Advertisement

Leefgroepwerk

  • M. Klomp

Samenvatting

Binnen het scala aan hulpverleningsvoorzieningen nemen internaten en voorzieningen voor daghulp een bijzondere plaats in. Bijzonder, omdat hulpverlening vorm krijgt door het samenleven van jeugdigen onder begeleiding van groepsopvoeders. De leefgroep is een belangrijk middel om hulp te realiseren.

Literatuur

  1. Blankstein, J.H. (1971). Herhaling van gezinsrelatiepatronen in een behandeltehuis. Rotterdam: Bronder Offset.Google Scholar
  2. Bruininks, A.C., Doorn, A., & Janssen, A. (1998). Het alledaagse integreren. Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom.Google Scholar
  3. Gieles, F. (1981). Groepsleider... een vak apart. Alphen aan den Rijn/Brussel: Samsom.Google Scholar
  4. Grubben, L.J.S. (1994). Leren hulpverlenen 2. Maastricht: Universitaire Pers.Google Scholar
  5. Horst, W. ter (1986). Het herstel van het gewone leven. Groningen: Wolters Noordhoff.Google Scholar
  6. Jongejan, C., Smit, M., & Knorth, E.J. (2000). Hulpverleningsplanning in de praktijk. Amsterdam: SWP.Google Scholar
  7. Klomp, M. (1984). Het therapeutisch klimaat en de leefgroep: mogelijkheden en grenzen. In P.M. van den Bergh, J.D. van der Ploeg & M. Smit (red.), Grenzen van de residentiële hulpverlening (pp. 101-125). ‘s-Gravenhage: VUGA.Google Scholar
  8. Klomp, M., & Bergh, P.M. van den. (1999). Werkbare hulpverleningsplanning. In E.J. Knorth. & M. Smit (red.), Planmatig handelen in de jeugdhulpverlening (pp. 305-323). Leuven/Apeldoorn: Garant.Google Scholar
  9. Klomp, M., & Waaldijk, K. (1993). Regisseur van de alledaagse leefsituatie; het takenpakket en de professionalisering van de groepsleider. Jeugd en Samenleving, 23, 398-409.Google Scholar
  10. Kok, J.F.W. (1973). Opvoeding en hulpverlening in behandelingstehuizen. Rotterdam: Lemniscaat.Google Scholar
  11. Kok, J.F.W. (1988). Specifiek opvoeden. Leuven/Amersfoort: Acco.Google Scholar
  12. Knorth, E.J., & Smit, M. (red.) (1999). Planmatig handelen in de jeugdhulpverlening. Leuven/Apeldoorn: Garant.Google Scholar
  13. Oeffelt, P.W.H.M. van (1986). Ontwikkeling van eigenheid in perspectief. Over specifiek opvoeden van adolescenten in residentiële settingen. Leuven/Amersfoort: Acco.Google Scholar
  14. Ploeg, J.D. van der (1993). De persoon blijft op de eerste plaats; ontwikkelingen in het vak van de groepsleider. Jeugd en Samenleving, 23, 373-385.Google Scholar
  15. Ploeg, J.D. van der, & Scholte, E. (1997). Arbeidssatisfactie onder groepsleiders. Utrecht: NIZW.Google Scholar
  16. Redl, F., & Wineman, D. (1967). De behandeling van het agressieve kind. Utrecht: Bijleveld.Google Scholar
  17. Rink, J.E. (1980). Methodiekontwikkeling in internaatsverband. Bloemendaal: Nelissen.Google Scholar
  18. Ruyter, P.A. de (1971). De ‘volgende’ groepsleidster. Groningen: Wolters Noordhoff.Google Scholar
  19. Schouten, J., Hirsch, S., & Blankstein, H. (1974). Laat je niet kennen. Deventer: Van Loghum Slaterus.Google Scholar
  20. Slot, N.W. (1988). Residentiële hulp voor jongeren met antisociaal gedrag. Amsterdam/Lisse: Swets & Zeitlinger.Google Scholar
  21. Slot, N.W., & Mesman Schulz, K. (1993). Een roeping of een vak? Groepsleiders in projecten met een extra engagement. Jeugd en Samenleving, 23, 454-464.Google Scholar
  22. Slot, N.W., & Spanjaard, H.J.M. (1999). Competentievergroting in de residentiële jeugdzorg. Baarn: Intro.Google Scholar
  23. SRJV (2003). Trendrapport 1995-2002. Utrecht: Stichting Registratie Jeugd VoorzieningenGoogle Scholar
  24. Trieschman, A.E., Whittaker, J.K., & Brendtro, L.K. (1969). The other 23 hours: child-care work with emotionally disturbed children in a therapeutic milieu. Chicago: Aldine.Google Scholar
  25. Vossen, A.J.M. (1967). Zichzelf worden in menselijke relatie. Haarlem: De Toorts.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2005

Authors and Affiliations

  • M. Klomp

There are no affiliations available

Personalised recommendations