Advertisement

Hoofdstuk 4 Zorgvragers voor en na een chirurgische ingreep

  • E.M. Sesink
  • J.H.J. de Jong

Samenvatting

Chirurgische behandelingen komen voor bij mannen en vrouwen, bij mensen uit verschillende culturen en bij mensen van alle leeftijden. De kenmerken van de chirurgische zorgvrager worden bepaald door de persoon zelf, zijn achtergrond, zijn leeftijd, de reden van de operatie, de lichamelijke conditie, psychologische factoren, eventuele andere ziekten en lichamelijke beperkingen of handicaps. Ook eerdere behandelingen en ziekenhuisopnamen maken dat zorgvragers op een bepaalde manier kunnen reageren op een operatie.

Litratuur

  1. Acuut optredende verwardheid. (1991). Verpleegkundige Wetenschappelijke raad. Utrecht, CBO.Google Scholar
  2. AZG (1998). Handleiding voorlichting infarctpatiënten (recensie). Cordiaal, 19, 2, 63.Google Scholar
  3. Boeke, S. en Verhage, E. (1984). Angst voor de narcose. Tijdschrift voor ziekenverpleging, 37, 16, 505-507.Google Scholar
  4. Breton, S. (1988). Angst als Krankheit. Stuttgart: Hippokrates.Google Scholar
  5. Campbell, E.B., e.a. (1987). Na de val – verwardheid. Verpleegkundig Perspectief, 1987-3, 328-336.Google Scholar
  6. CBO (1995). Verpleegkundige patiëntenvoorlichting bij operatieve ingrepen. Utrecht: CBO.Google Scholar
  7. Donius, M. en Rader, J. (1995). Herijken van het gebruik van onrusthekken. Verpleegkundig Perspectief, 1995-5, 56-61.Google Scholar
  8. Donner, G. (1992). Goed verzorgd beter gevoel. TVZ, nr. 15, 540-541.Google Scholar
  9. Edmondson, M. e.a. (1995). Day surgery: handling patients complaints. Nursing Standard, nr. 47, 25-28.Google Scholar
  10. Frederix, M. (1998). Verschuivingen van zorg: de rol van de CARA-verpleegkundige. CARA bulletin, 7, 1, 2-4.Google Scholar
  11. Hitch, S. (1994). Cognitieve benaderingen voor verwarde ouderen. Verpleegkundig Perspectief, 1994-5.Google Scholar
  12. Johnson, M. en Maas, M. (1999). Verpleegkundige zorgresultaten. Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  13. Kerstens, J. A. M., e.a. (1997). Basisverpleegkunde. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. (hoofdstuk 1, pag. 3-9).Google Scholar
  14. Krediet, G. (1998). Van het kastje naar de muur. (CVA-patiënt). Nursing, 1, 39-41.Google Scholar
  15. Lanie-Olsson, G., e.a. (1990). Verpleegkundige behandeling van patiënten bij wie epidurale analgesie wordt toegepast. Verpleegkundig Perspectief, 2, 19-30.Google Scholar
  16. Larbig, W. (1982). Schmerz. Grundlagen-Forschung-Therapie. Stuttgart: Kohlhammer.Google Scholar
  17. Marshall, M. (1994). Verwardheid na een operatie. Nursing, nr. 2, 72-77.Google Scholar
  18. Peet, R. van der (1996). Verplegen in theorie en praktijk (deel 4). Utrecht: Lemma.Google Scholar
  19. Price, B. (1995). Astma: verstoord lichaamsbeeld en therapieontrouw. Verpleegkundig Perspectief, 1995-1, 22-32.Google Scholar
  20. Schloessler, M. (1990). Meningen van op de operatiedag opgenomen chirurgiepatiënten over de ontvangen pre-operatieve voorlichting. Verpleegkundig Perspectief, 3, 71-75.Google Scholar
  21. Schwartz, P. en Kooij C.H. van der (1992). Verpleegkundige richtlijnen voor acuut optredende verwardheid. TVZ, nr. 1, 9-12.Google Scholar
  22. Themanummer over pijn (1990). TVZ, 12.Google Scholar
  23. Verleun, M.J. (1995). Verpleegkundige voorlichting bij operatieve ingrepen. Tijdschrift voor Ziekenverpleging, 48, 9, 274-278.Google Scholar
  24. Vocht, H.M. de en Jong, J.H.J. de (1998). Menswetenschappen & Communicatie en interactie in de verpleegkundige beroepsuitoefening. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  25. Werkgroep Infectie Preventie (1991). Isolatierichtlijnen. Nijkerk.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 1999

Authors and Affiliations

  • E.M. Sesink
  • J.H.J. de Jong

There are no affiliations available

Personalised recommendations