Advertisement

Cardiologie pp 141-148 | Cite as

15 Cardiovasculaire MRI

  • A. C. Van Rossum
Part of the Quintessens book series (QUI)

Samenvatting

Wanneer kernspinresonantietomografie, meestal aangeduid met de Angelsaksische term ‘magnetic resonance imaging’ (MRI), wordt toegepast om afbeeldingen te maken van hart en vaten, spreekt men ook wel van ‘cardiovascular magnetic resonance’ (CMR). Hiermee wordt aangegeven dat de techniek specifieke aanpassingen vereist om tegemoet te komen aan de pulsatiele beweging van hart en vaten. CMR werd ongeveer 25 jaar geleden geïntroduceerd voor toepassing in de kliniek, en heeft sindsdien technisch gezien een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Dit heeft geleid tot een grote stroom klinische onderzoeken, maar het gebruik van CMR in de dagelijkse praktijk is bescheiden gebleven, voornamelijk wegens de relatief hoge kosten en het gebrek aan beschikbare apparatuur en expertise. De laatste jaren is in de cardiologie echter een duidelijke kentering waarneembaar, die samenhangt met de toegenomen mogelijkheden om CMR toe te passen bij de diagnostiek van ischemisch en niet-ischemisch hartfalen.

Literatuur

  1. Basisprincipes van MRI: www.simplyphysics.com/MRIntro.html.
  2. Veiligheid en voorzorgsmaatregelen van MRI: www.mrisafety.com.
  3. Grothues F, Smith GC, Moon JC, et al. Comparison of interstudy reproducibility of cardiovascular magnetic resonance with two-dimensional echocardiography in normal subjects and in patients with heart failure or left ventricular hypertrophy. Am J Cardiol. 2002;90:29–34.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  4. Kim R, Wu E, Rafael A, et al. The use of contrast-enhanced magnetic resonance imaging to identify reversible myocardial dysfunction. N Engl J Med. 2000;343:1445–53.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  5. Klem I, Heitner JF, Shah DJ, et al. Improved detection of coronary artery disease by stress perfusion cardiovascular magnetic resonance with the use of delayed enhancement infarction imaging. J Am Coll Cardiol. 2006;47:1630–8.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  6. Mahrholdt H, Wagner A, Judd RM, et al. Assessment of myocardial viability by cardiovascular magnetic resonance imaging. Eur Heart J. 2002;23:602–19.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  7. Mahrholdt H, WagnerA, Judd RM, et al. Delayed enhancement cardiovascular magnetic resonance assessment of non-ischaemic cardiomyopathies. Eur Heart J. 2005;26:1461–74.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  8. McCrohon JA, Moon JC, Prasad SK, et al. Differentiation of heart failure related to dilated cardiomyopathy and coronary artery disease using gadolinium-enhanced cardiovascular magnetic resonance. Circulation. 2003;108:54–9.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  9. Nagel E, Klein C, Paetsch I, et al. Magnetic resonance perfusion measurements for the noninvasive detection of coronary artery disease. Circulation. 2003;108:432–7.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  10. Pennell DJ, Sechtem UP, Higgins CB, et al. Clinical indications for cardiovascular magnetic resonance (CMR): consensus panel report. Eur Heart J. 2004;25:1940–65.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  11. Schwitter J, Nanz D, Kneifel S, et En. Assessment of myocardial perfusion in coronary artery disease by magnetic resonance: a comparison with positron emission tomography and coronary angiography Circulation. 2001;103:2230–5.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  12. Wahl A, Paetsch I, Gollesch A, et al. Safety and feasibility of high-dose dobutamine-atropine stress cardiovascular magnetic resonance for diagnosis of myocardial ischemia: experience in 1,000 consecutive cases. Eur Heart J. 2004;25:1–7.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2008

Authors and Affiliations

  • A. C. Van Rossum
    • 1
  1. 1.VU medisch centrumAmsterdam

Personalised recommendations