Samenvatting
Het kind moet zelf enig idee ontwikkelen over de (dis)functionaliteit van zijn gedrag, wil het bereid en in staat zijn om structurele veranderingen tot stand te brengen. Hoe beter de therapeut de variaties in de gedragingen van het kind kent, hoe beter hij het gedrag klinisch gezien kan inschatten en ideeën kan ontwikkelen over de te volgen behandelingsstrategie.
Copyright information
© Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 2001