Advertisement

De ‘goede’ opvoeding in het gezin: over veranderende kwaliteitsnormen in de twintigste eeuw

  • Nelleke Bakker

Abstract

Ouderschap is in Nederland al heel lang voorwerp van bemoeienis en interventie. In de Gouden Eeuw verkondigden dominees en pastoors reeds opvattingen over de ‘goede’ opvoeding in het gezin. In later eeuwen boden ook onderwijzers en artsen ouders raad en advies en zo nodig de helpende hand. In de twintigste eeuw begon ook de overheid zich in te laten met de kwaliteit van de gezinsopvoeding. In de vorm van de Kinderwetten (1901) creëerde zij een sanctie op slecht of ontoereikend ouderschap door middel van ontheffing of ontzetting uit de ouderlijke macht en sinds 1921 ook via ondertoezichtstelling van jeugdigen. Die maatregelen vormen een mijlpaal in een ononderbroken proces van pedagogisering van het gezinsleven – het naar pedagogische maatstaven beoordelen van de omgang tussen ouders en kinderen (Depaepe, 1998; Depaepe, Simon & Van Gorp, 2006). In de loop van de twintigste eeuw zijn ook psychologen en psychiaters zich in normatieve zin gaan roeren inzake de gezinsopvoeding. Al die deskundigen wisten – anders dan de ouders die hun hulp zochten of aangereikt kregen – wel hoe het hoorde. Dat schreven ze op in handleidingen voor ouders. De opvoedingsidealen die we daarin aantreffen, wortelen in de sociale en culturele omgeving en het intellectuele klimaat waarin ze ontstonden. Het is daarom goed te begrijpen dat kwaliteitsnormen voor de gezinsopvoeding net zo variabel zijn als de maatschappij, cultuur, pedagogische en psychologische theorie zelf.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Adler, A. et al. (1934). Het moeilijke kind: twintig opvoedkundige studies (P. Dijkema, vertaling en inleiding) (2e druk). Amsterdam: Wereldbibliotheek. (Origineel gepubliceerd in 1927, de eerste druk van de vertaling verscheen in 1930.)Google Scholar
  2. Allebé, G.A.N. (1845). De ontwikkeling van het kind naar lichaam en geest. Amsterdam: G. Mosmans. (Herdrukt t/m 1908)Google Scholar
  3. Andel, J.C. van, & Andel-Ripke, O. van (1947). Ontwikkeling en karaktervorming (2e druk). Utrecht: Bijleveld. (De eerste druk verscheen in 1942)Google Scholar
  4. Andel, J.C. van, & Andel-Ripke, O. van (1948). Gezonde kinderen, evenwichtige mensen (3e druk). Utrecht: Bijleveld. (De eerste druk verscheen in 1939.)Google Scholar
  5. Andel-Ripke, O. van (1949). Nieuw leven op deze wereld. Utrecht: Bijleveld.Google Scholar
  6. Andel-Ripke, O. van (1950). Kinderen van verschillend type. Een bundeltje karakterschetsen. Utrecht: Bijleveld.Google Scholar
  7. Bakker, N. (1991a). G.J.H. Riemens-Reurslag (1886–1950): Ritme en romantiek. In M. van Essen & M. Lunenberg (red.), Vrouwelijke pedagogen in Nederland (pp. 119–131). Nijkerk: Intro.Google Scholar
  8. Bakker, N. (1991b). De professor geeft raad: Waterink als opvoedingsvoorlichter en adviseur van moeders. In J.C. Sturm (red.), Leven en werk van prof.dr. Jan Waterink: een Nederlandse pedagoog, psycholoog en theoloog (pp. 67–82). Kampen: Kok.Google Scholar
  9. Bakker, N. (1995). Kind en karakter. Nederlandse pedagogen over opvoeding in het gezin 1845–1925. Amsterdam: Het Spinhuis.Google Scholar
  10. Bakker, N. (1998a). Child-rearing literature and the reception of Individual Psychology in the Netherlands, 1930–1950: the case of a Calvinist pedagogue. Paedagogica Historica, Supplementary Series III (pp. 583–602). Gent: CSHP.Google Scholar
  11. Bakker, N. (1998b). Opvoeden met de harde hand? Een historisch-kritische beschouwing van de neo-calvinistische opvoedingsmentaliteit 1880–1930. In B. Levering, G. Biesta & I. Weijers (red.), Thema's uit de wijsgerige en historische pedagogiek. Bijdragen aan de achtste landelijke pedagogendag (pp. 79–85). Utrecht: SWP.Google Scholar
