Advertisement

LEEFTIJDGENOTEN EN VRIENDEN

  • Rita Kohnstamm

Abstract

Adolescenten moeten loskomen van hun ouders en zich meer en meer gaan richten op generatiegenoten. Dat is de natuurlijke gang van het leven. Daar, in die nieuwe groep - in het Engels peergroup - zullen ze immers hun levensgezel moeten vinden. Meisjes die iemand trouwen ‘die hun vader had kunnen zijn’ blijven uitzonderingen. Evolutionair gezien is slechts buiten het gezin van herkomst succesvolle, want biologisch gezonde voortplanting te realiseren en ook vanuit psychosociaal oogpunt zijn generatiegenoten voor de verder weg gelegen toekomst meer op elkaar aangewezen dan op de oudere generatie.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

LITERATUUR

  1. 1.
    Loeb, R. (1973) Adolescent groups. Sociology and Social Research, 58, 13–22.Google Scholar
  2. 2.
    Kaldenbach, H. (2008) Hangjongeren, 99 tips voor buurtbewoners en voorbijgangers. Amsterdam: Prometheus.Google Scholar
  3. 3.
    Hamm, J.V. (2000) Do Birds of a Feather Flock Together? The Variable Bases for African American, Asian American, and European American Adolescents’s Selection of Similar Friends. Developmental Psychology, 36, 2, 209–219.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  4. 4.
    Selfhout, M.H.W. e.a. (2007) Similarity in adolescent best friendships: the role of gender. Netherlands Journal of Psychology, 63, 2.Google Scholar
  5. 5.
    Vollinga, P. (1997) En toen maakte ik het uit met mijn vriendin. Yes, 12 april.Google Scholar
  6. 6.
    Rose, A. e.a. (2007) Prospective Associatieons of Co-rumination With Friendship and Emotional Adjustment: Considering the Socioemotional Trade-offs of Co-rumination. Developmental Psychology, 43, 4.CrossRefGoogle Scholar
  7. 7.
    Hartup, W. (1993) Adolescents and their friends. Laursen, B. (Ed.) Close friendships in adolescence. San Francisco: Jossy-Bass.Google Scholar
  8. 8.
    Harris, J. (1999) Het misverstand opvoeding. Over de invloed van ouders op kinderen. Amsterdam: Uitgeverij Contact.Google Scholar
  9. 9.
    Jaccard, J. e.a. (2005) Peer influences on risk behavior: an analyses of the effect of a close friend. Developmental Psychology, 41, 1, 135–147.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  10. 10.
    Branje, S.J.T. (2007) Relaties van adolescenten met ouders en vrienden: onderzoek vanuit een dynamische systeembenadering met behulp van space grids. Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, orthopedagogiek en kinderpsychiatrie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  11. 11.
    McIntosh, H. (1996) Adolescent friends not always a bad influence. APA Monitor, juni.Google Scholar
  12. 12.
    Seiffge-Krenke, I. (1997) Denkbeeldige vrienden in de adolescentie: teken van gebrekkige of een positieve ontwikkeling? Literatuurselectie Kinderen en adolescenten, 4, 4, 386–403.Google Scholar
  13. 13.
    Sikkema, P. (2008) Jongeren 07 Alle opties open. Amsterdam: Qrius.Google Scholar
  14. 14.
    Steinberg, L. (1993) Adolescence, third edition. New York: McGraw-Hill.Google Scholar
  15. 15.
    Chijs, Ingrid van der, Schoonhoven, Gertjan van & Tenret, Laura (2008) Kijk mij eens! Elsevier, 31 mei.Google Scholar
  16. Spinhoven, J. (2001) Nooit uitgepraat. Volkskrant Magazine, 4 augustus.Google Scholar
  17. 16.
  18. 17.
    Bogt, T. ter (2004) Tijd onthult alles… Popmuziek, ontwikkeling, carrières. Amsterdam: Vossiuspers UvA.Google Scholar
  19. 18.
  20. 19.
    Conger, J.J. (1991) Adolescence and Youth. Psychological development in a changing world, fourth edition. New York: Harper Collins.Google Scholar
  21. 20.
    Seltzer, V.C. (1989) The psychological worlds of adolescents: Public and private. New York: Wiley.Google Scholar
  22. 21.
  23. 22.
    Gussenhoven, R. (1998). Vriendschap helpt. Roosen, C.J.A. e.a. Zeg me wie je vrienden zijn. Psychotherapie en vriendschap. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  24. 23.
  25. 24.
    Morison, P. & Masten, A.S. (1991) Peer reputation in middle childhood as a predictor of adaptation in adolescence. Child Development, 62, 991–1007.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  26. Englund, M.M. e.a. (2000) Adolescent Social Competence: Effectiveness in a Group Setting. Child Development, 71, 4, 1049–1060.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  27. Engels, R.C.M.E. e.a. (2000) Opvoedingsbeleving, sociale vaardigheden en vriendschapsrelaties van adolescenten. Kind en Adolescent, 21, 2, 106–124.Google Scholar
  28. 25.
    McElhaney, K.B. & Allen, J.P. (2008) They Like Me, They Like Me Not. Popularity and Adolescents’ Perceptions of Acceptance Predicting Social Functioning Over Time. Child Development, 79, 720–731.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  29. 26.
    Younger, M. & Warrington, M. (2005) Separate classes needed for boys. BBC News, 29 mei.Google Scholar
  30. 27.
    Lavy, V. & Schlosser, A. (2008) Mechanisms and Impacts of Gender Peer Effects at School. Social Science Research Network. NBER Working Paper W13292.Google Scholar
  31. 28.
    Cobussen, E. (1995) Voor een school is het eigenlijk best wel leuk. Leiden: Scriptie Universiteit Leiden, Bestuurskunde.Google Scholar
  32. 29.
    Emans, B. & Roede, E. (2006) Sanctioneren of argumenteren. Onderzoeksrapport 45. Amsterdam: SCO Kohnstamm-Instituut.Google Scholar
  33. 30.
    Weerman, F. e.a. (2007) Probleemgedrag van leerlingen tijdens de middelbare schoolperiode. Individuele ontwikkeling, leerlingnetwerken en reacties vanuit de school. Amsterdam: Aksant.Google Scholar
  34. 31.
    Larson, R. W. & Brown, J.R. (2007) Emotional Development in Adolescence: What Can Be Learned From a High School Theater Program? Child Development, 78, 4, 1099–1099.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  • Rita Kohnstamm

There are no affiliations available

Personalised recommendations