2 Beschrijving van het gezamenlijk medisch consult

  • Femke Seesing
  • Ilse Raats

Samenvatting

Het GMC is een reeks individuele consulten in aanwezigheid van zes tot twaalf medepatiënten. Tijdens een GMC verleent de arts dezelfde zorg als tijdens een individueel consult. Het GMC biedt hiervoor een alternatief en patiënten nemen er vrijwillig aan deel.

2.1 Inleiding

Het GMC is een reeks individuele consulten in aanwezigheid van zes tot twaalf medepatiënten. Tijdens een GMC verleent de arts dezelfde zorg als tijdens een individueel consult. Het GMC biedt hiervoor een alternatief en patiënten nemen er vrijwillig aan deel. Er is geen vaste groep patiënten, de samenstelling varieert per bijeenkomst. Een belangrijk verschil met een individueel consult, naast de aanwezigheid van meerdere patiënten, is dat de arts niet alleen werkt maar deel uitmaakt van een GMC-team. Daarin zitten naast de arts in ieder geval een groepsbegeleider en eventueel een doktersassistente of verpleegkundige.

Net als tijdens een individueel consult geeft de arts een medische behandeling en informatie aan de patiënt. Omdat die informatie voor meer patiënten van toepassing kan zijn, hoeft de arts tijdens een groepsconsult de informatie niet continu te herhalen, waardoor tijdwinst kan worden behaald en de arts tijd heeft om dieper op het onderwerp in te gaan. Daarnaast kunnen patiënten de gegeven informatie bekrachtigen, relativeren of aanvullen.

Als lichamelijk onderzoek nodig is, bijvoorbeeld van een voet of knie, dan kan dit met toestemming van de patiënt in de groep gebeuren. Omwille van de privacy kan ook voor een naastgelegen onderzoekskamer gekozen worden. Ondertussen bespreekt de groepsbegeleider met de patiënten vragen van niet-medische aard. Na anderhalf uur hebben alle patiënten een medisch consult gehad en heeft de arts zes tot twaalf patiënten gezien.

De frequentie voor het GMC varieert van eenmaal per week tot eenmaal per maand, op een vaste dag en een vast tijdstip.

2.2 Verschillen met bestaande consultvormen

Als mensen voor het eerst horen over een gezamenlijk medisch consult of een groepsconsult hebben zij hier vaak al een beeld over. Vaak wordt gedacht aan een multidisciplinair spreekuur, groepstherapie, groepsvoorlichting, lotgenotencontact of focusgroepinterviews. Onderdelen hiervan zijn inderdaad belangrijk in een GMC, zoals contact met medepatiënten, leren van elkaar en voorlichting en informatie geven aan meer patiënten tegelijk. Maar de essentie van een GMC is anders: het volledige medische consult dat de patiënt met zijn arts heeft wordt namelijk vervangen door het GMC. Er zijn ook andere belangrijke verschillen met bestaande consultvormen.

Multidisciplinair spreekuur

Hierbij zijn zorgverleners van verschillende disciplines aanwezig die tegelijkertijd een consult doen met een enkele patiënt. Tijdens een GMC doet juist een enkele zorgverlener de consulten in aanwezigheid van medepatiënten. Daarnaast is er een groepsbegeleider aanwezig die het proces bewaakt en de interactie tussen patiënten stimuleert.

Groepstherapie

Bij groepstherapie komt een groep herhaaldelijk bijeen en maakt een gezamenlijk proces door waarin de medepatiënten onderdeel zijn van de behandeling. Aan een GMC nemen steeds andere mensen deel en krijgt elke persoon een eigen consult in de groep. Men kan leren van medepatiënten en de vragen die zij stellen, maar de medepatiënten in de groep zijn niet noodzakelijk om de behandeling te laten slagen.

Voorlichtingsbijeenkomst

Hierbij geeft een zorgverlener informatie aan meer personen tegelijk, vaak in de vorm van een presentatie. Patiënten kunnen vragen stellen. De persoonlijke situatie van elke persoon komt echter niet afzonderlijk aan bod, wat wel het geval is in het GMC. De zorgverlener geeft tijdens een groepsconsult voorlichting, maar dit gebeurt altijd naar aanleiding van vragen van patiënten. De zorgverlener bereidt geen presentatie voor.

