Advertisement

Adaptief onderwijs als cyclus

  • Roelande Hofman
  • Jannet de Jong-Heeringa
  • Hilda Amsing

Abstract

Leerlingen verschillen van elkaar in interesses en mogelijkheden. In groep 3 van basisschool Het Hofje zitten een paar kinderen die moeite hebben met rekenen. De juf geeft hen extra instructie aan de zogenaamde instructietafel. Terwijl iedereen druk aan de slag is in het rekenwerkboek, nodigt de juf kinderen die dat willen uit om met haar de sommen te bespreken. Hiermee doet de juf recht aan de verschillen in rekenvaardigheid en dit onderwijs noemen we daarom adaptief. De onderliggende gedachte van adaptief onderwijs is dat alle leerlingen op verschillende manieren en in verschillend tempo leren. Deze verschillen vereisen dat er in het onderwijs gezorgd wordt voor een variëteit in leertijd, instructie en aanbod (Hofman & Vonkeman, 1995; Reezigt, 2000). Er is de laatste jaren een breed scala aan publicaties over vormgeving en effecten van adaptief onderwijs verschenen (zie o.a. Blok & Breetvelt, 2004; Hofman & Bosker, 1999; Hofman, Guldemond & Hovius, 2003; Houtveen, 2004; Houtveen & Reezigt, 2000; Meijer, 2004; Peschar & Meijer, 1997; Reezigt, Houtveen & Van de Grift, 2002). De studies maken duidelijk dat basisscholen maar langzaam vorderen in de realisatie van adaptief onderwijs, maar ook dat adaptieve basisscholen slechts bescheiden effecten behalen bij leerlingen (Inspectie van het onderwijs, 2001; Reezigt et al., 2002). Zo concluderen Blok en Breetvelt (2004) in hun reviewstudie van onderzoek naar adaptief onderwijs dat de evidentie dat dit onderwijs een gunstig effect heeft op de kwaliteit van het basisonderwijs gering is. Toch kunnen we op basis van een dergelijk review niet concluderen dat we dan maar net zo goed kunnen stoppen met adaptief onderwijs. De in de review bestudeerde onderzoeken betreffen meestal surveyonderzoek, dus onderzoek met een grote steekproef waarbij getracht wordt houdingen, meningen en voorkeuren in kaart te brengen, waarbij gebruik wordt gemaakt van vragenlijsten. Deze onderzoeken richten zich op bivariate verbanden, bijvoorbeeld naar het verband tussen samenwerken en leerresultaten. Hierbij wordt steeds één element van adaptief onderwijs onder de loep genomen. Deze onderzoeken besteden nauwelijks aandacht aan het vergelijken van typen of varianten van adaptief onderwijs, terwijl juist het samengaan van bepaalde kenmerken, in een bepaalde configuratie, het verschil zou kunnen maken. Bepaalde varianten, die voldoen aan bepaalde kenmerken, zouden wel eens succesvoller kunnen zijn dan andere.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Blok, H., & Breetvelt, I. (2004). Adaptief onderwijs: betekenis en effectiviteit. Pedagogische Studiën, 81(1), 5–27.Google Scholar
  2. Borman, G., Slavin, R.E., Cheung, A., Chamberlain, A., Madden, N.A., & Chambers, B. (2005). The national randomized field trial of Success for All: Second-year outcomes. American Educational Research Journal, 42(4), 673–696.CrossRefGoogle Scholar
  3. Creemers, B.P.M., & Kyriakides, L. (2006) Critical analysis of the current approaches to modelling educational effectiveness: The importance of establishing a dynamic model. School Effectiveness and School Improvement, 17(3), 347–366.CrossRefGoogle Scholar
  4. Doornbos, K., & Bergman, J.W. (1991). Samen naar school. Aangepast onderwijs in gewone scholen. Nijkerk: Intro.Google Scholar
  5. Elsäcker, W. van, & Verhoeven, L. (1997). Kleuters leren meer van voorlezen in kleine groepjes. Pedagogische Studiën, 74, 117–129.Google Scholar
  6. Goede, D. de, & Reezigt, G.J. (2002). Implementatie en effecten van de Voorschool in Amsterdam. Groningen: GION.Google Scholar
  7. Hofman, R.H., & Bosker, R.J. (1999). De schakels in Weer Samen Naar School. De Lier: ABC.Google Scholar
  8. Hofman, R.H., & Vonkeman, E.B. (1995). Condities voor adaptief onderwijs: de onderwijsmethode. Groningen: GION/RUG.Google Scholar
