Advertisement

EEN EIGEN PERSOONLIJKHEID

  • Rita Kohnstamm

Abstract

In het vorige hoofdstuk werd besproken hoe de adolescentie een periode is waarin een jong mens moet kunnen oefenen in het loskomen uit afhankelijkheidsrelaties en kunnen oefenen in autonomie. Hij of zij wordt een ‘eigen persoonlijkheid’. Maar wie zijn eigen boontjes moet kunnen doppen, moet zelf iemand zijn. Iemand wiens eigen manieren van doen, de normen die hij daarbij hanteert en de emotionele toon van zijn reacties een min of meer vast patroon vormen. Pas dan is hij voor zichzelf voorspelbaar en hanteerbaar en voor anderen voorspelbaar en kenbaar. De in het derde hoofdstuk besproken theorieën over de adolescentie hebben dan ook niet alleen met elkaar gemeen dat zij aan het bereiken van autonomie een centrale plaats toekennen, zij hechten elk vanuit een eigen gezichtshoek ook veel belang aan de persoonlijkheidsontwikkeling in de adolescentie.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

LITERATUUR

  1. 1.
    Scholte, R. e.a. (2001) Indicatoren van ontwikkeling bij adolescenten. Kind en Adolescent, 22, 1, 2–21.Google Scholar
  2. 2.
    Doddema-Winsemius, M. & Raad, B. de (1993) Factors in teachers’ ratings of schoolchildren: Heymans data reconstructed by modern standards. European Journal of Personality, 7, 283–298.CrossRefGoogle Scholar
  3. 3.
    Miller, G. E. & Wrosch, C. (2007) You’ve Gotta Know When to Fold ’Em: Goals Disengagement and Systematic Inflammation in Adolescence. Psychological Science, 18, 9.CrossRefGoogle Scholar
  4. 4.
    Branje, S.J.T. e.a. (2005) Verandering en ontwikkeling in Big Five-persoonlijkheidsfactoren tijdens de adolescentie. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 60, 64–75.Google Scholar
  5. 5.
    Bowker, A. (1993) Dear Dairy. Voordracht voor de Biennale van de SRCD, New Orleans, maart.Google Scholar
  6. 6.
    Levit, D.B. (1991) Gender differences in ego defences in adolescence. Journal of Personality and Social Psychology, 61, 6, 992–999.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  7. 7.
    Lieshout, C.F.M. e.a. (1998) Adolescenten met verschillende persoonlijkheidstypen. Hun sociale relaties en hun psychosociaal functioneren. Nederlands Tijdschrift voor Opvoeding, Vorming en Onderwijs, 14, 3, 114–133.Google Scholar
  8. 8.
  9. 9.
    Harter, S. (1990) Self and identity development. Feldmann, S.S. & Elliott, G. (Eds.) At the threshold: Developing adolescent. Cambridge, MA: Harvard University Press.Google Scholar
  10. 10.
    Markus, H. & Nurius P. (1986) Possible selves. American Psychologist, 41, 954–969.CrossRefGoogle Scholar
  11. 11.
    Meulen, M. van der e.a. (1993) Zelfbeeld en psychisch functioneren. Kind en Adolescent, 14, 3, 115–225.CrossRefGoogle Scholar
  12. 12.
  13. 13.
    Harter, S. (1982) The perceived competence scale for children. Child Development, 53, 87–97.CrossRefGoogle Scholar
  14. 14.
    Sikkema, P. (2008) Jongeren 07 Alle opties open. Amsterdam: Qrius.Google Scholar
  15. 15.
    Higgins, E.T. e.a. (1992) Self and health. Social Cognition, 10, 125–150.Google Scholar
  16. 16.
    Schuttinga-Helder, J. e.a. (1996) Zelfwaardering, chronische aandoeningen en de invloed van sociaal-economische status bij jongeren. Tijdschrift voor Jeugdgezondheidszorg, 28, 1.Google Scholar
  17. 17.
    Adolph, H. & Euler, H.A. (1994) Warum Mädchen und Frauen reiten - eine empirische Untersuchung. Kassel: Universität Gesamthochschule.Google Scholar
  18. 18.
    Kohnstamm, D. (2002) Ik ben ik. De ontdekking van het zelf. Amsterdam: De Bezige Bij.Google Scholar
  19. 19.
    Rozendaal, S. (2006) Het is fi jn on line te zijn. Elsevier, 18 maart.Google Scholar
  20. 20.
    Blanken, H. (2006) Op internet kies ik zelf wie ik ben. de Volkskrant, 18 maart.Google Scholar
  21. 21.
    Schouten, A.P. (2007) Adolescents’ online selfdisclosure and self-presentation. Amsterdam: Proefschrift Universiteit van Amsterdam, 22 november.Google Scholar
  22. 22.
    Reeves, B. (2008) Online Games put the future of business leadership on display. Virtual Worlds, Real Leaders. IBM : A Global Innovation Outlook Report.Google Scholar
  23. 23.
  24. 24.
    Klaver, M. (2008) Jongens die gamen worden goede teamspelers. NRC Handelsblad, 3 juni.Google Scholar
  25. 25.
    Marcia, J.E. (1980) Identity in adolescence. Adelson, J. (Ed.) Handbook of Adolescent Psychology. New York: Wiley.Google Scholar
  26. 26.
    Bosma, H.A. (1991) Identiteit en identiteitsproblemen in de adolescentie. Handboek problemen en risicosituaties bij kinderen en adolescenten. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  27. 27.
    Beyers, W. e.a. (2007) Identiteitsontwikkeling in de adolescentie. Vyt, A. e.a. Ontwikkelingspsychologie, orthopedagogiek en kinderpsychiatrie, 7. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  28. 28.
  29. 29.
  30. 30.
    Arnett, J.J. (2007) Emerging Adulthood: What Is It, and What Is It Good For? Child Developmental Perspectives, 1, 2.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  • Rita Kohnstamm

There are no affiliations available

Personalised recommendations