Lotgenotencontact

Tijdens lotgenotencontact hebben patiënten, vaak via een patiëntenvereniging, contact met medepatiënten en wisselen ervaringen uit. Daarbij zijn over het algemeen geen zorgverleners aanwezig. Dit is wel het geval bij een GMC. Lotgenotencontact is dus geen vervanging van het consult met de arts, maar een aanvulling erop.

Focusgroep(interview)

Patiënten worden door de zorgorganisatie gevraagd om met een onafhankelijke gespreksleider actief mee te denken over verbeteringen van de zorg of een nieuw in te richten zorgproces. De overeenkomst met het GMC is dat meerdere (6-12) patiënten met eenzelfde ziektebeeld anderhalf tot twee uur bijeenkomen. Verschil is dat het gesprek niet bedoeld is als medisch consult maar om input voor of evaluatie van zorgverbeteringen te genereren.

Motivational interviewing

Dit is een vorm van individuele consultvoering die specifiek gericht is op gedragsverandering. Patiënten worden gestimuleerd om de vooren nadelen van hun huidige en gewenste gedrag te expliciteren en om barrières voor gewenst gedrag op te heffen. Motivational interviewing kan bijvoorbeeld gedaan worden door een verpleegkundige, het is geen medisch consult. GMC’s kunnen ook bijdragen aan gedragsverandering, maar zijn niet alleen daarop gericht.

2.3 Voordelen

Met het invoeren van het GMC kunnen vier verschillende doelstellingen gerealiseerd worden:
  • betere informatievoorziening voor en meer tevredenheid bij patiënten;

  • verbetering van de kwaliteit van leven;

  • tevredener en meer betrokken zorgverleners;

  • productiever spreekuur (afhankelijk van de duur van de individuele consulten).

Bij implementatie in de eigen praktijk is het belangrijk om een bewuste keuze te maken voor een of meer van bovengenoemde doelstellingen, en het ontwerp van het GMC zo in te richten dat deze doelstellingen gerealiseerd kunnen worden.

Patiënten

De ervaringen van patiënten met het GMC zijn over het algemeen positief. Dit komt naar voren uit verschillende onderzoeken en uit evaluatievragen die teams hun patiënten na afloop van het GMC stellen (zie figuur 2.1). Het merendeel van de patiënten geeft bijvoorbeeld aan dat zij veel geleerd hebben van medepatiënten en dat zij anderen aanraden aan een GMC deel te nemen. Ook vinden patiënten dat een GMC hen helpt te relativeren, doordat zij zien dat anderen dezelfde problemen hebben.

Figuur 2.1

Percentage patiënten dat onderdelen van het GMC positief beoordeelt (Smets 2009, Medisch Contact).

Patiënten krijgen vaak meer maar ook andersoortige informatie dan tijdens een individueel consult . Zo blijkt bijvoorbeeld dat psychosociale onderwerpen en achtergrondinformatie meer aan bod komen. Ook wordt meer informatie gegeven over leefstijlgerelateerde onderwerpen. Dit komt mogelijk doordat naast de arts ook medepatiënten informatie en steun kunnen bieden en de groepsbegeleider meer aandacht heeft voor psychosociale aspecten.

Patiënten kunnen zowel informatie van medepatiënten ontvangen als informatie aan andere patiënten geven. Op deze manier kunnen GMC’s het zelfmanagement van patiënten helpen vergroten (Harmsen, 2006; Zantinge, 2009). Patiënten geven vaak specifiek aan dat ze het contact met medepatiënten waarderen.

Opvallend is dat de meeste patiënten zich vrij voelen om in de groep vragen en problemen te bespreken, ook als zij aanvankelijk dachten dit niet prettig te zullen vinden. Sommige patiënten vinden het GMC echter te lang duren of geven de voorkeur aan een individueel consult. Het is daarom belangrijk dat patiënten de keuzemogelijkheid houden tussen individuele consulten en GMC’s (Seesing, 2006; Smets, 2009).

