Advertisement

EFFICIËNTE ONDERWIJSVERNIEUWINGEN

  • René van Kralingen
Part of the Docentenreeks book series (DOC)

Abstract

Langzaam is hij deze vernieuwingsoperatie ingetrokken. Hij had een studiedag georganiseerd voor het team. Gewoon als collega. Die studiedag kwam voort uit een cursus die hij een half jaar eerder gevolgd had. De trainer van die cursus had hem geïnspireerd. Zijn nononsense aanpak om competentiegericht onderwijs in te voeren sprak hem aan. Toen Carel Constantze zijn ervaringen aan zijn opleidingsmanager vertelde, vroeg deze hem of hij ermee aan de slag wilde gaan. De school wilde snel starten met de invoering van dit onderwijsconcept, en alle docenten juichten het toe. Carel stemde toe omdat hij het wel spannend vond. Nieuwe onderwijsvormen hadden zijn interesse. Hij organiseerde voor zijn collega’s van de opleiding dus een studiedag. De komst van de trainer zorgde voor beroering. In het eerste dagdeel ging de trainer uitvoerig in op een invoeringsmodel. In het tweede dagdeel zette hij alle docenten in subgroepen aan het werk. Niemand reageerde kritisch op het onderwijsconcept als zodanig. Ook werd er niet getwijfeld aan de implementatievoorwaarden. Aan het einde van de studiedag vertrokken alle subgroepen met een actieplan dat besproken was. Zonder dat er maar iemand vroeg wie dit zou faciliteren en wanneer deze activiteiten uitgevoerd moesten worden ging iedereen aan de slag. Althans zo leek het. Onder regie van een opleidingsmanager werd op volgende studiedagen aan allerlei voornemens gewerkt. Op die studiedagen werd ook besproken wat inmiddels in de praktijk was uitgeprobeerd. Waar deze afzonderlijke acties toe dienden, was Carel onduidelijk. Niemand vroeg zich overigens af of er samenhang was tussen deze goed bedoelde activiteiten en of er zo een uniforme opleidingsstructuur werd gecreëerd. De ene subgroep herschreef haar toetsen. De andere subgroep gaf de onderwijsbijeenkomst opnieuw vorm. Toen na vijf studiedagen zichtbaar werd dat de activiteiten in subgroepen toch sterk uiteenliepen besloot de opleidingsmanager voortrekkers aan te wijzen. Carel werd ook aangewezen. Hij en vier andere voortrekkers werden als verantwoordelijk onderwijsvernieuwers gezien. Zij moesten de zaak bundelen. Allen hadden een voorliefde voor onderwijsvernieuwingen. Voor hun onderwijsvernieuwingstaken mochten zij uren schrijven. De opleidingsmanager deed daarbij wel het verzoek om nauwkeurig te registreren hoeveel tijd zij spendeerden aan onderwijsvernieuwings-activiteiten. Deze extra gemaakte uren zouden later gecompenseerd worden met vrije tijd. Toen Carel en zijn team een half jaar verder waren leek het vuur te zijn gedoofd. De meeste do centen vonden de onderwijsvernieuwingen geslaagd. Ze hadden cursussen herschreven, in blokboeken competenties toegevoegd en portfolio’s als toetsinstrumenten ingevoerd. Veel docenten begrepen niet waarom er nog studiedagen gewijd moesten worden aan deze onderwijsvernieuwing. Ze hadden de klus voltooid. Men moest onderwijs niet ingewikkelder gaan maken dan noodzakelijk was. Zij beroepsonderwijsdocenten wisten wat werken was. Carel vroeg zich steeds vaker af of deze onderwijsvernieuwing wel een onderwijsvernieuwing genoemd mocht worden. Was hun opleiding nu werkelijk ‘competentiegericht’ geworden? Toen hij de vraag aan andere voortrekkers voorlegde, werd er gelaten gereageerd. Ze waren tevreden met de onderwijsvernieuwing die gerealiseerd was. Verdergaande vernieuwings-activiteiten zouden alleen maar meer kostbare tijd vragen. En deze operatie had al het nodige gekost, terwijl zij de tijd die zij als voortrekker geïnvesteerd hadden niet zomaar gecompenseerd zagen worden binnen hun baan als docent.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij B.V. 2008

Authors and Affiliations

  • René van Kralingen

There are no affiliations available

Personalised recommendations