Advertisement

Beeldende therapie

  • Celine Schweizer
  • Jacqueline de Bruyn
  • Suzanne Haeyen
  • Bert Henskens
  • Henriette Visser
  • Marijke Rutten-Saris
Part of the Methodisch Werken book series (MET)

Een handboek over beeldend therapie zou geen handboek zijn als het niet zou beginnen met de definiëring van het begrip ‘beeldende therapie’. De identiteit van het beroep wordt onderschreven door een-duidige hantering van dit begrip.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Alaouanine, T. (1948). Aphasia and artistic realization. Brain, 71, 229–241.CrossRefGoogle Scholar
  2. Arnheim, R. (1954). Art and visual perception, a psychology of the creative eye. Berkeley, LA: University of California Press.Google Scholar
  3. Arnheim, R. (2005). Gestalt and Art, a psychological theory; Opnieuiu ontsloten door Versteegen I. Wenen: Springer Verlag.Google Scholar
  4. Asselbergs-Neessen, V. (1989). Kind, kunst en Opvoeding. Amersfoort/Leuven: Acco.Google Scholar
  5. Bachelard, G. (1990). Psychoanalyse van het vuur. Meppel: Boom.Google Scholar
  6. Bakker, C. & Goei, L. de (2002). Een bron van goede zorg en goede werken. Nijmegen: SUN.Google Scholar
  7. Berger, J. (1974). Anders zien. Nijmegen: SUN.Google Scholar
  8. Bosnian, A. (2008). Pedagogische wetenschap, koorddansen tussen kunst en kunde; Oratie sektie orthopedagogiek van Ieren en ontiuikkelen. Nijmegen/Hilversum: Radboud Universiteit Nijmegen/Eenmalig.Google Scholar
  9. Brodmann, K. (1909). Vergleichende Lokalisationslehre der Grosshirnrinde in ihren Prinzipien dargestellt auf Grund des Zellenbaues. Leipzig: J.A. Barth.Google Scholar
  10. Brom, M. M. (1981). Ehrenzweig en het articulatieproces. In M. M. Brom (1984). Over de kreatief process theorie en haar toepassingsmogelijkheden (Interne uitgave). Amersfoort: Sociaal Pedagogische Opleidingen, Middeloo.Google Scholar
  11. Buber, M. (1998). Ich und Du. Utrecht: Erven J. Bijleveld.Google Scholar
  12. Buurman, K. (2005). Van Kunstanaloog naar morfoloog en analoog proces (Werkstuk module Theorieontwikkeling Masteropleiding Vaktherapieën). Sittard: Hogeschool Zuyd.Google Scholar
  13. Buytendijk, F. (1932). Het spel bij mens en dier, als openbaring van Ieuensdriften. Amsterdam: Kosmos.Google Scholar
  14. Cane, F. (1951). The artist in each of us, art therapy publications. Washington DC: Craftsbury Common.Google Scholar
  15. Carey, D. P., Dijkerman, C., Murphy, K. J., Goodale, M. A. & Milner, D. A. (2006). Pointing to places and spaces in a patient with visual form agnosia. Neuropsychologia, 44, 1584–1594.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  16. Damasio, A. (2003). Ik uoel dus ik ben, hoe gevoel en Iichaam ons beuiustzijn vormen. Amsterdam: Wereldbibliotheek.Google Scholar
  17. Damasio, A. (2004). Het gelijk van Spinoza, vreugde uerdriet en het voelende brein. Amsterdam: Wereldbibliotheek.Google Scholar
  18. Damasio, A. R. (1994). Descartes’ error: emotion, reason, and the human brain. New York: Grosset/Putnam.Google Scholar
  19. Damasio, A. R. (1998). De vergissing van Descartes, gevoel, verstand en het menselijke brein. Amsterdam: Wereldbibliotheek.Google Scholar
  20. Damasio, A. R., Tranel, D. & Damasio, H. (1991). Somatic markers and the guidance of behavior: Theory and preliminary testing. In H.S. Levin, H.M. Eisenbert & A.L. Benton (eds.), Frontal lobe function and dysfunction (pp. 217-229). New York: Oxford University Press.Google Scholar
  21. Dewey, J. (1934). Art as Experience. New York: Minton Balch & Co.Google Scholar
  22. Dijksterhuis, A. (2007). Het slimme onbeiuuste, denken met geuoel. Amsterdam: Bert Bakker.Google Scholar
