Advertisement

Jeugd en recht pp 125-150 | Cite as

Maatregelen van het Burgerlijk Wetboek

  • A.P. van der Linden
  • F.G.A. ten Siethoff
  • A.E.I.J. Zeijlstra-Rijpstra

Abstract

In de vorige hoofdstukken is besproken dat minderjarigen onder gezag staan en dat dit gezag in vrijwel alle gevallen wordt uitgeoefend door de ouders. Zij zijn verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen en zij zijn bij de invulling daarvan vrij. Die vrijheid is niet ongelimiteerd. Het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft namelijk aan dat van overheidswege maatregelen mogelijk zijn tegen de ouders als het gezag niet (meer) op de juiste wijze wordt uitgeoefend. Zo kan de rechter ingrijpen in de juridische verhouding tussen ouders en minderjarige kinderen door het gezag te beperken (ondertoezichtstelling) of te ontnemen (ontheffing of ontzetting). Dit kan zeer verstrekkende gevolgen hebben voor het gezin, bijvoorbeeld de uithuisplaatsing van de minderjarige. De rechter zal hiertoe dan ook alleen besluiten als de in de wet omschreven gronden aanwezig zijn en hij de maatregelen bovendien in het belang van het kind acht.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Hoofdstuk 5

  1. Bac, J. & Linden, A.P. van der (1998). De kinderrechter 75 jaar. Reden tot vreugde!? Zwolle: Tjeenk Willink.Google Scholar
  2. Berge, I.J. ten (1998). Besluitvorming in de kinderbescherming. De ontwikkeling en evaluatie van een checklist voor de beoordeling van meldingen bij de Raad voor de Kinderbescherming. Delft: Eburon.Google Scholar
  3. Doek, J.E. & Vlaardingerbroek, P. (2006). Jeugdrecht en jeugdzorg. 's-Gravenhage: Elsevier.Google Scholar
  4. Groen, A. & Montfoort, A. van (1993). Kinderen beschermen en jeugd hulp verlenen. Arnhem: Gouda Quint.Google Scholar
  5. Junger-Tas, J., Kruissink, M. & Laan, P.H. van der (1992). Ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit en de justitiële jeugdbescherming: periode 1980–1990. WODC, nr. 119. Arnhem: Gouda Quint.Google Scholar
  6. Komen, M. (1999). Gevaarlijke kinderen. Kinderen in gevaar. De justitiële kinderbescherming en de veranderde sociale positie van jongeren 1960–1995. Utrecht: SWP.Google Scholar
  7. Linden, A.P. van der & Vlaardingerbroek, P. (1988). Enkele aspecten van de civiele rechtspleging inzake jeugdigen. In: Met het oog op het belang van het kind. Opstellen aangeboden aan prof.mr. Madzy Rood-de Boer ter gelegenheid van haar emeritaat. Deventer: Kluwer.Google Scholar
  8. Mertens, N.M. (1993). De ondertoezichtstelling en andere maatregelen van kinderbescherming. WODC K27. 's-Gravenhage: ministerie van Justitie.Google Scholar
  9. Mertens, N.M. (1996). Gezinsvoogden aan het werk. De uitvoering van de ondertoezichtstelling in 1993. Arnhem: WODC/Gouda Quint.Google Scholar
  10. Savornin Lohman, J. de e.a. (2000). Met recht onder toezicht gesteld. Evaluatie herziene OTS-wetgeving. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.Google Scholar
  11. Vlaardingerbroek, P. (red.) (2008). Het hedendaagse personen- en familierecht. Zwolle: Tjeenk Willink.Google Scholar
  12. Wijk, G.J. van (1999). Hoezo noodzakelijk? Rechtsgronden voor kinderbeschermingsmaatregelen. Amsterdam: Thela Thesis.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • A.P. van der Linden
  • F.G.A. ten Siethoff
  • A.E.I.J. Zeijlstra-Rijpstra

There are no affiliations available

Personalised recommendations