Advertisement

Abstract

Schrijven is een cognitieve, verstandelijke activiteit, die een motorische activiteit stuurt: de spierbewegingen in de schrijvende hand. Het cognitieve aspect heeft traditioneel de meeste aandacht gekregen. Welke verstandelijke rijping moet een kind hebben bereikt om te kunnen leren schrijven? Lezen en schrijven worden daarbij vaak in één adem genoemd. Dat is begrijpelijk. Leeswoorden en schrijfwoorden gaan beide over eenzelfde niet-concreet aanwezige werkelijkheid. Alles wat een kind enigszins moet kunnen om het leren lezen gemakkelijker te maken, geldt ook voor het schrijven. Dat betreft zowel de meer zintuiglijke kanten – zoals een woord kunnen opbreken in afzonderlijke klanken – als de inzichtelijke kant, want schrijven doet net als lezen een appel op het abstracte voorstellingsdenken.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

LITERATUUR

  1. 1.
    Bus, A.G. (1995). Geletterde peuters en kleuters. Amsterdam/Meppel: Boom.Google Scholar
  2. 2.
    Verhoeven, L. (1994). Ontluikende geletterdheid. Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  3. 3.
    Goodnow, J. (1981). Kindertekeningen. Amsterdam: Arbeiderspers.Google Scholar
  4. 4.
  5. 5.
    Kwast, A.D. (1999). Schrijven kun je leren. Alkmaar: Stylus et Cultura.Google Scholar
  6. 6.
    Blaauw-van Vledder, A. (2000). Schrijven met zorg. Baarn: Intro.Google Scholar
  7. 7.
    Grünewald, G. (1957). Schrift als Bewegung. Basel: Beltz.Google Scholar
  8. 8.
  9. 9.
    Teulings, H.L., & Thomassen, A.J.W.M. (1985). Suggesties voor schrijfleermethoden op basis van psychomotorisch onderzoek. Thomassen, A.J.W.M. e.a. (Red.). Studies over de schrijfmotoriek. Lisse/Amsterdam: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  10. 10.
    Knijpstra, H. e.a. (Red.). (1997). Met jou kan ik lezen en schrijven. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  11. 11.
  12. 12.
    Pannekoek, B. (2008). Novoskript Digitaal. Evaluatie. COS Computers op School, 26, 1.Google Scholar
  13. 13.
  14. 14.
    Borysowitcz, B., & Blöte, A. (1990). Beoordelingsmethode voor de schrijfhouding en schrijfbeweging. Lisse/Amsterdam: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  15. 15.
    Hamstra-Bletz, E. (1993). Het kinderhandschrift, ontwikkeling en beoordeling. Rijksuniversiteit Leiden: Academisch Proefschrift.Google Scholar
  16. 16.
    Niemeijer, A. (2007). Neuromotor Task Training: fysiotherapie for children with developmental coordination disorder. Rijksuniversiteit Groningen: Academisch Proefschrift.Google Scholar
  17. 17.
    Geel, R. (1985). Honderd jaar zorgelijkheid over het stelonderwijs. NRC Handelsblad, 14 november.Google Scholar
  18. 18.
    Bereiter, C., & Scardamalia, M. (1984). Does learning to write have to be so difficult? Pringle, J. e.a. (Eds.). Writing skills. Londen: Longman.Google Scholar
  19. Basten Batenburg, S. van, e.a. (1989). Creativitaal. Baarn: Bekadidact.Google Scholar
  20. 19.
    Hondebrink, G. & Stoffels, H. (1995). Spiegelschrift. Begrijpend lezen en begrijpelijk schrijven op de basisschool. Tilburg: Zwijsen.Google Scholar
  21. 20.
    Dekkers, P. (1994). Onderwijs in stellen. Tilburg: Zwijsen.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  • Rita Kohnstamm

There are no affiliations available

Personalised recommendations