Advertisement

Behandeling

  • H. A. M. J. ten Have
  • R. H. J. ter Meulen
  • E. van Leeuwen
Part of the Quintessens book series (QUI)

Samenvatting

In de gezondheidszorg is ‘behandeling’ (of ‘therapie’) een centrale notie. Wanneer mensen klachten hebben over hun gezondheid, gaan ze voor een behandeling naar de huisarts. De behandeling kan bestaan uit geruststelling of een advies, het voorschrijven van geneesmiddelen of een chirurgische ingreep. In het ideale geval is de behandeling het sluitstuk van een systematische aanpak. Als een patiënt een dokter raadpleegt, probeert deze laatste vier vragen te beantwoorden: 1 Wat is er aan de hand? (diagnose) 2 Waarom is dit gebeurd? (etiologie en pathogenese) 3 Wat gaat er gebeuren? (prognose) en 4 Wat moet er worden gedaan? (behandeling). De praktijk is echter ingewikkelder. Soms is het nodig een behandeling te geven voordat de voorafgaande vragen zijn beantwoord (bijvoorbeeld bij acute pijn op de borst of hemorragische shock). Soms blijft ondanks alle technologische mogelijkheden het antwoord lastig te geven, terwijl de patiënt een behandeling verlangt (bijvoorbeeld bij rugklachten of moeheid).

Ter verdere lezing

  1. H. van Dam: Euthanasie. De praktijk van dichtbij bekeken. Interviews met artsen. Uitgeverij Libra & Libris, Veghel, 2007.Google Scholar
  2. European Parliament, Policy Department Economic and Scientific Policy: Palliative Care in the European Union. Mei 2008; (www.sfap.org/pdf/0-J7-pdf.pdf).
  3. H. ten Have, D. Clark (eds.): The ethics of palliative care. European perspectives. Open University Press, Buckingham, 2002.Google Scholar
  4. H. ten Have, J.Welie: Death and medical power. An ethical analysis of Dutch euthanasia practice. Open University Press, Maidenhead, 2005.Google Scholar
  5. F.C.L.M. Jacobs: ‘Medisch zinloos handelen versus zinloos medisch handelen’. In: R.L.P. Berghmans, G.M.W.R. de Wert, C. van der Meer (red.): De dood in beheer. Ambo, Baarn, 1991: p. 59–81.Google Scholar
  6. J. Kennedy: Een weloverwogen dood. Euthanasie in Nederland. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2002.Google Scholar
  7. KNMG: Richtlijn palliatieve sedatie. 2005, herzien 2009; (www.knmg.artsennet.nl).
  8. H.M. Kuitert: Mag er een eind komen aan het bittere einde? Levensbeëindiging in de context van stervensbegeleiding. Ten Have, Baarn, 1993.Google Scholar
  9. D. Pranger: Het beëindigen van kunstmatige voeding bij aanhoudend vegeterende patiënten. Thesis Publishers, Amsterdam, 1992.Google Scholar
  10. M. Pijnenburg, M. Nuy (red.): Abstineren. Morele overwegingen bij het staken van levensverlengend medisch handelen. Uitgeverij Damon, Budel, 2002.Google Scholar
  11. A-M. The: Naast de stervende patient. Beslissen over palliatieve sedatie, euthanasie en morfine. Bohn Stafleu van Loghum, Houten, 2007.Google Scholar
  12. Tj. Tijmstra: ‘Het imperatieve karakter van medische technologie en de betekenis van “geanticipeerde beslissingsspijt”’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1987; 31: 1128–31.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij, Houten 2009

Authors and Affiliations

  • H. A. M. J. ten Have
  • R. H. J. ter Meulen
  • E. van Leeuwen

There are no affiliations available

Personalised recommendations