Advertisement

Lichamelijk onverklaarde klachten

  • J.P.C. Jaspers
Part of the Quintessens book series (QUI)

Abstract

Lichamelijk onverklaarde klachten komen zeer veel voor. Naar schatting 20-50% van de klachten waarmee patiënten zich tot de huisarts wenden blijft onverklaard. Ook de medisch specialist wordt er veelvuldig mee geconfronteerd. Zo kan de internist bij een kwart tot de helft van de nieuwe patiënten op de polikliniek interne geneeskunde geen lichamelijke verklaring voor de klachten geven. Ook in de algemene bevolking komen onverklaarde klachten vaak voor. In een recent onderzoek meldde 10% van de ondervraagden het afgelopen jaar ten minste één lichamelijk onverklaarde klacht te hebben gehad. Het betrof voornamelijk pijn van het houdings- en bewegingsapparaat (30%), buikpijn en andere gastro-intestinale klachten (18%), keel-, neus- en oorklachten (8%), vermoeidheid (4%) en duizeligheid (4%). Vergelijkbare klachten vinden we in de huisartspraktijk.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Blankenstein N. Reattributie in de huisartspraktijk. In: C van der Feltz-Cornelis, H van der Horst (red.). Handboek somatisatie. Lichamelijk onverklaarde klachten in de eerste en tweede lijn. Utrecht: De Tijdstroom, 2003. pp. 55–67.Google Scholar
  2. Feltz-Cornelis C van der, Horst H van der. Handboek somatisatie. Lichamelijk onverklaarde klachten in de eerste en tweede lijn. Utrecht: De Tijdstroom, 2003.Google Scholar
  3. Geenen R, Jacobs JWG. Fibromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom en andere somatische klachtensyndromen. De reactie van ‘splitters’ op ‘lumpers’. Gedrag & Gezondheid, 2003;31:113–121.Google Scholar
  4. Jaspers JPC, Albersnagel FA. Somatoforme en psychosomatische klachten. In: HT van der Molen, S Perreijn, MA van der Hout (red.). Klinische psychologie: theorieën en psychopathologie. Groningen: Wolters-Noordhoff/Open Universiteit, 1997. pp. 557–589.Google Scholar
  5. Kirmayer LJ, Groleau D, Looper KJ, Dao MD. Explaining medically unexplained symptoms. Can J Psychiatry 2004;49:663–672.PubMedGoogle Scholar
  6. Smith RC, Gardiner JC, Lyles JS, Sirbu C, Dwamena FC, Hodges A, et al. Exploration of DSM-IV criteria in primary care patients with medically unexplained symptoms. Psychosom Med 2005;67:123–129.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  7. Spaink K. Het strafbare lichaam. Amsterdam: Uitgeverij Maarten Muntinga, 1992.Google Scholar
  8. Speckens AEM, Spinhoven Ph, Rood YR van. Protocollaire behandeling van patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten. In: GPJ Keijsers, A van Minnen, CAL Hoogduin (red.). Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1999. pp. 199–227.Google Scholar
  9. Vlaeyen JWS, Peters ML, Roelofs J, Jong JR de, Sieben J, Houben R, et al. Catastrofale misinterpretaties. Vrees voor beweging, letsel en pijn bij lage rugpijn. Tijdschr Psychotherapie 2002;28:205–222.Google Scholar
  10. Wessely S, Nimnuan C, Sharpe M. Functional somatic syndromes: one or many? Lancet 1999;354:936–939.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  • J.P.C. Jaspers
    • 1
  1. 1.Universitair Medisch Centrum GroningenGroningen

Personalised recommendations