbepaling. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 50, 483–499.Google Scholar
  11. Jong, J.T.V.M. de (1992a). Het universalismedebat aan de hand van twee cultuurgebonden syndromen. Naar een nieuw paradigma in de vergelijkende psychiatrie. Tijdschrift voor Psychiatrie, 34, 685–698.Google Scholar
  12. Jong, J.T.V.M. de (1992b). Universalisme versus particularisme: van een achterhaalde leerstelling naar een nieuwe onderzoeksmethodologie. In: J.V.T.M. de Jong & R.J.M. Wesenbeek (red.), Ver-vreemd of vreemdeling? Naar een interculturele geestelijke gezondheidszorg in Nederland (p. 16–29). Amsterdam: Koninklijk Instituut voor de Tropen.Google Scholar
  13. Jong, J.T.V.M. de (1996). Psychodiagnostiek met behulp van DSM of ICD: classificeren of nuanceren? In: J.V.T.M. de Jong & M. van den Berg (red.), Transculturele psychiatrie en psychotherapie (p. 147–163). Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  14. Jongedijk, R. (2001). Psychiatrische diagnostiek en het DSM-systeem. Een kritisch overzicht. Tijdschrift voor Psychiatrie. 45, 309–320.Google Scholar
  15. Kaasenbrood, A. & Schnabel, P. (1993). De ontwikkeling van de DSM als diagnostisch classificatiesysteem. In: C.A.L. Hoogduin e.a. (red.), Jaarboek voor psychiatrie en psychotherapie 1992–1993 (p. 71–83). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  16. Kleinman, A. (1977). Depression, somatization and the new cross-cultural psychiatry. Social Science & Medicine, 11, 3–10.CrossRefGoogle Scholar
  17. Kleinman, A. (1987). Anthropology and psychiatry – the role of culture in crosscultural research on illness. British Journal of Psychiatry, 151, 447–454.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  18. Kortmann, F. (1989). Psychiatrische ziekten: universeel of cultuurgebonden? Een spanningsveld in de transculturele psychiatrie. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 44, 16–30.Google Scholar
  19. Kortmann, F.A.M. & Horn. G.H.M.M. ten (1999). Psychiatrische problemen van allochtonen in Nederland. In: A. de Jong, W. van den Brink, J. Ormel & D. Wiersma (red.), Handboek psychiatrische epidemiologie (p. 442–454). Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom.Google Scholar
  20. Mezzich, J., Kirmayer, L., Kleinman, A., Fabrega Jr., H., Parron, D., Good, B., Keh-Ming Lin & Manson, S. (1999). The place of Culture in DSM-IV. Journal of Nervous and Mental Disease, 187, 457–465.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  21. Nicolai, N. (1991). Vrouwen en psychiatrische diagnostiek, een kritische beschouwing over de DSM-III. In: W. Jansen & C. Brinkgreve (red.), Waanzin en vrouwen (p. 57–74). Amsterdam: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  22. Nicolai, N. (1992). Vrouwenhulpverlening en psychiatrie. Amsterdam: SUAGoogle Scholar
  23. Noordenbos, G. (1987). Onbegrensd lijnen. Een onderzoek naar culturele en seksespecifieke factoren in de ontwikkeling van anorexia nervosa. Leiden: DSWO Press.Google Scholar
  24. Noordenbos, G. (1990). Eetstoornissen, preventie en therapie. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  25. Orbach, S. (1978). Mooi dik is niet lelijk. Baarn: Anthos.Google Scholar
  26. Orbach, S. (1984). Dik zijn als uiting van protest: een feministische handleiding voor het overwinnen van dwangmatig eten. Baarn: Anthos.Google Scholar
  27. Praag, H. van (1999). Een nieuwe heilige koe van de psychiatrie. Directieve therapie, 19, 85–93.Google Scholar
  28. Richters, J.M. (1988). Psychiatrische classificering en geestelijke gezondheid: een feministische-antropologische kritiek. In: J. Rolies (red.), De gezonde burger (p.8–52). Nijmegen: SUN.Google Scholar
  29. Richters, J.M. (1991). De medisch antropoloog als verteller en vertaler. Heemstede: Smart.Google Scholar
  30. Richters, J.M. (1996). De ezel, de koekoek en de Nachtegaal. Vrouw, depressie en cultuur. In: E. van Meekeren, A. Limburg-Okken & R. May (red.), Culturen binnen psychiatriemuren IV (p. 13–22). Oegstgeest: APZ Endegeest.Google Scholar
  31. Strien, T. van (1991). Hysterie, depressie en anorexia nervosa: typische vrouwenziekten? In: W. Jansen & C. Brinkgreve (red.), Waanzin en vrouwen (p. 21–57). Amsterdam: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  32. Swaan, A. de (1982). De mens is de mens een zorg. Amsterdam: Meulenhoff.Google Scholar
  33. Watzalawick, P., Weakland, J.H. & Fisch, R. (1987). Het kan anders. Over het onderkennen en oplossen van menselijke problemen. Deventer: Van Loghum Slaterus.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 2002

Authors and Affiliations

  • Ria Borra

There are no affiliations available

Personalised recommendations