Advertisement

Wet- en regelgeving van gezondheid en participatie – sociale constructie van gezondheidszorgbeleid

  • Juul van Ogtrop

Samenvatting

Wat moeten zorgontwerpers met wet- en regelgeving? Alles. Ze moeten de regels heel goed kennen en weten hoe ze door wie worden geïnterpreteerd en waarom op die manier. Hoe een indicatieorgaan ertegen aankijkt en hoe een advocaat van een cliënt in een beroepszaak. Hoe een beleidsmaker schrijft, wat hij ermee bedoelt en wat je dus, in de geest van de wet, kunt bewerkstelligen. Maar ook en vooral, hoe je je tegen regels kunt wapenen, je collega’s kunt beschermen en bewerkstelligen dat je kunt ontwikkelen wat je wilt ontwikkelen, vanuit het oogpunt van je klant, je organisatie, je collega’s, de samenleving als geheel. Het betekent in de eerste plaats dat je de ‘geest’ van de wet moet aanvoelen.Waarvoor is hij in het leven geroepen, wat probeert men ermee te regelen, in te perken, af te stemmen. Daarna verdiep je je in hoe de wet uitpakt bij de diverse gremia waar jij mee te maken hebt. Wat doet de Nederlandse Zorgautoriteit met de wet, hoe gaat de Inspectie met de wet om, waar kijken gemeenteambtenaren naar en wat denkt het College voor Zorgverzekeringen? Welke belangen spelen een rol en wie zijn de vertegenwoordigers daarvan? Kijk naar collega- zorgondernemers, de issues van patiëntencliëntencollectieven, mantelzorgplatforms. Wat gebeurt er in de publiciteit: wat komt op de televisie? Kijk ook naar de ‘Dappere Dodo’s’: mensen die vanuit hun functie hun nek uitsteken en bewust ongehoorzaam of buiten het tuinhekje aan het spelen zijn. Hoe vergaat het hun? En last but not least: wat betekent de wet in het dagelijks leven van klanten: je moeder, je grootmoeder, je buurman? En de vraag is dan: hoe verhoud jij je als zorgontwerper tot de wet?

Literatuur

  1. Dijk, F.J.H. van, Dormolen, M. van, Kompier, M.A.J. & Meijman, T.F. (1990). Herwaardering model belasting-belastbaarheid. Tijdschr Soc Gezondheidsz, 68, 3–10.Google Scholar
  2. Eerten, M. van (2007). Vele gezichten van de Wmo, maatschappelijke ondersteuning tussen wet en werkelijkheid, ’s-Gravenhage: Reed Business.Google Scholar
  3. Kröber, Hans R.Th. (2008). Gehandicaptenzorg, inclusie en organiseren. Proefschrift. Tilburg: Pameijer Stichting (ISBN 978-90-9023130-3).Google Scholar
  4. Krogt, M. van der & Ogtrop, J.P.H.M. van (1994). Geïntegreerde indicatiestelling, een nieuw sturingsinstrument voor zorg, wonen en welzijn, ’s-Gravenhage: VUGA (ISBN 90-5250-745-7).Google Scholar
  5. Lipsky, M. (1980). Street-level bureaucracy, Dilemmas of the individual in public services. New York: Russel Sage Foundation.Google Scholar
  6. Meurs, P. (2006). Hoe kunnen we de kwaliteit van de publieke dienstverlening verbeteren? Professionaliteit, dienstbaar management en goede voorbeelden! Sociale Agenda 2006, Het Betoog, 4 februari 2006, de Volkskrant.Google Scholar
  7. Swaan, A. de (1988). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker (ISBN 90-351-1664-x).Google Scholar
  8. Tonkens, E. (2003). Abstracts: De geschiedenis van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap. www.actiefburgerschap.nl/publicaties/pub_tonkens.php
  9. Veen, R.J. van der (1990). De sociale grenzen van het beleid, een onderzoek naar de uitvoering en effecten van het stelsel van sociale zekerheid. Leiden: Stenfert Kroese (ISBN 90 207 1979 3).Google Scholar
  10. WHO FIC Collaborating Centre, ICF (2001). Nederlandse vertaling van de International Classification of Functioning, Disability and Health. Bilthoven (ISBN 978 90313 5098 8).Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • Juul van Ogtrop

There are no affiliations available

Personalised recommendations