Advertisement

Aansprakelijkheid – professionals tussen regeldwang en regeldrang

  • Michel Jansen

Samenvatting

Professionals, in de moderne zin van het woord, bestaan nog niet zo lang. Samen met de industriële revolutie in de negentiende eeuw ontstond de moderne beroepsbeoefenaar die op een specifiek beroepsterrein maatschappelijke erkenning verwierf omdat hij, georganiseerd in beroepsorganisaties en werkend met actuele wetenschappelijke inzichten, een garantie kon geven van hoge kwalitatieve dienstverlening. Gepaard aan die maatschappelijke erkenning ontstond een duidelijke maatschappelijke positie, gebaseerd op binnen de beroepsgroep gecontroleerde autonome handelingsvrijheid (Van der Arend, 1992). De laatste decennia staat die autonome handelingsvrijheid, althans de manier waarop die in de loop van de twintigste eeuw vorm kreeg, ter discussie. Daar zijn verschillende redenen voor, zoals we zullen zien. Het gevolg is dat de positie van professionals, met name in welzijnswerk, onderwijs en gezondheidszorg hachelijk is. Hachelijk, zowel in de betekenis van delicaat als netelig.

Literatuur

  1. Arend, A. van der (1992). Beroepscodes. Morele kanttekeningen bij een professionaliseringsaspect van de verpleging. Nijkerk: Intro.Google Scholar
  2. Freidson, E. (1994). Professionalism Reborn. Theory, Prophecy and Policy. Chicago: The University of Chicago Press.Google Scholar
  3. Graaf, J. de (1976). Elementair begrip van de Ethiek, derde druk. Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema.Google Scholar
  4. Houten, D. van (1999). De standaardmens voorbij. Over zorg, verzorgingsstaat en burgerschap. Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom, Humanistische bibliotheek.Google Scholar
  5. Jacobs, G., Meij, R., Tenwolde, H. & Zomer, Y. (red.) (2008). Goed werk. Verkenningen van normatieve professionalisering. Utrecht: Humanistic University Press.Google Scholar
  6. Krogt, Th. van der (1981). Professionalisering en collectieve macht – een conceptueel kader. ’s-Gravenhage: Vuga-Uitgeverij.Google Scholar
  7. Kunneman, H. (1996). Van theemutscultuur naar walkman-ego. Contouren van postmoderne individualiteit. Amsterdam/Meppel: Boom.Google Scholar
  8. Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (2000). Professionals in de gezondheidszorg. Advies aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zoetermeer: RVZ.Google Scholar
  9. Schaaf, H. van der & Palen, J. van der (2006). Ken je dat land achter de regels, standaarden en protocollen? www.huisartsvandaag.nl.
  10. Sullivan W. & Benner, P. (2005). Challenges to professionalism: work integrity and the call to renew and strengthen the social contract of the professions. Am J Crit Care, 14(1),78–84.PubMedGoogle Scholar
  11. Wegelin, M. (1998). De zandbak van de hulpverlener: over discretionaire ruimte in de jeugdhulpverlening. In Th. Schuyt & M. Steketee. Zorgethiek. Ruimte binnen regels. Utrecht: Uitgeverij SWP.Google Scholar
  12. Widdershoven, G. (2000). Ethiek in de kliniek. Hedendaagse benaderingen in de gezondheidsethiek. Amsterdam: Boom.Google Scholar
  13. Willems, D., Vos, R., Palmboom, G. & Lips, P. (2007). Passend bewijs. Ethische vragen bij het gebruik van evidence in het zorgbeleid. Den Haag: Centrum voor Ethiek en Gezondheid.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • Michel Jansen

There are no affiliations available

Personalised recommendations