Advertisement

De beeldend therapeut in de organisatie

  • Celine Schweizer
  • Jacqueline de Bruyn
  • Suzanne Haeyen
  • Bert Henskens
  • Henriette Visser
  • Marijke Rutten-Saris
Part of the Methodisch Werken book series (MET)

Beeldend therapeuten werken in verschillende organisatievormen. Veel beeldend therapeuten werken in de geestelijke gezondheidszorg, de ggz, of in net onderwijs, een eigen praktijk of een ander werkveld. In de ggz hebben de laatste jaren veel vernieuwingen plaatsgevonden die gevolgen hebben voor de positie in de instelling van de beeldend therapeut. Deze krijgt steeds vaker te maken met meerdere doelgroe-pen op meerdere afdelingen en dus met mogelijk andere visies, verschillende teams en verschillende vraagstellingen.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Beek, J. L. M. van der (1992). Het inzagerecht, een nadere afweging. Medisch Contact, 47, 1234–1236.Google Scholar
  2. Beelen, F., Oelers, M. & Muller, S. (1989). Interactief. Deventer: Van Loghum Slaterus.Google Scholar
  3. Berman, A. (1994). De strijd om een eigen plek. Een inleiding in organisatiestructuren en culturen. Tijdschrijt voor Kreatieve Therapie, 13(4), 107–111.Google Scholar
  4. Berman, A. (1998). Perspectief voor creatieve therapie!? Tijdschrijt voor Kreatieve Therapie, 2, 20–23.Google Scholar
  5. Bil, P. de (2005). Observeren, registreren, rapporteren en interpreteren. Soest: Nelissen.Google Scholar
  6. Bitter, M. (2006). Knowledge elititation support Jor virtual multi-expertise teams, pp 134–141. Washington DC: American Psychiatric Association.Google Scholar
  7. Blokland-Vos, J., Giinther, G., Mook, C. van (2008). Je vak in schema’s. Ttjdschrtft voor vaktherapie, 2.Google Scholar
  8. Bolscher, A. M. E. & Wijkstra, J. (1993). Inzagerecht en teambehandeling in de psychiatric. Tijdschrijt voor Gezondheidsrecht, 189–95.Google Scholar
  9. Born, J.van der (2001). Dagbesteding, meer dan tijdsbesteding, zoeken naar betekenis. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  10. Broeck, E. van den (2007). Vooronderzoek naar de mogelijkheden van samenwerking tussen Bijzondere Jeugdzorg en Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Gefinancierd door Cera-foundation. Opdracht aan OSBJvzw.Google Scholar
  11. Bruyn, E.E.J, de e.a. (2003). De diagnostische cyclus. Een praktijkleer. Leuven/Voorburg: Acco.Google Scholar
  12. Coördinatie Orgaan Nascholingen en Opleiding in de Gezondheidszorg. (2000). Adviesnota voor de minister over de beroepenstructuur dat een transparante en doelmatige verdeling tussen de in de GGZ werkzame beroepen beoogt. Utrecht: Auteur.Google Scholar
  13. Drieschner, K. & Pioch, A. (2001). Een pragmatische benadering ter ontwikkeling van modules. Tijdschnjt voor creatieve therapie, 4.Google Scholar
  14. Drieschner, K. (2002). Het ontwikkelen van creatief therapeutische producten. Tijdschrift voor creatieve therapie, 1.Google Scholar
  15. Federatie Vaktherapeutische Beroepen (2008). Projiel van de vaktherapeutische beroepen. Utrecht: FVB.Google Scholar
  16. Federatie Vaktherapeutische Beroepen. (2008). Projiel van de vaktherapeutische beroepen. Utrecht.Google Scholar
  17. GGNet (2003). Interne uitgave. Vakgroep CT/PMT.Google Scholar
  18. Graamans, J. (2002). Verschillen en overeenkomsten tussen arbeids-, bezigheids- en kreatieve therapie. Tijdschnjt voor Creatieve therapie, 3, 20–24.Google Scholar
  19. Haeyen, S. (2007). Niet uitleven maar beleven. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  20. Hattum, M. van & Hutschemaekers, G. (2000). Vakiuerk. Producttuperingen van vakthera- peuten voor het programma stemmingsstoornissen. Utrecht: Trimbos-instituut.Google Scholar
  21. Hellendoorn, J., Groothoff, E., Mostert, P. & Harinck, F. (1986). Beeldcommunicatie, een vorm van kinderpsuchotherapie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  22. Hellendoorn, J. (red.) (1988). Therapie kind en spel. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  23. Hutschemaekers, G. & Neijmeijer, L. (1998). Beroepen in beweging. Prqfessionalisering en grenzen van de multidisciplinaire GGZ. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  24. Janson, E., Rijssen, J. van & Nijenhuis, D. (2006). Winst of verlies? DBC voor vakthe- rapeuten. Tijdschnjt voor vaktherapie, 1.Google Scholar
  25. Jonghe, F., Janssen, R. & Rijnierse, P. (1987,19883,1988b). Uitzicht op inzicht I, II, III. Tijdschrift voor psychotherapie.Google Scholar
  26. Klijn, W. & Scheler-Dikkers, S. (2006). Waar tuoorden tekort schieten. Leuven: Acco.Google Scholar