  23. Drift, H. van der (1957). Beknopte Ieidraad bij de toepassing van speltherapie, culturele therapie en beiuegingstherapie in de psychiatrische inrichting. Utrecht: Bijleveld.Google Scholar
  24. Droste, M. (2002). Bauhaus 1919-1933. Tübingen: Taschen.Google Scholar
  25. Ehrenzweig, A. (1986). Onbeiuuste processen bij het horen en zien van (kunst-) vormen (H. Smitskamp, Trans.) (Interne uitgave). Amersfoort: Sociaal Pedagogische Opleidingen, Middeloo (oorspronkelijk werk gepubliceerd in 1953).Google Scholar
  26. Erikson, E. (1964). Kind en Samenlewng (Norton, Trans.). Utrecht: Het Spectrum (oor-spronkelijk werk gepubliceerd in 1950).Google Scholar
  27. Federatie Vaktherapeutische Beroepen (2007). Projiel Vaktherapeutische beroepen, concept december. Utrecht: FVB.Google Scholar
  28. Franklin, S., Sommers, P. V. & Howard, D. (1992). Drawing without meaning? Dissociations in the graphic performance of an agnostic artist. In R. Campbell (ed.), Mental Lives: Case studies in cognition (pp. 179-198). Oxford: Blackwell.Google Scholar
  29. Freud, A. (1973). Het Ik en de ajiueermechanismen. Baarn: Ambo.Google Scholar
  30. Freud, S. (1984). Cultuur en religie. Meppel: Boom.Google Scholar
  31. Gadamer, H. G. (1960). Wahrheit und methode. Tübingen: Taschen.Google Scholar
  32. Gadamer, H. G. (1993). De actualiteit van het schone, Kunst als spel, symbool en feest. Meppel: Boom.Google Scholar
  33. Gerritsen, R. (2004). James. Reeks Kopstukken Filosqfie. Rotterdam: Lemniscaat.Google Scholar
  34. Geschwind, N., & Galaburda, A. M. (1987). Cerebral lateralization: biological mechanisms, associations and pathology. Cambridge, MA: MIT Press.Google Scholar
  35. Giddens, A. (1991). Modernity and the self identity. Cambridge, MA: Polity Press.Google Scholar
  36. Gombrich, E. (1964). Kunst en illusie, De psychologic van het weergeuen. Zeist: De Haan.Google Scholar
  37. Gombrich, E. (1992). Eeuiuige schoonheid. (14e ed.). Houten: De Haan.Google Scholar
  38. Goodale, M. A., & Milner, A. D. (1992). Separate visual pathways for perception and action. Trends in Neuroscience, 15, 20–25.CrossRefGoogle Scholar
  39. Goodale, M. A., & Milner, A. D. (2004). Sight unseen: An exploration of conscious and unconscious vision. Oxford: Oxford University Press.Google Scholar
  40. Grabau, E. & Visser, H. (1987). Creatieve therapie, spelen met mogelijkheden. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  41. Greenburg, L. S. (2002). Emotion focused therapy. Washington, DC: American Psychological Association.Google Scholar
  42. Heidegger, M. (1996). De oorsprong van het kunstiuerk. Meppel: Boom.Google Scholar
  43. Hermans, H. e.a. (1995). Self narratives, the construction of meaning in psychotherapy. New York: Guilford Press.Google Scholar
  44. Houben, J. & Smitskamp, H. (1982). Derde Wil Waardenburg week (Interne uitgave). Amersfoort: Sociaal Pedagogische Opleidingen Middeloo.Google Scholar
  45. Huizinga, J. (1938). Homo Ludens (3e ed.). Groningen: Wolters Noordhoff.Google Scholar
  46. Huizinga, J. (1938). Homo Ludens, proeue van ener bepaling van het spel in de cultuur. Haarlem: W.E.J. Tjeenk Willink.Google Scholar
  47. Hutschemaekers, G. (1998). Beroepen in beiweging. Utrecht: Trimbos-instituut.Google Scholar
  48. Itten, J. (1994). Kleurenleer. Utrecht: Cantecleer.Google Scholar
  49. James, W. (1901). The principles of psychology. Londen: MacMillan & Co. Google Scholar
  50. Jung, C. (1992). De mens en zijn symbolen. Rotterdam: Lemniscaat.Google Scholar
  51. Kastner, S., Schneider, K. A. & Wunderlich, K. (2006). Beyond a relay nucleus: neuroimaging views on the human LGN. Progress in Brain Research, 155, 125–143.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  52. Kennedy, F. & Wolf, A. (1936). The relationship of intellect to speech defect in aphasic patients. Journal of Nervous and Mental Disease, 84, 125–145, 293–311.Google Scholar