  12. Bakker, N. (1998c). Ouderadvisering in historisch perspectief. In M. Akkerman-Zaalberg van Zelst, H. van Leeuwen & N. Pameijer (red.), Ouderbegeleiding nader bekeken. Schouders onder de ouders (pp. 17–34). Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  13. Bakker, N. (2002). Het kind en de geestelijke volksgezondheid tijdens de Wederopbouw: een dag op een Medisch Opvoedkundig Bureau. In M. Reuling, D.W. Postma & J. Noordman (red.), Opvoeding, onderwijs en overheid. Thema's uit de wijsgerige en historische pedagogiek (pp. 139–150). Amsterdam: SWP.Google Scholar
  14. Bakker, N. (2004). ‘Wanklanken’ in een eigen geluid: rooms katholieken en de Nederlandse gezinspedagogiek in het interbellum. In M. D'hoker & M. Depaepe (red.), Op eigen vleugels. Liber amicorum Prof.dr. An Hermans (pp. 85–95). Leuven: Garant.Google Scholar
  15. Bakker, N. (2005). Geestelijke gezondheid en de medicalisering van de opvoeding in Nederland, ca. 1890–1950, Pedagogiek, 25, 10–26.Google Scholar
  16. Bakker, N. (2006). Child guidance and mental health in the Netherlands. Paedagogica Historica, 42, 769–791.CrossRefGoogle Scholar
  17. Bakker, N., & Wubs, J. (2002). A mysterious success: Doctor Spock and the Netherlands in the 1950s, Paedagogica Historica, 38, 209–226.CrossRefGoogle Scholar
  18. Belzen, J.A. van (1989). Psychopathologie en religie. Ideeën, behandeling en verzorging in de gereformeerde psychiatrie, 1880–1940. Kampen: Kok.Google Scholar
  19. Bowlby, J. (1955). Moederlijke zorg. De invloed van de moederlijke zorg op het vermogen om lief te hebben (H.H. Kist-Methorst, vertaling). Purmerend: Muusses. (Origineel gepubliceerd in 1953)Google Scholar
  20. Brinkgreve, C., & Korzec, M. (1978). ‘Margriet weet raad’. Gevoel, gedrag, moraal in Nederland 1938–1978. Utrecht: Het Spectrum.Google Scholar
  21. Bü hler, Ch. (1938). Practische kinderpsychologie (I. Carvalho, vertaling). Utrecht: Bijleveld. (Origineel gepubliceerd in 1937, de vertaling is t/m 1962 herdrukt)Google Scholar
  22. Casimir, R. (1928). Langs de lijnen van het leven (2e druk). Amsterdam: Becht. (De eerste druk verscheen in 1927.)Google Scholar
  23. Chorus, A. (1947). Zuigeling en kleuter. Over de psychologie en de opvoeding van het kind vanaf de geboorte tot de schoolleeftijd (5e druk). Heemstede: De Toorts.Google Scholar
  24. Chorus, A. (1950). Schrik, vrees, angst en verlegenheid. No. 5 in de Eerste Paedagogische Reeks. Utrecht: Katholieke Actie van het Aartsbisdom.Google Scholar
  25. Chorus, A. (1957). Waarheen? De opvoeding van het kleine kind. Haarlem: De Toorts.Google Scholar
  26. Damsma, D. (1999). Familieband. Geschiedenis van het gezin in Nederland. Utrecht/Antwerpen: Kosmos.Google Scholar
  27. Depaepe, M. (1998). De pedagogisering achterna. Aanzet tot een genealogie van de pedagogische mentaliteit in de voorbije 250 jaar. Leuven: Acco.Google Scholar
  28. Depaepe, M., Simon, F., & Gorp, A. van (red.) (2006). Paradoxen van pedagogisering. Handboek pedagogische historiografie. Leuven/Tilburg: Acco.Google Scholar
  29. Dreikurs, R. (1936). Hoe voed ik mijn kind op? (P.H. Ronge, vertaling). Utrecht: Bijleveld. (De vertaling is t/m 1954 herdrukt)Google Scholar
  30. Drewek, P. (1998). Educational studies as an academic discipline in Germany at the beginning of the 20th century, Paedagogica Historica, Supplementary Series III (pp. 75–194). Gent: CSHP.Google Scholar
  31. Dyer, W. (1985). Een nieuwe toekomst voor u en uw kinderen (R. Leijten, vertaling). Utrecht: Bruna. (Origineel gepubliceerd in 1985.)Google Scholar
  32. Galesloot, H., & Schrevel, M. (red.). (1987). In fatsoen hersteld. Zedelijkheid en Wederopbouw na de oorlog. Amsterdam: SUA.Google Scholar
  33. Goei, L. de (2001). De psychohygiënisten. Psychiatrie, cultuurkritiek en de beweging voor geestelijke volksgezondheid in Nederland, 1924–1970. Nijmegen: SUN.Google Scholar
