Antitrombotica zijn geneesmiddelen die onder te verdelen zijn in:
-
antistollingsmiddelen, die gebruikt worden om de vorming of aangroei van pathologische stolsels te voorkomen; hiertoe behoren de cumarinederivaten, heparine en heparinevarianten, trombineremmers en de trombocytenaggregatieremmers;
-
fibrinolytica, die gebruikt worden om reeds bestaande, pathologische stolsels op te lossen.
Preview
Unable to display preview. Download preview PDF.
Literatuur
- Boele van Hensbroek P, Haverlag R, Ponsen KJ, Levi M, Goslings JC. Tromboseprofylaxe in de traumatologie. Ned Tijdschr Geneeskd 2007;151:234–239.PubMedGoogle Scholar
- Büller HR, Agnelli G, Hull RD, Hyers TM, Prins MH, Raskob GE. Antithrombotic therapy for venous thromboembolic disease: the Seventh ACCP Conference on Antithrombotic and Thrombolytic Therapy. Chest 2004;126(3 Suppl):401S–428S.PubMedCrossRefGoogle Scholar
- Clagett et al., Chest 7th ACCP Conference on Antithrombotic and Thrombolytic Therapy: Evidence based guidelines. Chest 2004;126:609–626 – Supplement: 609S.Google Scholar
- Dongen CJ van, Mac Gillavry MR, Prins MH. Once versus twice daily LMWH for the initial treatment of venous thromboembolism. Cochrane Database Syst Rev 2005(3):CD003074.Google Scholar
- Gans, ROB. Diagnostiek van longembolie op grond van klinische waarschijnlijkheid, D-dimeertest en spiraal-CT. Ned Tijdschr Geneeskd 2006;150:825–828.PubMedGoogle Scholar
- Lange JJ de, Kleef JW van, Everdingen JJE van. Richtlijn Neuraxisblokkade en antistolling. Ned Tijdschr Geneeskd 2004;148:1528–1531.PubMedGoogle Scholar
- Lieshout J van, Boode BSP. Assendelft WJJ. Samenvatting van de standaard ‘Atriumfibrilleren’ van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Ned Tijdschr Geneeskd 2004;148:1435–1439.PubMedGoogle Scholar
- Stam, J. De standaard ‘CVA’ van het Nederlands Huisartsen Genootschap; reactie vanuit de neurologie. Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:2834–2836.PubMedGoogle Scholar
- Tamariz LJ, Eng J, Segal JB, et al. Usefulness of clinical prediction rules for the diagnosis of venous thromboembolism: a systematic review. Am J Med 2004;117:676–684.PubMedCrossRefGoogle Scholar
- Waskowsky WM, Brouwer MA, Verheugt, FWA. Antitrombotische therapie na een myocardinfarct: argumenten voor acetylsalicylzuur én cumarinederivaten. Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:65–71.PubMedGoogle Scholar
- Watson LI, Armon MP. Thrombolysis 5 for acute deep vein thrombosis. Cochrane Database Syst Rev 2004(4):CD002783.Google Scholar
- Wells PH, Anderson DR, Rodger M. Evaluation of D-dimer in the diagnosis of suspected deep-vein thrombosis. NEJM 2003;349:1227–1235.PubMedCrossRefGoogle Scholar
CBO-richtlijnen (www.cbo.nl)
- Veneuze trombo-embolie, diagnostiek, preventie en behandeling van, en secundaire preventie arteriële trombose, 2008.Google Scholar
Copyright information
© Bohn Stafleu van Loghum 2009