  53. Kliphuis, M. (1957). De betekenis van de creatieve activiteit. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 6.Google Scholar
  54. Kliphuis, M. (1957). De creatieve bezigheid in de kinderbescherming (11e ed.). De Koepel.Google Scholar
  55. Kliphuis, M. (1957). Psychiatrische bezigheidstherapie. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 11.Google Scholar
  56. Kliphuis, M. (1973). Het hanteren van creatieve processen in vorming en hulpverlening. In L. Wils (red.), Bij luijze van spelen, creatieve processen bij vorming en hulpverlening, (chap. 3). Alphen aan den Rijn: Samsom.Google Scholar
  57. Kliphuis, M. (1976). Basisbegrippen voor een algemene methodiek van kreatieve procestherapie (Lezing 8e Congress of Art and Psychotherapy). Documentatiebladen van de Vereniging voor Kreatieve Therapie, 4.Google Scholar
  58. Kohler, W. (1947). Gestaltpsychology. New York: International University Press.Google Scholar
  59. Kramer, E. (1971). Art as therapy with children. New York: Schocken Books.Google Scholar
  60. Kramer, E. (1980). Creativiteitstherapie. Rotterdam: Ad Donker.Google Scholar
  61. Kris, E. (1952). The aesthetic illusion. In Kris, E., Psychoanalytic explorations in Art New York Internationa, (chap I, III). New York: University Press Inc. (Vertaling: Kris E. De esthetische illusie 1989, Meppel, Boom).Google Scholar
  62. Kunneman, H. (1996). Van theemutscultuur naar lualkmanego, contouren van een postmoderne identiteit. Amsterdam: Boom.Google Scholar
  63. Kunneman, H. (2005). Voorbij het dikke ik. Amsterdam: SWP.Google Scholar
  64. Kwant, R. C. (1968). De fenomenologie van Merleau Ponty. Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum.Google Scholar
  65. Kwant, R. C. (1968). Mens en Expressie. Utrecht: Prisma.Google Scholar
  66. Landy, R. (1993). The meaning ojrole in drama, therapy and every day life. Londen: Jessica Kingsley.Google Scholar
  67. Linde, M. van der (2007). Basisboekgeschiedenis sociaal tuerk in Nederland. Amsterdam: SWP.Google Scholar
  68. Löwenfeld, V. (1939). The nature of Creative Activity. New York: Harcourt Brace & Co.Google Scholar
  69. Löwenfeld, V. (1952). Creative and mental Growth. New York: Macmillan & Co.Google Scholar
  70. Marr, D. (1976). Early processing of visual information. Philosophical Transactions of the Royal Society of London, 275, 483–524.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  71. Mcintosh, R.D., Dijkerman, H.C., Mon-Williams, M. & Milner, A.D. (2004). Grasping what is graspable: Evidence from visual form agnosia. CORTEX, 40, 695–702.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  72. McNiff, S. (1979). From shamanism to art therapy. Art Psychotherapy, 6(3).Google Scholar
  73. McNiff, S. (1981). The arts and psychotherapy. Springfield, IL: Charles C. Thomas.Google Scholar
  74. McNiff, S. (1988). Fundamentals of art therapy. Springfield, IL: Charles C. Thomas.Google Scholar
  75. McNiff, S. (1991). The Arts in Psychotherapy, Springfield, IL: Charles C. Thomas.Google Scholar
  76. McNiff, S. (1992). Art as medicine: Creating a therapy of the imagination. Boston: Shambhala.Google Scholar
  77. Mei, J. van der & Verbeek, B. (1978). Bij luijze van werken (Intern document). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  78. Mell, J. C., Howard, S. M. & Miller, B. L. (2003). Art and the brain: The influence of frontotemporal dementia on an accomplished artist. Neurology, 60, 1707–1710.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  79. Merleau Ponty, M. (1945). Phenomenologie de la Perception. Parijs: Gallimard.Google Scholar