  34. Gordon, Th. (1978). Luisteren naar kinderen. De nieuwe methode voor overleg in het gezin (R. Buitenrust Hettema-van Coevorden, vertaling) (2e druk). Amsterdam: Elsevier. (Origi-neel gepubliceerd in 1970; de eerste druk van de vertaling verscheen in 1976 en deze is herdrukt t/m 2005.)Google Scholar
  35. Grant, J. (1998). Raising Baby by the Book. The Education of American Mothers. New Haven: Yale University Press.Google Scholar
  36. Groenendijk, L.F., & Bakker, N. (2000). Dieptepsychologie en opvoeding. Over de neurotisering van de ouder-kindrelatie. Pedagogiek, 20, 238–254.Google Scholar
  37. Hart de Ruyter, Th. (1959). Moeders en kinderen. Nijkerk: Callenbach.Google Scholar
  38. Heijbroek, N.I., Heijbroek-d'Ancona, C.J., & Querido-Nagtegaal, C.G. (1949). Onze kinderen. De lichamelijke verzorging en de geestelijke ontwikkeling van geboorte tot puberteit. Amsterdam: Meulenhoff.Google Scholar
  39. Heyster, S. (1938a). Opvoeden in de practijk. Het boek voor iederen opvoeder. Den Haag/Gent: Maandblad Succes.Google Scholar
  40. Heyster, S. (1938b). Opvoedingsmoeilijkheden van iederen dag. Een boek voor moeders en andere opvoedsters. Amsterdam: Kosmos.Google Scholar
  41. Heyster, S. (1947). Levende opvoedkunde ten dienste van kleine en grotere kinderen. (2 delen) Leiden: Nederlandsche Uitgeversmaatschappij.Google Scholar
  42. Hilvoorde, I. van (2002). Grenswachters van de pedagogiek. Demarcatie en disciplinevorming in de ontwikkeling van de Nederlandse academische pedagogiek (1900–1970). Baarn: HB Uitgevers.Google Scholar
  43. Holden, G.W. (1997). Parents and the dynamics of child rearing. Oxford: Westview Press.Google Scholar
  44. Houte, I.C. van, & Vos, G.J. (1929). Moeilijke kinderen. Een boek voor ouders en opvoeders. Utrecht: Kemink.Google Scholar
  45. Hulsmans, A. (1920). Persoonlijkheid. Tijdschrift voor R.K. Ouders en Opvoeders, 2, 53–55.Google Scholar
  46. Jordan, H.J., Jr. (1938). Hoe opvoedingsfouten te vermijden? Zeist: Ploegsma.Google Scholar
  47. Kooistra, I. (1894). Zedelijke opvoeding. Groningen: J.B. Wolters. (Herdrukt t/m 1919)Google Scholar
  48. Koppius, P.W. (1958). Leerboek voor moederschapszorg en kinderhygiëne. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  49. Krogt, Th.P.W.M. van der (1981). Professionalisering en collectieve macht. Den Haag: VUGA.Google Scholar
  50. Künkel, F., & Künkel, R. (1949). Opvoeding tot persoonlijkheid. Inleiding tot de Individualpsychologie (P.H. Ronge, vertaling) (9e druk). Amsterdam: Wereldbibliotheek. (Origineel gepubliceerd in 1925; de eerste druk van de vertaling verscheen in 1930 en deze is herdrukt t/m 1972.)Google Scholar
  51. Kuypers, A. (1931). Het onbewuste in de nieuwere paedagogische psychologie. Amsterdam: Paris.Google Scholar
  52. Leeuw-Aalbers, A.J. de (1955). Kind en gezin. Lochem: De Tijdstroom.Google Scholar
  53. Luykx, P., & Slot, P. (red.). (1997). Een stille revolutie? Cultuur en mentaliteit in de lange jaren vijftig. Hilversum: Verloren.Google Scholar
  54. Meulen, R.H.J. ter (1988). Ziel en zaligheid. De receptie van de psychologie en van de psychoanalyse onder de katholieken in Nederland 1900–1965. Baarn: Ambo.Google Scholar
  55. Mok, A.L. (1973). Beroepen in actie. Bijdragen tot een beroepensociologie. Meppel: Boom.Google Scholar
  56. Mol, A., & Lieshout, P. van (1989). Ziek is het woord niet. Medicalisering, normalisering en de veranderende taal van huisartsgeneeskunde en geestelijke gezondheidszorg, 1945–1985. Nijmegen: SUN.Google Scholar
  57. Mulder, E. (1998). Patterns, principles, and profession: The early decades of educational science in the Netherlands. Paedagogogica Historica, Supplementary Series III (pp. 231–246). Gent: CSHP.Google Scholar