  27. Koerselman, G. F.(1988). Inzagerecht: een psychiatrisch probleem of een probleem van psychiaters?. Medisch Contact, 43, 854–855.Google Scholar
  28. Laming, C. (2002). Activiteitenmethodiek voor agogische beroepen. Baarn: HB.Google Scholar
  29. Lange, J. de (2005). Terug naar Heiloo. Tijdschrift voor vaktherapie, 2.Google Scholar
  30. Legemaate, J. (1986). Het inzagerecht in de psychiatric. Maandblad voor geestelijke Volks- gezondheid, 11, 1109–22.Google Scholar
  31. Lommel, A. B. van & Veen, E. B. van (red.) (1999). De WGBO. De betekenis voor de hulp- verleners in de gezondheidszorg. Lelystad: Koninklijke Vermande.Google Scholar
  32. Lubbers, R. (1988). Psychotherapie door beeld- en begripsvorming. Nijmegen: Dekker & Van de Vegt.Google Scholar
  33. Nederlandse Vereniging voor Beeldende therapie (2007). Folder Beeldende Therapie. Utrecht: NVBT.Google Scholar
  34. Nederlandse Vereniging voor Kreatieve therapie (2000). Folder tuintherapie. Hilversum: NVKT.Google Scholar
  35. Neijmeijer, L., Wijgert, J. van de & Hutschemaekers, G. (1996). Beroep: vaktherapeut/ begeleider. Utrecht: NcGv.Google Scholar
  36. NVCT (1999), Beroepsprofiel creatief therapeut beeldend, Utrecht.Google Scholar
  37. NVCT (1999), Beroepsprofiel creatief therapeut dans, Utrecht.Google Scholar
  38. NVCT (1999), Beroepsprofiel drama therapeut Utrecht.Google Scholar
  39. NVCT (1999), Beroepsprofiel muziektherapeut, Utrecht.Google Scholar
  40. Pieters, A. & Henskens, B. (1999–2001). Meerjarig cliënttevredenheidsonderzoek. In opdracht van de Zelfstandig gevestigde creatief therapeuten.Google Scholar
  41. Profiel van de Vaktherapeutische Beroepen, april 2007Google Scholar
  42. Rauh, W. & Duijnhoven, D. van (2004). Vaktherapie onder de loep. Ttjdschrift voor vaktherapie, 2.Google Scholar
  43. Regouin, W. & Schamp, P. (2006). Rapportage, gids voor zorg, hulp- en dienstverlening. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  44. Remmerswaal, J. (2004). Handboek groepsdynamica. Soest: Nelissen.Google Scholar
  45. Rijssen, J. van (2005). Samen sterker. Ttjdschrift voor ualrtherapie, 2.Google Scholar
  46. Roos, S. de (1998). Diagnostiek en planning in de hulpverlening: een dynamische cyclus. Bussum: Coutinho.Google Scholar
  47. Schaverien, J. (1989). The picture within the frame. In A. Gilroy & T. Dalley (eds.). Pictures at an exhibition. Londen: Travistock/Woodledge.Google Scholar
  48. Schweizer, C. & Visser, C. (2006). Verschil moet er zijn. Onderzoek naar overeenkomsten en verschillen in interventies met kunstzinnkje middelen door de creatieve agoog en de creatief therapeut. Leeuwarden: Stenden Hogeschool.Google Scholar
  49. Schweizer, C. (2001). In beeld. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  50. Smeijsters, H. (2000). Handboek creatieve therapie. Bussum: Coutinho.Google Scholar
  51. Smeijsters, H. (2005). Praktijkonderzoek in ualrtherapie. Bussum: Coutinho.Google Scholar
  52. Ttjdschrift voor creatieve therapie (1996/4). Themanummer De praktijk van de eigen praktijk.Google Scholar
  53. Ttjdschrift voor creatieve therapie (2002/2). Themanummer 40 jaar NVCT.Google Scholar
  54. Ttjdschrift voor creatieve \therapie (2001/4). Themanummer Modulen.Google Scholar
  55. Tonkens, E. (2004). Een creatief therapeut is (g)een boekhouder. Ttjdschrift voor vaktherapie, 3.Google Scholar
  56. Tuender, G. (2007). Vaktherapie in de eigen praktijk. Een praktijkonderzoek met interviews van valrtherapeuten (dvd). Nijmegen: HAN.Google Scholar
  57. UMCG informatiebeveiliging 2008. Vuistregels voor medewerkers.Google Scholar
  58. Verheij, F. e.a. (2005). Integratieve kinder- en jeugdpsychotherapie. Assen: Van Gorcum.Google Scholar
  59. Weisfelt, P. (2000). Op weg naar gezondheid. Baarn: Nelissen.Google Scholar
  60. Wet Bescherming PersoonsgegevensGoogle Scholar
  61. Wgbo. artikel 7:446, lid 1 BW. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling.Google Scholar
  62. Wheeler, B. (2005). Music therapy research. Barcelona: Barcelona Publishers.Google Scholar
  63. Yalom, I.D. (1988). Groepspsychotherapie in theorie en praktijk. Deventer: Van Loghum.Google Scholar
  64. Yalom, I.D. (1991). Groepspsychotherapie in theorie en praktijk. Houten/Antwerpen: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  • Celine Schweizer
  • Jacqueline de Bruyn
  • Suzanne Haeyen
  • Bert Henskens
  • Henriette Visser
  • Marijke Rutten-Saris

There are no affiliations available

Personalised recommendations