  80. Merleau Ponty, M. (1964). Le visible et l’invisible. Paris: Gallimard.Google Scholar
  81. Middeloonummer (1972). Uitgave bij 25 jaar Middeloo. Documentatiebladen Nederlandse Vereniging voor Creatieve en Expressing Therapie en Stichting Muziektherapie, 8–3.Google Scholar
  82. Milner, A. D. & Goodale, M. A. (1993). Visual pathways to perception and action. In T. P. Hicks, S. Molotchnikoff& T. Ono (eds.), Progress in Brain Research, 95, 317–337.Google Scholar
  83. Milner, A. D. & Goodale, M. A. (1995). The visual brain in action. Oxford: Oxford University Press.Google Scholar
  84. Milner, A. D. & Goodale, M. A. (2006). The visual brain in action. (2nd ed.). Oxford: Oxford University Press.Google Scholar
  85. Mooij, A. (2002). Psychoanalytisch gedachtegoed. Amsterdam: Boom.Google Scholar
  86. Muijen, H. (2001). Metqfoor tussen magic en methode. Kampen: Agora.Google Scholar
  87. Naumberg, M. (1948). Studies of ’free’ art expression of behaviour problem children and adolescents as a means of diagnosis and therapy. International Journal of Psycho-analysis, 29, 69.Google Scholar
  88. Naumberg, M. (1950). Schizophrenic art: its meaning in psychotherapy. New York: Grune & Stratton.Google Scholar
  89. Naumberg, M. (1953). Psychoneurotic Art. New York: Grune & Stratton.Google Scholar
  90. Naumberg, M. (1966). Dynamically oriented arttherapy. New York: Grune & Stratton.Google Scholar
  91. Nederlandse Vereniging Beeldend Therapeuten (n.d.). Beleidsplan Nederlandse Ver eniging Beeldend Therapeuten 2006–2008. Utrecht: Auteur.Google Scholar
  92. Perls, F. (1973). Gestalttherapie verbatim (Stevens, J., Trans.). Den Haag: Bert Bakker (oorspronkelijk werk gepubliceerd in 1977).Google Scholar
  93. Peursen, C. van (1970). Strategic van de cultuur. Amsterdam: Elsevier.Google Scholar
  94. Pizzagalli, D., Shackman, A. J. & Davidson, R. J. (2003). The functional neuroimaging in human emotion: Asymmetrical contributions of cortical and subcortical circuitry. In K. Hughdahl & R. J. Davidson (eds.), The Asymmmetrical Brain (pp. 511–532). Cambridge, MA: MIT Press.Google Scholar
  95. Redl, F. & Wineman, D. (1970). De behandeling van het agressieue kind (P. J. Miessen, Trans.). Utrecht: Bijleveld (oorspronkelijk werk gepubliceerd in 1952).Google Scholar
  96. Redl, F. & Wineman, D. (1987). Kinderen die haten (P. J. Miessen, Trans.). Utrecht: Bijleveld (oorspronkelijk werk gepubliceerd in 1951).Google Scholar
  97. Revonsuo, A. & Newman, J. (1999). Binding and consciousness. Consciousness and Cognition, 8, 123–127.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  98. Rogers, C. (1951). Client centered therapy. Boston: Hougton Mifflin.Google Scholar
  99. Rogers, C. (1977). On becoming a person. Londen: Constable.Google Scholar
  100. Rosmalen, J. van (1999). Het woord aan de uerbeelding. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  101. Rutten-Saris, M. (1990). Basisboek Iichaamstaal. Assen: Koninklijke Van Gorcum. www.EBLcentre.com
  102. Sacks, O. (1995). The case of the color blind painter. An Anthroplogist On Mars (pp. 3–41). New York: Alfred A. Knopf.Google Scholar
  103. Sala, S. Delia (1999). Mind myths: Exploring popular assumptions about the mind and brain. New York: Wiley.Google Scholar
  104. Schouten, K. (2001). Geschiedenis en ontiuikkeling van de creatieue therapie (Gastcollege Creatieve Therapie). Amersfoort: Hogeschool van Utrecht.Google Scholar
  105. Schweizer, C. (red.). (2001). In beeld. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  106. Sitskorn, M. (2006). Het maakbare brein. Amsterdam: Bert Bakker.Google Scholar
  107. Sitskorn, M. (2008). De passies van het brein. Amsterdam: Bert Bakker.Google Scholar
  108. Sitskorn, M. (2008). Lang leve de hersenen. Amsterdam: Bert Bakker.Google Scholar