  9. Hofman, R.H., Guldemond, H., & Hovius, I.D. (2003). Adaptief onderwijs in scholen voor speciaal basisonderwijs. Deelstudie 1. Groningen: GION/RUG.Google Scholar
  10. Hofman, R.H., Jong-Heeringa, J.L. de, & Kooiman, M.C. (2005). Veelbelovende praktijkvarianten van adaptief onderwijs. Groningen: GION/RUG.Google Scholar
  11. Hofman, R.H., Vandenberghe, R., & Dijkstra, B.J. (2008). BOPO review kwaliteitszorg, innovatie en schoolontwikkeling. Groningen: GION/RUG.Google Scholar
  12. Houtveen, A.A.M. (2004). Visie op verschillen. In C.J.W. Meijer (red.), WSNS welbeschouwd (pp. 203–243). Antwerpen/Apeldoorn: Garant.Google Scholar
  13. Houtveen, A.A.M., & Reezigt, G.J. (2000). Succesvol adaptief onderwijs. Alphen a/d Rijn: Samsom.Google Scholar
  14. Inspectie van het Onderwijs (1997). Onderwijs op maat. Den Haag: SDU.Google Scholar
  15. Inspectie van het Onderwijs (2001). Onderwijsverslag over het jaar 2000. Den Haag: SDU.Google Scholar
  16. Inspectie van het Onderwijs (2004). Onderwijsverslag over het jaar 2002/2003. Utrecht: Inspectie van Onderwijs.Google Scholar
  17. Inspectie van het onderwijs (2005). Toezichtkader primair onderwijs 2005. Inhoud en werkwijze van het inspectietoezicht. Den Haag: Inspectie van Onderwijs.Google Scholar
  18. Kool, E., & Leij, A. van der (1985). Planmatig handelen. In A. van der Leij (red.), Zorgverbreding (pp. 69–98). Nijkerk: Intro.Google Scholar
  19. Leij, A. van der (2000). Uitgangspunten voor een geconcentreerde aanpak. In A. van der Leij & A. van der Linde-Kaan (red.), Zorgverbreding, bijdragen uit speciaal onderwijs aan basisonderwijs (pp. 38–72). Baarn: HB.Google Scholar
  20. Meijer, C.J.W. (red.). (2004). WSNS welbeschouwd. Apeldoorn/Leuven: Garant.Google Scholar
  21. Peschar, J.L., & Meijer, C.J.W. (1997). WSNS op weg. De evaluatie van het ‘Weer Samen naar School’-beleid. Groningen: Wolters-Noordhoff.Google Scholar
  22. Procesmanagment Weer Samen Naar School. (1994). Krachten gebundeld. Den Haag: PMPO.Google Scholar
  23. Reezigt, G.J. (2000). Differentiatie in het onderwijs. In H.P.J.M. Dekkers (red.), Omgaan met verschillen (pp. 11–24). Alphen aan den Rijn: Samsom.Google Scholar
  24. Reezigt, G.J., Houtveen, A.A.M., & Grift, W. van de (2002). Ontwikkelingen in en effecten van adaptief onderwijs in de klas en integrale leerlingzorg op schoolniveau. Groningen: GION.Google Scholar
  25. Reynolds, D., & Teddlie, C. (2000). The process of school effectiveness. In C. Teddlie & D. Reynolds, The International Handbook of School Effectiveness Research. London/New York: Falmer Press.Google Scholar
  26. Sammons, P., Hillman, J., & Mortimore, P. (1995). Key characteristics of effective schools. A review of school effectiveness research. London: OFSTED.Google Scholar
  27. Segers, E., Verhoeven. L., Boot, I., Berkers., I., & Vermeer, A. (2001). ICT-ondersteuning van de woordenschat van allochtone kleuters. Pedagogische Studiën, 78, 223–238.Google Scholar
  28. Shanahan, T., & Barr, R. (1995). Reading Recovery: An independent evaluation of the effects of an early intervention for at-risk learners. Reading Research Quarterly, 30, 958–997.CrossRefGoogle Scholar
  29. Slavin, R.E., &Madden, N.A. (2000). Research on achievement outcomes of Success for All: A summary and response to critics. Phi Delta Kappan, 82(1), 38–40, 59–66.Google Scholar
  30. Stevens, L.M. (1997). Overdenken en doen: een pedagogische bijdrage aan adaptief onderwijs. Den Haag: Procesmanagement Primair Onderwijs.Google Scholar
  31. Veenman, S., & Raemaekers, J. (1996). Retentie-effecten van een nascholingsprogramma voor effectieve instructie en klassemanagement. Pedagogische Studiën, 73, 357–371.Google Scholar
  32. Wolfgram, P. (1999). KEA schooljaar 1998–1999. De resultaten op een rijtje. Rotterdam: Cedille.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • Roelande Hofman
  • Jannet de Jong-Heeringa
  • Hilda Amsing

There are no affiliations available

Personalised recommendations