Advertisement

2 Theoretische achtergronden van het EDOMAH-programma

  • Maud Graff
  • Margot van Melick
  • Marjolein Thijssen
  • Patricia Verstraten
  • Jana Zajec

Samenvatting

Het EDOMAH-programma werd ontwikkeld in de periode 1997-1998 en bevatte de eerste cliëntsysteemgerichte ergotherapierichtlijn in Nederland. Het EDOMAH-programma heette destijds: ‘Standaard voor de ergotherapie-behandeling van geriatrische patiënten met niet-ernstige cognitieve stoornissen en hun mantelzorgers’[2-4] en was ontwikkeld voor meer cognitieve stoornissen dan alleen dementie. Vanwege de evidence[5-8] en de praktijkervaring met deze richtlijn bij de doelgroep ouderen met dementie en hun mantelzorger, is het huidige EDOMAH-programma geheel op ouderen met dementie en hun mantelzorgers toegespitst. Het theoretische kader van dit EDOMAH-programma is gelijk gebleven, maar ook met voorbeelden toegespitst op de huidige doelgroep. Het hele ergotherapeutisch proces van dit EDOMAH-programma is gebaseerd op twee theoretische kaders: het cliënt-gecentreerdeModel of Human Occupation (MOHO[9]) en het systeemgerichte Etnografisch Raamwerk.[10-11] Daarnaast zijn het plan van aanpak en de uitvoering van deze ergotherapie-interventie eveneens gebaseerd op het Cognitive Disabilities Model[12] en het Consultmodel.[13,14] Er wordt in de ergotherapie-interventie volgens het EDOMAH-programma ook gebruikgemaakt van levens-verhaalmethoden en basisprincipes van belevingsgerichte zorg.[15-17] De afgelopen jaren is cliëntgecentreerd en systeemgericht werken in de ergotherapie in Nederland meer centraal komen te staan en worden ook andere cliëntgecen-treerde en systeemgerichte modellen als kader in de ergotherapie toegepast. De hierboven genoemde modellen, methoden en basisprincipes zijn in het huidige EDOMAH-programma gehandhaafd gebleven omdat deze relevant, effectief en waardevol zijn gebleken voor de ergotherapie-interventie aan huis van ouderen met dementie en hun mantelzorgers.[5-8] De genoemde theoretische grondslagen worden in dit hoofdstuk nader toegelicht.