  109. Smeijsters H. (2008a). De kunsten van het Ieuen, hoe kunst bijdraagt aan een emotioneel gezond leven. Diemen: Veen.Google Scholar
  110. Smeijsters, H. (2007). Emotion focuses (Lezing Vaktherapieen Lectoraat KenVak). Heerlen: Hogeschool Zuyd.Google Scholar
  111. Smeijsters, H. (2008). Handboek Creatieve Therapie (3e ed.). Bussum: Coutinho.Google Scholar
  112. Smeijsters, H. (n.d.) De muziek van het gevoel (Lezing Lectoraat KenVak). Heerlen: Hogeschool Zuyd.Google Scholar
  113. Smitskamp, H. & Te Velde, J. (1988). Het kreatief proces, atoepassingen in therapie en onderiuijs. Culemborg: Phaedon.Google Scholar
  114. Smitskamp, H. (1977). Onderzoek kreatieve procestheorie, tivee veldboeketten (Intern document). Amersfoort/Amsterdam: SPO Middeloo/Orthopedagogisch instituut Amsterdam.Google Scholar
  115. Smitskamp, H. (1981). Methodologische wederwaardigheden bij onderzoek naar muziektherapie. Documentatiebladen van de Vereniging voor Kreatieve Therapie, 5.Google Scholar
  116. Smitskamp, H. (1981). Veruwringen en ontdekkingen, onderzoek naar de kreatief procestheorie (Intern document). Amersfoort/Amsterdam: SPO Middeloo / Orthopedagogisch instituut Amsterdam.Google Scholar
  117. Stern, D. (2000). The interpersonal world of the infant. A view from psychoanalysis and development psychology. New York: Basis Books.Google Scholar
  118. Stern, D. (2004). The present moment in psychotherapy and everyday life. New York: Norton.Google Scholar
  119. Vaessen, (1957). Creatieve diagnostiek en therapie. Voordrachtenreeks van de Nederlandse psychiaters in dienstverband.Google Scholar
  120. Vaessen, M. L. J. (1955). Een afdeling creatieve therapie in het kader van de psycho-therapie in de psychiatrische inrichting. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 11, 133–142.Google Scholar
  121. Vermeer, E. (1955). Spel en spelpedagogische problemen. Utrecht: Bijleveld. http://Image-narymuseum.org
  122. Vermeer, E. A. A. (1959). Het spel van het kind. In L. van Gelder & E. A. A. Vermeer (eds.). Informatie over opvoeding en onderiuijs. Groningen: Wolters Noordhoff.Google Scholar
  123. Verstegen, I. (2005). Arnhem, Gestalt and Art, a psychological theorie. Wenen: Springer.Google Scholar
  124. Visser, H. (1986).Kunst als opvoedingsideaal. Historisch pedagogisch onderzoek in het kader van doctoraalstudie orthopedagogiek. Eigen beheer.Google Scholar
  125. Weiskrantz, L. (1986). BHndsight: A case study and its implications. Oxford: Oxford University Press.Google Scholar
  126. Wertheim-Cahen, T. (2003). Een brug tussen intuïtie en cognitie; veertig jaar creatieve therapie in de Nederlandse GGZ. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 58, 666–682.Google Scholar
  127. Wijze, J. e.a. (1977). Een droogboeket (Intern document). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.Google Scholar
  128. Wils, L. Expressie en creativiteit, wijsgerige notifies. In L. Wils (red.). (1973). Bij wijze van Spelen, creatieve processen bij vorming en hulpverlening. Alphen aan den Rijn: Samsom.Google Scholar
  129. Wright, C. L., Dickerson, B. C., Feckzo, E., Negeira, A. & Williams, D. (2007). A functional magnetic resonance imaging study of amygdala responses to human faces in aging and mild Alzheimer’s Disease. Biological Psychiatry, 62, 1388–1395.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  130. Yalom, I. (1983). Inpatient group psychotherapy. New York: Basic Books.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  • Celine Schweizer
  • Jacqueline de Bruyn
  • Suzanne Haeyen
  • Bert Henskens
  • Henriette Visser
  • Marijke Rutten-Saris

There are no affiliations available

Personalised recommendations