Advertisement

Moderne verslavingen

  • Carien Karsten
Chapter

Wat is de overeenkomst tussen webcamseks, vreetbuien en postorderaankopen? Dat is duidelijk: het zijn moderne verschijnselen waaraan iemand verslaafd kan raken. Althans: als dit soort gedrag verslaving genoemd mag worden. Dat hangt af van de definitie. Als verslaving gedrag is dat iemand niet kan laten, waarover hij geen controle heeft, zich ertoe gedwongen voelt, ook al is het schadelijk voor relaties en gezondheid, dan zijn dit inderdaad vormen van verslaving. De schade voor de gezondheid zit voornamelijk in het psychisch en sociaal lijden, maar lichamelijke schade kan ook optreden. De seksverslaafde kan zichzelf verwonden door de aard en frequentie van zijn seksuele gedrag, hij kan bijvoorbeeld een seksueel overdraagbare aandoening oplopen of met het hiv-virus besmet raken. De lichamelijk schade bij eetstoornissen bestaat bijvoorbeeld uit de kans op overlijden voor een anorexia nervosa patiënt, of een tekort aan de elektrolyten natrium, kalium en chloride bij iemand die lijdt aan vreetbuien en gewichtstoename beperkt door zelfopgewekt braken of gebruik van laxeermiddelen.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Referenties

  1. American Psychiatric Association. Beknopte handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM IV. Lisse: Swets & Zeitlinger; 1995.Google Scholar
  2. Black DW. Compulsive buying disorder: definition, assessment. Epidemiology and clinical management. CNS Drugs Jan 2001; 15(1): 17–27.Google Scholar
  3. Carnes PJ. Out of the shadows: understanding sexual addiction (2nd ed). Minneapolis: ComCare publishers; 1992.Google Scholar
  4. Carnes PJ, Murray RE, Charpentier L. Addiction Interaction Disorder. In: Coombs RH. Handbook of addictive disorders, a practical guide to diagnosis and treatment. John Wiley and Sons; 2004.Google Scholar
  5. Coleman E. Is your patient suffering from sexual behaviour? Psychiatric Annual 1992; 22: 320–325.Google Scholar
  6. Coombs RH. Handbook of addictive disorders, a practical guide to diagnosis and treatment. John Wiley and Sons; 2004.Google Scholar
  7. Exterkate C. Eating disorders in Day Treatment: aspects of assessment and outcome. Academisch proefschrift, Radboud Universiteit Nijmegen; 2007.Google Scholar
  8. Geldof D. We consumeren ons kapot. Antwerpen: Houtekiet; 2007.Google Scholar
  9. Hoek HW. Omgaan met eetstoornissen. Utrecht: Kosmos; 1994.Google Scholar
  10. Hoek HW, Hoeken D van. Epidemiologie. In: Vandereycken W, Noordenbos G.: Handboek eetstoornissen. Utrecht, De Tijdstroom; 2002.Google Scholar
  11. Jansen A. A learning model of binge-eating: cue reactivity and cue exposure. Behaviour Research Therapy 1998; 36: 257–272.CrossRefGoogle Scholar
  12. Jansen A, Elgersma H. Leven met een eetstoornis. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 2007.Google Scholar
  13. Kafka MP. The evaluation and treatment of nonparaphilic hypersexuality, opgenomen in: Leiblum, SR. Principles and Practice of Sex Therapy, 4e druk. The Guilford Press; 2006.Google Scholar
  14. Karsten C, Laansma K. Shoppen, de lust, het lijden en de lol. Rijswijk: Elmar; 2003.Google Scholar
  15. Leiblum SR. Principles and Practice of Sex Therapy, 4e druk. The Guilford Press; 2006.Google Scholar
  16. Le Nouvel Observateur. Les nouvelles addictions, addiction sexuelle, cyberdependence, dependance affective, addiction aux therapie, achat compulsif. Mai/juin 2005.Google Scholar
  17. Lipovetsky G. Le bonheur paradoxal. Essai sur la société d'hyperconsommation. Gallimard; 2006.Google Scholar
  18. Mieras M. Ben ik dat? Wat hersenonderzoek ons vertelt over onszelf. Nieuw Amsterdam uitgevers; 2007.Google Scholar
  19. Noordenbos G. Eetstoornissen, preventie en therapie. Lochem: De Tijdstroom; 1990.Google Scholar
  20. Roodvoets C. Het monsterverbond, de aantrekkingskracht van foute mannen. Haarlem: Aramith; 2003.Google Scholar
  21. Shapiro F, Silk M. E.M.D.R.: the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma, New York Basic Books; 1997.Google Scholar
  22. Slob AK, Vink CW, Moors JPC, Everaerd WTAM. Leerboek seksuologie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 1998.Google Scholar
  23. Spaans J. Slank, slanker, slankst. Meppel/Amsterdam: Boom; 1998.Google Scholar
  24. Steinhausen HC. The outcome of anorexia nervosa in the 20th century. Am Journ of psychiatry 2003; 159 (8): 1284–1293.CrossRefGoogle Scholar
  25. Trimbos Instituut. Multidisciplinaire richtlijn eetstoornissen. Houten: Ladenius Communicatie BV; 2006.Google Scholar
  26. Verhulst J. Ret jezelf. Lisse: Swets en Zeitlinger; 1993.Google Scholar
  27. Vandereyken W. Eetstoornissen. Wormer: Immerc BV; 1994.Google Scholar
  28. World Health Organisation. Fact sheet no 311 on obesity. Website WHO; September 2006.Google Scholar
  29. Zipfel S, Lowe B, Deter HC, Herzog W. Long term prognosis in anorexia nervosa: lessons from a 21-year follow-up study. Lancet 2000; 26/355(9205): 721–722.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2008

Authors and Affiliations

  • Carien Karsten

There are no affiliations available

Personalised recommendations