Literatuur

  1. 1.
    Grol, R.T.P.M., Wensing, M.J.P. (2006). Implementatie, effectieve verandering in de patiëntenzorg. Derde druk. Reed Business BV.Google Scholar
  2. 2.
    Graff, M.J.L., & Melick, M.B.M. van (2000). De ontwikkeling, het testen en implementeren van een ergotherapie standaard. De standaard voor de ergotherapeutische behandeling van geriatrische patiënten met niet-ernstige cognitieve stoornissen. Nederlands Tijdschrift voor Ergotherapie, 28, 169-174.Google Scholar
  3. 3.
    Melick, M.B.M. van, & Graff, M.J.L. (2000). Ergotherapie bij geriatrische patiënten. De standaard voor de ergotherapeutische behandeling van geriatrische patiënten met niet-ernstige cognitieve stoornissen. Nederlands Tijdschrift voor Ergotherapie, 28, 176-181.Google Scholar
  4. 4.
    Melick, M.B.M. van, Graff, M.J.L., & Mies, L. (1998). Standaard ergotherapie voor de diagnostiek en behandeling van geriatrische patiënten met niet-ernstige cognitieve stoornissen. Nijmegen: UMC St Radboud.Google Scholar
  5. 5.
    Graff, M.J.L., Vernooij-Dassen, M.J.F.J., Thijssen, M., Dekker, J., Hoefnagels, W.H.L., & Olde Rikkert, M.G.M. (2006). Community occupational therapy for dementia patients and their primary caregivers: a randomized controlled trial. BMJ, 333, 1196 [BMJonline 2006, doi:10.1136/BMJ 39001.688843.BE’.Google Scholar
  6. 6.
    Graff, M.J.L., Vernooij-Dassen, M.J.F.J., Thijssen, M., Dekker, J., Hoefnagels, W.H.L., & Olde Rikkert, M.G.M. (2007). Effects of community occupational therapy on quality of life and health status in dementia patients and their primary caregivers: a randomized controlled trial. Journals of Gerontology Series A: Biological Science andMedical Science, 62(9), 1002-1009.CrossRefGoogle Scholar
  7. 7.
    Graff, M.J.L., Adang, E.M.M., Vernooij-Dassen, M.J.F.J., Dekker, J., Jönsson, L., Thijssen, M., Hoefnagels, W.H.L., & Olde Rikkert, M.G.M. (2008). Community occupational therapy for older patients with dementia and their caregivers: a cost-effectiveness study. BMJ, 336, 134–138 [BMJonline 2008, doi:10.1136/BMJ.39408.481898.BE].CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  8. 8.
    Graff, M.J.L. (2008). Effectiveness and efficiency of community occupational therapy in older people with dementia and their caregivers (PhD thesis). Enschede: Ipskamp.Google Scholar
  9. 9.
    Kielhofner, G. (2008). A model of human occupation: Theory and application (4 ed.). Baltimore, MD: Lippincott, Williams & Wilkins.Google Scholar
  10. 10.
    Gitlin, L. N., Corcoran, M., & Leinmiller-Eckhardt, S. (1995). Understanding the family perspective: an ethnographic framework for providing occupational therapy in the home. American Journal of Occupational Therapy, 49(8), 802-808.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  11. 11.
    Gitlin, L. N. (2005). Occupational Therapy and Dementia Care. The home environmental skill-building program for individuals and families. Bethesda, MD: AOTA.Google Scholar
  12. 12.
    Allen, C. K., & Blue, T. (1998). Cognitive Disabilities Model: How to make clinical judgements. In: Katz, N. Cognition and occupation in rehabilitation. Cognitive models for intervention in occupational therapy. Bethesda, MD: AOTA.Google Scholar
  13. 13.
    Uden, M. van (1997). Het adviesproces: een consultmodel. Post-HBO cursus: adviseren over zorg en begeleiding. Amsterdam: HvA.Google Scholar
  14. 14.
    Uden, M. van (1999). Mantelzorgers. In: A. Heijsman, C. Kuijper, & M. Lemette. De ergotherapeut als adviseur. Methodiek en adviesvaardigheden. Utrecht: Lemma.Google Scholar
  15. 15.
    Feil, N. (1998). Validation: an emetic approach to the care of dementia. Clinical gerontologist, 8(3), 89-94.Google Scholar
  16. 16.
    Finnema, E. (2000). Emotion oriented care in dementia. A psychosocial approach. PhD Thesis. Groningen: Stichting Drukkerij C. Regenboog.Google Scholar
  17. 17.
    Kooij, C.H. van der (1999). Gewoon lief zijn: belevingsgerichte zorg voor de dementerende verpleeghuisbewoner. Apeldoorn: IMOZ.Google Scholar
  18. 18.
    Kielhofner, G. (1995). A model of human occupation: Theory and application. Baltimore, MD: Lippincott, Williams & Wilkins.Google Scholar
  19. 19.
    Kielhofner, G. (1998). A model of human occupation: Theory and application (2nd ed.). Baltimore, MD: Lippincott, Williams & Wilkins.Google Scholar
  20. 20.
    Kielhofner, G. (2002). A model of human occupation: Theory and application (3rd ed.). Baltimore, MD: Lippincott, Williams & Wilkins.Google Scholar
  21. 21.
    Expertise Centrum Ergotherapie (2008). OPHI-II NL Model Of Human Occupation. Versie 2.0 en 2.1. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam, Expertise Centrum Ergotherapie.Google Scholar
  22. 22.
    Mies, L. (2007). Levensverhalen in de praktijk. Interventies in gezondheidszorg en welzijnswerk. In: E. Bohlmeijer, L. Mies, & G. Westerhof. De betekenis van levensverhalen. Theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2007.Google Scholar
  23. 23.
    Riopel-Smith, R., & Kielhofner, G. (1998). Occupational Performance History lnterview lI. Chicago: University of Illinois.Google Scholar
  24. 24.
    Hasselkus, B. R. (1990). Ethnographic Interviewing: A tool for practice with family caregivers for the elderly. Occupational Therapy Practice, 2(1), 9-16.Google Scholar
  25. 25.
    Pool, A., Kruyt, J., & Walters, M. (1998). Zorgen heb je samen, belevingsgerichte zorg in de praktijk, tussen thuis en ziekenhuis. Utrecht: NIZW.Google Scholar
  26. 26.
    Kolb, D.A. (1984). Experiential learning. Englewood Cliffs, NJ.: Prentice Hall.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2010

Authors and Affiliations

  • Maud Graff
  • Margot van Melick
  • Marjolein Thijssen
  • Patricia Verstraten
  • Jana Zajec

There are no affiliations available

Personalised recommendations