Advertisement

Negatieve emoties en lichamelijke aandoeningen

  • F.W. Kraaimaat
  • O. van den Bergh
Part of the Quintessens book series (QUI)

Abstract

Bij de heer De Groot, 55 jaar, werd twee jaar geleden de diagnose reumatoïde artritis gesteld. Hoewel de ziekte vooral de eerste maanden een ernstig en agressief beloop had, bleek de behandeling goed aan te slaan en na enkele maanden werd er zelfs nauwelijks ziekteactiviteit geregistreerd. Helaas stelt de reumatoloog nu, twee jaar na de diagnose, bij een controlebezoek een terugval vast. Als eerste valt op dat meneer wat moeilijk loopt en enigszins gezwollen handgewrichten heeft. Hij zegt de laatste maand weer wat pijn en weinig energie te hebben en na een halve dag werken al erg moe te zijn. Hij slaapt slecht en maakt zich grote zorgen over het weer actief worden van de ziekte. Hij kan er niet over uit dat dit hem juist moet overkomen nu hij weer parttime is gaan werken. Door zijn ziekte heeft hij zijn vooraanstaande positie binnen het ICT-bedrijf al moeten opgeven en werd hij afgescheept met wat kleinschalige projecten. Hij maakt een sombere indruk en zegt nogal geïrriteerd te zijn over het feit dat hij niets meer kan. Hij mist vooral de contacten met zijn vroegere medewerkers en de internationale relaties uit zijn vroegere functie. De laatste maand is hij opvliegend en zijn er toegenomen spanningen in de relatie met zijn veel jongere vrouw.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Bruijn J, Hoogendijk W, Schaik A van. Unipolaire stemmingsstoornissen. In: MW Hengeveld, AJLM van Balkom (red.). Leerboek Psychiatrie. Utrecht: De Tijdstroom, 2005. pp. 235–255.Google Scholar
  2. Denollet J. Standard assessment of negative affectivity, social inhibition, and Type D personality. Psychosom Med 2005;67:89–97.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  3. Fleet R, Dupuis G, Maarchand A, Burelle D, Beitman B. Panic disorder, chest pain, and coronary artery disease: Literature review. Can J Cardiol 1994;10:827–834.PubMedGoogle Scholar
  4. Katon W, Schulberg HC. Epidemiology of depression in primary care. Special Section: Developing guidelines for treating depressive disorders in primary care settings. Gen Hosp Psychiatry 1992;14:237–247.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  5. Kiecolt-Glaser JK, McGuire L, Robles TF, Glaser R. Psychoneuroimmunology: psychological influences on immune function and health. J Consult Clin Psychol 2002;70:537–547.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  6. Kop WJ. The integration of cardiovascular behavioral medicine and psychoneuroimmunology: New developments based on converging research fields. Brain Behav Immun 2003;17:233–237.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  7. Os J. van, Delespaul P. Epidemiologie. In: MW Hengeveld, AJLM van Balkom (red.). Leerboek Psychiatrie. Utrecht: De Tijdstroom, 2005. pp. 65–74.Google Scholar
  8. Spiegel D, Giese-Davis J. Depression and cancer: mechanisms and disease progression. Biol Psych 2003;54:269–82.CrossRefGoogle Scholar
  9. Vliet I van, Oude Voshaar R, Visser S, Balkom A van. Angststoornissen. In: MW Hengeveld, AJLM van Balkom (red.). Leerboek Psychiatrie. Utrecht: De Tijdstroom, 2005. pp. 271–290.Google Scholar
  10. Ward MM. Are patient self-report measures of arthritis activity confounded by mood? A longitudinal study of patients with rheumatoid arthritis. J Rheumatol 1994;21:1046–1050.PubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  • F.W. Kraaimaat
    • 1
  • O. van den Bergh
    • 2
  1. 1.Universitair Medisch Centrum St RadboudNijmegen
  2. 2.Universiteit LeuvenLeuvenBelgië

Personalised recommendations