Zorgverleners

Bijna alle teams die de CBO-training volgden (zie hoofdstuk 1), gaven de GMC’s daarna een vaste plaats binnen het zorgaanbod. Zorgverleners uit de GMC-teams geven aan gemotiveerd te zijn om deze nieuwe zorgvorm in te voeren, omdat ze zo op een andere manier kunnen samenwerken met collega’s, er afwisseling en variatie ontstaat in de dagelijkse manier van werken, en ze iets nieuws kunnen leren (Zantinge, 2009). De meeste artsen bleken de eerste keren nog enigszins gespannen te zijn. Er is sprake van een leercurve; pas na het GMC enkele keren in de eigen praktijk te hebben uitgevoerd, krijgen de betrokken zorgverleners de nieuwe zorgvorm zodanig in de vingers dat ze het gevoel hebben adequaat te kunnen reageren.

Uit onderzoek onder de deelnemers van de pilot (zie hoofdstuk 1) blijkt dat de teams tevreden zijn over het GMC. Men vindt het een plezierige en afwisselende manier van werken, met veel leermomenten door de samenwerking binnen het team. Ook geeft een aantal teams aan dat het GMC een belangrijke plaats is voor intervisiemomenten voor arts-assistenten en coassistenten.

Voor zorgverleners is de nieuwe informatie die ze dankzij het groepsconsult over hun patiënten te horen krijgen van grote waarde. Een arts merkte dat voor hiv-patiënten stigmatisering een veel groter issue bleek dan zij had gedacht. Een ander constateerde dat patiënten elkaar onderling minder sociaal-wenselijke verhalen vertellen dan aan hulpverleners (Smets, 2009). Ook ervaren artsen dat patiënten zich in een groep minder afhankelijk opstellen en elkaar aanspreken op onwenselijk gedrag.

Zorgorganisatie

Afhankelijk van het aantal patiënten dat deelneemt aan een GMC en de tijdsduur die normaal voor individuele consulten gepland wordt, kan het GMC tijdwinst opleveren. Bijvoorbeeld als een kinderarts normaal gesproken dertig minuten heeft voor een patiënt en hij in anderhalf uur tijd zeven patiënten ziet tijdens een GMC, kan de arts meer dan tweemaal zoveel patiënten zien in dezelfde tijd.

Hierbij moet er echter rekening mee worden gehouden dat er bij een GMC behalve een arts ook een groepsbegeleider aanwezig is. Indien dit tegen elkaar weggestreept zou worden, kost een GMC de organisatie net zoveel als een individueel consult. Naarmate de individuele consulten korter duren, moet het aantal patiënten in een GMC groter zijn om nog efficiëntiewinst te kunnen realiseren.

Marktwerking speelt een steeds belangrijker rol in de zorg. Voor een zorgorganisatie kan het, naast het vergroten van de efficiëntie, daarom aantrekkelijk zijn om zich te onderscheiden van andere zorgorganisaties. Dat kan met een nieuwe zorgvorm voor patiënten. Met het GMC biedt men patiënten iets extra’s. En, zoals gezegd, kan een GMC motiverend werken voor zorgverleners, wat uiteindelijk bijdraagt aan een gezonde organisatie en goede zorgverlening.

2.4 Nadelen

Patiënten

Een GMC kost voor een patiënt meer tijd dan een individueel consult. Met name voor jongere mensen met een baan kan dit een bezwaar zijn. Voor jonge kinderen is anderhalf uur soms een lange zit.

Vooraf zijn patiënten vaak huiverig voor het in de groep bespreken van privacygevoelige onderwerpen. Dit kan een reden zijn om niet aan een GMC deel te nemen. Een aantal patiënten geeft aan bang te zijn om herkend te worden. Bijvoorbeeld bij hiv-patiënten kan dit een reden zijn om af te zien van deelname (Smets, 2009; Zantinge 2009).

Zorgverleners

Als nadelen noemen artsen vaak de tijdsinvestering die nodig is voor het opzetten van een GMC. Ook is het lastig als er afzeggingen of noshows zijn. Indien het GMC niet als vast onderdeel van een zorgproces is ingebed, kan het tijd kosten om steeds voldoende patiënten voor het GMC te vinden.

Daarnaast is het vinden van een geschikte en tevens goed bereikbare ruimte voor het GMC niet in alle organisaties even gemakkelijk. Een praktisch punt, maar het kan wel een struikelblok vormen.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2009

Authors and Affiliations

  • Femke Seesing
  • Ilse Raats

There are no affiliations available

Personalised recommendations