  58. Nye, R.A. (2003). The evolution of the concept of medicalization in the late twentieth century, Journal of History of the Behavioral Sciences, 39, 115–129.CrossRefGoogle Scholar
  59. Nys, L., Smaele, H. de, Tollebeek, J., & Wils, K. (red.). (2002). De zieke natie, over de medicalisering van de samenleving 1860–1914. Groningen: Historische Uitgeverij.Google Scholar
  60. Petrina, S. (2006). The medicalization of education: a historiographic synthesis, History of Education Quarterly, 46, 503–531.CrossRefGoogle Scholar
  61. Ploeg, J.D. van der (2005). Behandeling van gedragsproblemen. Initiatieven en inzichten. Rotterdam: Lemniscaat.Google Scholar
  62. Ribble, M.A. (1948). De rechten van de zuigeling (J.C. Soewarno-van der Kaaden, vertaling.) Leiden: Stafleu. (Origineel gepubliceerd in 1943.)Google Scholar
  63. Ribble, M.A. (1956). De persoonlijkheid van de kleuter (C. Busser-Meijer, vertaling.) Leiden: Stafleu. (Origineel gepubliceerd in 1955.)Google Scholar
  64. Riksen-Walraven, M. (1981). Inspelen op baby's en peuters – ontwikkelingsspelletjes. Deventer: Van Loghum Slaterus.Google Scholar
  65. Rombouts, S. (1931). Nieuwste banen in psychologie en paedagogiek. Tilburg: R.K. Jongensweeshuis.Google Scholar
  66. Rose, N. (1985). The psychological complex. Psychology, politics and society in England 1869–1939. London: Routledge.Google Scholar
  67. Rose, N. (1998). Inventing our selves: psychology, power and personhood. Cambridge: Cambridge University Press.Google Scholar
  68. Schuursma, R. (2000). Jaren van opgang. Nederland 1900–1930. Amsterdam: Balans.Google Scholar
  69. Schuyt, K., & Taverne, E. (red.). (2000). 1950: Welvaart in zwart-wit. Den Haag: SDU.Google Scholar
  70. Snijders-Oomen, N. (1952). Kleine kinderen worden groot. Kinderpsychologie voor opvoeders. 's- Hertogenbosch: Malmberg. (Herdrukt t/m 1977.)Google Scholar
  71. Spock, B. (1950). Baby-en kleuterverzorging (B. Willing, vertaling; Ph.H. Fiedeldij Dop, inleiding en bewerking.) 's-Graveland: De Driehoek. (Origineel gepubliceerd in 1946; de drieënvijftigste druk van de vertaling verscheen in 2007.)Google Scholar
  72. Steinz, P.W.J., et al. (1960). Moeilijke kinderen (2e druk). Kampen: Kok. (De eerste druk verscheen van 1938 t/m 1940 in losse deeltjes.)Google Scholar
  73. Stellwag, H.W.F. (1948). Moeilijkheden bij de opvoeding. Amsterdam: Wereldbibliotheek.Google Scholar
  74. Stepansky, P.E. (1983). In Freud's Shadow: Adler in context. Hillsdale N.J.: Analytic Press.Google Scholar
  75. Strien, P.J. van (1993). Nederlandse psychologen en hun publiek. Een contextuele geschiedenis. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  76. Vossen, H., Schwegman, M., & Wester, P. (red.). (1992). Vertrouwde patronen, nieuwe dromen. Nederland naar een modern industriële samenleving 1948–1973. IJsselstein: VGN.Google Scholar
  77. Waterink, J. (1934). Hoofdlijnen der zielkunde. Wageningen: Zoomer & Keuning.Google Scholar
  78. Waterink, J. (1946). Ons zieleleven (5e druk). Wageningen: Zoomer & Keuning. (De eerste druk verscheen in 1938.)Google Scholar
  79. Wolkers, J. (2003). Terug naar Oegstgeest (35e druk). Amsterdam: Meulenhoff. (De eerste druk verscheen in 1965.)Google Scholar
  80. Wubs, J. (2004). Luisteren naar deskundigen. Opvoedingsadvies aan Nederlandse ouders 1945–1999. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  81. Wubs, J., & Bakker, N. (2004). Democratisering van het ouderschap? De ‘goede’ opvoeding in tijden van pedagogisering en individualisering, Vernieuwing. Tijdschrift voor Onderwijs en Opvoeding, 63(1), 6–8.Google Scholar
  82. IJzendoorn, M.H. van (2008). Opvoeding over de grens: gehechtheid, trauma en veerkracht. Meppel: Boom.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • Nelleke Bakker

There are no affiliations available

Personalised recommendations