Advertisement

Cardiologie pp 313-321 | Cite as

36 Chronische en tijdelijke hartstimulatie met pacemakers

  • N. M. Van Hemel
Part of the Quintessens book series (QUI)

Samenvatting

Nadat in 1959 de eerste pacemaker werd geïmplanteerd, is gebleken dat chronische hartstimulatie niet alleen de levensverwachting maar ook de kwaliteit van leven van patiënten met een te langzaam hartritme sterk verbetert. Deze gunstige resultaten worden toegeschreven aan het herstel van het normale hartritme en daarmee het herstel van de hartfunctie en van de circulatie. Huidige pacemakers kunnen het eigen hartritme vaststellen (sensing) en het hart jarenlang stimuleren (pacing) met verschillende frequenties. Daarmee ontstaat in rust en tijdens inspanning een variatie van de hartfrequentie. De variatie van de stimulatiefrequentie heet ‘rate adaptive’-pacing. Moderne pacemakers beschikken over een uitgebreid geheugen voor het bewaren van meetgegevens waarmee zelfdiagnostiek kan worden toegepast, zoals automatische meting van de toestand van de batterij en de geleiders van het pacemakersysteem. Deze gegevens zijn van groot belang voor de optimale instelling van de pacemaker bij de individuele patiënt en voor het berekenen van de levensduur van het systeem. In de afgelopen jaren is chronische hartstimulatie een onderdeel geworden van andere methoden van implanteerbare elektrische apparaten, zoals de implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) en de biventriculaire pacemaker voor hartfalen.

Literatuur

  1. Brunner M, Olscheweski M, Geibel A, Bode C, Zehender M. Long-term survival after pacemaker implantation. Prognostic importance of gender and baseline patient characteristics. Eur Heart J. 2004;25:88–95.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  2. Ellenbogen KA, Gilligan DM, Wood MA, Morillo C, Barold SS. The pacemaker syndrome – a matter of definition. Am J Cardiol. 1997;79:1226–9.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  3. Hemel NM van, Bennekers JH, Bink-Boelkens TE, Cock CC de, Dulk K den, Gelder LM van, et al. Richtlijnen elektrische hartstimulatie voor bradycardie. Cardiologie. 1999;6:70–84.Google Scholar
  4. Hemel NM van, Dijkman B, Voogt WG de, Beukema WP, Bosker HA, Cock CC de, et al. Recommendations for pacemaker implantation for the treatment of atrial tachyarrhythmias and resynchronisation therapy for heart failure. A report from the task force on pacemaker indications of the Dutch Working Group on Cardiac Pacing. Neth Heart J. 2004;12:18–22.PubMedCentralPubMedGoogle Scholar
  5. Lamas GA, Kerry LL, Sweeney MO, Silverman R, Leon A, Yee R, et al. Ventricular pacing or dual pacing for sinus node dysfunction. N Engl J Med. 2002;346:1854–62.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  6. , Lass J Kaik J, Meigas, Hinrikus H, Blinowska A. Evaluation of the quality of rate adaptation algorithms for cardiac pacing. Europace. 2001;3:221–8.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  7. Lau CP, Tai YT, Fong PC, Li JP, Chung FL. Atrial arrhythmia management with sensor controlled atrial refractory period and automatic mode switching in patients with minute ventilation sensing dual chamber rate adaptive pacemakers. Pacing Clin Electrophysiol. 1992;15:1504–14.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  8. Levine PA. The complementary role of electrocardiogram, event marker, and measured data telemetry in the assessment of pacing system function. J Electrophysiol. 1987;1:404–16.CrossRefGoogle Scholar
  9. Maron BJ, Nishimura RA, McKenna WJ, Rakowski H, Josephson ME, Kieval RS. Assessment of permanent dual chamber pacing as a treatment for drug-refractory symptomatic patients with obstructive hypertrophic cardiomyopathy. A randomized doubleblind, cross-over study (M-Pathy). Circulation. 1999;99:2937–43.CrossRefGoogle Scholar
  10. Michaelsson M, Riesenfeld J, Jonzon A. Natural history of congenital complete atrioventricular block. Pacing Clin Electrophysiol. 1997;20:2098–101.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  11. Sager DP. Current facts on pacemaker electromagnetic interference and their application to clinical care. Heart Lung. 1987;16:211–21.PubMedGoogle Scholar
  12. Savoure A, Frohlig G, Galley D, Defaye P, Reuter S, Sadou N, et al. A new dual-chamber pacing mode to minimize ventricular pacing. Pacing Clin Electrophysiol. 2005;28:S43–6.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  13. Sutton R, Brignole M, Menozzi C, Raviele A, Alboni P, Giani P, et al. Dual chamber pacing in the treatment of neurally-mediated tilt-positive cardio-inhibitory syncope. Circulation. 2000;102:294–9.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  14. Sweeney MO, Ellenbogen KA, Casavant D, Betzold R, Sheldon T, Tang F, et al. for the Marquis MVP Download Investigators. Multicenter, prospective, randomized safety and efficacy study of a new atrial-based managed ventricular pacing mode (MVP) mode in dual chamber ICD’s. J Cardiovasc Electrophysiol. 2005;16:811–7.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  15. Tse HF, Yu C, Wong KK, Tsang V, Leung YL, Ho WY, et al. Functional abnormalities in patients with permanent right ventricular pacing: the effect of sites of electrical stimulation. J Am Coll Cardiol. 2002;40:1451–81.PubMedCrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2008

Authors and Affiliations

  • N. M. Van Hemel
    • 1
  1. 1.St. Antonius ZiekenhuisNieuwegein

Personalised recommendations