Advertisement

Residentiële programma’s voor kinderen

  • J. Kanis

Samenvatting

In Nederland worden steeds minder jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar langdurig uitgeplaatst in een residentiële voorziening voor jeugdhulpverlening.

Literatuur

  1. Berckelaer-Onnes, I.A. van (1988). Kinderen en jeugdigen met gedragsproblemen. In A.T.G.van Gennep (red.), Inleiding tot de orthopedagogiek. Meppel: Boom.Google Scholar
  2. Boendermaker, L., Veldt, M.C. van der, & Booy, Y. (2003). Nederlandse studies naar de effecten van jeugdzorg. Utrecht: NIZW.Google Scholar
  3. Bogaart, P.H.M. (2001). Beter met Thuis: een onderzoek naar de ontwikkeling en de effecten van een nieuwe werkwijze in de residentiele jeugdzorg. Leiden: COJ, Rijksuniversiteit Leiden.Google Scholar
  4. Dam, C.L. van (2005). Jeugdzorg: feiten en cijfers. www.brancherapporten.minvws.nl.
  5. Graaf, M. de, Schouten R., & Konijn, C. (2005). De Nederlandse jeugdzorg in cijfers 1998-2002. Utrecht: NIZW Jeugd.Google Scholar
  6. Heteren, M. van, Smits, P., & Veen, M. van (2000). Orthopedagogiek -Antwoorden op vraagstellingen. Amsterdam: SWP.Google Scholar
  7. Inspectie Jeugdhulpverlening (1989). Het hulpverleningsbeeld van het jonge kind in de residentiële voorzieningen. Rijswijk: Ministerie van WVC.Google Scholar
  8. Kanis, M.J. et al. (1997). Com let ook op de kleintjes. Amsterdam: Stichting Amstelstad.Google Scholar
  9. Kok, J.F.W. (1997). Specifiek opvoeden. Orthopedagogische theorie en praktijk. Utrecht: De Tijdstroom.Google Scholar
  10. Konijn, C. (2001). Zorgprogrammering. In J. Hermanns, C. van Nijnatten, M. Smit, F. Verheij en M. Reuling (red.), Handboek Jeugdzorg, Beleid E2 (pp. 1-24). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  11. Konijn, C. (red.) (2003). Internationaal overzicht effectieve interventies in de jeugdzorg. Utrecht: NIZW.Google Scholar
  12. Onderwater, A. (1986). De onverbrekelijke band tussen ouders en kinderen. Lisse: Swets en Zeitlinger.Google Scholar
  13. Oud, J.H.L. (1995). Besluitvormingsonderzoek in de jeugdzorg. Kind en Adolescent, 16 (3), 184-194.Google Scholar
  14. Ooyen-Houben, M. van et al. (1990). Jonge uithuisgeplaatste kinderen nader bekeken: een follow-up onderzoek naar hun ontwikkeling. ‘s-Gravenhage: CWOK.Google Scholar
  15. Prins, P.J. (2004). Effectiever behandelen tussen ‘nurture’ en ‘nature’. Kind en Adolescent, 25, 250-261.Google Scholar
  16. Slot, N.W., & Spanjaard, H.J.M. (1999). Competentievergroting in de residentiële jeugdzorg. Baarn: Intro.Google Scholar
  17. STAP (1996). Werkboek voor pleegouders en begeleiders – Helpen met hechting. Amsterdam: Stichting Op Kleine Schaal.Google Scholar
  18. Stichting Registratie Jeugd Voorzieningen (2003). Algemeen Jaaroverzicht Jeugdhulpverlening 2002. Utrecht: SRJV.Google Scholar
  19. Veerman, J.W. (1997). Meten en Weten in de Jeugdzorg. Nijmegen: KUN.Google Scholar
  20. Vlist, E. van der (1999). Rem weg ?? De behandeling van ADHD kinderen. Utrecht: FSAO Hogeschool Utrecht.Google Scholar
  21. Vugt, M.J.M.D. van, Slot, N.W., & Choy, Y. (2001). Beter met Thuis. Flexibele residentiële en ambulante hulp aan jeugdigen en ouders. Methodiekhandleiding. Duivendrecht: PI Research.Google Scholar
  22. Yperen, T. van (2003). Resultaten in de Jeugdzorg: begrippen, maatstaven en methoden. Utrecht: NIZW Jeugd.Google Scholar
  23. Yperen, T. van, et al. (2003). Vraaggerichte hulp, motivatie en effectiviteit in de jeugdzorg. Utrecht: NIZW Jeugd.Google Scholar
  24. Yperen, T. van (2005). Van weten naar verbeteren. In M. van der Steege & C. Konijn (red.), Jeugdzorg en onderzoek: focus op effectiviteit. (Congresbundel) Utrecht: NIZW.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2005

Authors and Affiliations

  • J. Kanis

There are no affiliations available

Personalised recommendations