Advertisement

5 Juridische vraagstukken rond het einde van het leven

  • D. P. Engberts
  • L. E. Kalkman-Bogerd
Chapter
Part of the Quintessens book series (QUI)

Samenvatting

Iedere samenleving heeft gebruiken en regels die samenhangen met het overlijden van mensen. Weliswaar is het overlijden van een mens in emotionele zin vooral iets dat de directe nabestaanden raakt, in meer verwijderde zin is het ook een aangelegenheid die het bredere samenlevingsverband aangaat, waarbij dikwijls een religieuze of levensbeschouwelijke gemeenschap een rol speelt en waarbij steeds ook de burgerlijke samenleving is betrokken. Om die laatste betrokkenheid gaat het in dit hoofdstuk.

Literatuur

  1. Bruin KH de, Keijzer JC de, Rutgers RAK, Das C. Onverklaard overlijden bij minderjarigen in de regio Amsterdam-Zaandam, 1990-2004, en schatting van het aantal dat voor nader onderzoek naar de doodsoorzaak (NODO-procedure) in aanmerking zal komen. NTvG. 2007;151:305–309.Google Scholar
  2. Cohen BAJ, et al. (red). Forensische geneeskunde. Raakvlakken tussen geneeskunst, gezondheidszorg en recht. Assen: Van Gorcum; 2004.Google Scholar
  3. Commissie Aanvaardbaarheid Levensbeëindigend handelen. Medisch handelen rond het levenseinde bij wilsonbekwame patiënten. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum; 1997.Google Scholar
  4. Das C. Overlijdensverklaringen en artsen. Wet en praktijk. Wageningen: Ponsen & Looijen; 2004.Google Scholar
  5. Dorscheidt JHHM Levensbeëindiging bij gehandicapte pasgeborenen. Strijdig met het non-discriminatiebeginsel? Den Haag: Sdu Uitgevers; 2006.Google Scholar
  6. Geneeskundige Hoofdinspectie van de Volksgezondheid. Informatie voor artsen met betrekking tot de Wet op de Lijkbezorging 1991. GHI bulletin: Rijswijk; 1991 (herdruk 1994).Google Scholar
  7. Grijn M van der (red). Dementie en euthanasie. Er mag meer dan je denkt … Amsterdam: NVVE; 2005.Google Scholar
  8. Keizer AA, Swart SJ. Palliatieve sedatie. Het sympathieke alternatief voor euthanasie? NTvG. 2005;149:449–451.Google Scholar
  9. KNMG-Richtlijn palliatieve sedatie. Utrecht: KNMG; 2009.Google Scholar
  10. Legemaate J. Medisch handelen rond het levenseinde. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2006.Google Scholar
  11. Meer S van der, et al. Hulp bij zelfdoding bij een patiënt met een organisch-psychiatrische stoornis. NTvG. 1999;143:881–884.Google Scholar
  12. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Doen of laten? Grenzen van het medisch handelen in de neonatologie. Utrecht: NVK; 1992.Google Scholar
  13. Nieuwkerk CMJ van, Krediet RT, Arisz L. Vrijwillige beëindiging van dialysebehandeling door chronische dialysepatiënten. NTvG. 1990;134:1549–1552.Google Scholar
  14. Pans E. De normatieve grondslagen van het Nederlandse euthanasierecht. Nijmegen: Wolf Legal Publishers; 2006.Google Scholar
  15. Sutorius EPhR. Abortus en euthanasie. Medisch handelen tussen het respect voor menselijk leven en de vrijheid tot zelfbeschikking. In: Gedenkboek. Honderd jaar Wetboek van Strafrecht. Arnhem. Gouda Quint; 1986. p. 395–423.Google Scholar
  16. Verhagen AAE. End-of-life decisions in Dutch neonatal intensive care units. Zutphen: Paris Legal Publishers; 2008.Google Scholar
  17. Verhagen EH, Nijs E de, Teunnissen SCCM. Palliatieve zorg. In: Engberts DP, et al. (red). Ethiek & recht in de gezondheidszorg (losbl.). Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 1989 e.v. Katern XXII, p. 51–65.Google Scholar
  18. Weyers H. Euthanasie: het proces van rechtsverandering. Amsterdam: Amsterdam University Press; 2004.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij, Houten 2009

Authors and Affiliations

  • D. P. Engberts
  • L. E. Kalkman-Bogerd

There are no affiliations available

Personalised recommendations