Advertisement

Orgaantransplantatie en bloedtransfusie

  • A. C. Hendriks
  • W. Kool
  • A. Oosterlee
  • Y. M. Reidsma
  • L. S. Rieter
Chapter

Al in het begin van de 20ste eeuw was het chirurgisch gezien mogelijk om organen van de ene mens te transplanteren naar een andere. Veel langer duurde het voordat het mogelijk was een getransplanteerd orgaan in de ontvanger duurzaam te laten functioneren. Na transplantatie trad dikwijls afstoting, infectie of thrombosering op, zodat het transplantaat spoedig weer verloren ging. Vooral het afstotingsprobleem bleek lastig te overwinnen, zodat de enige transplantaties die succesvol waren, die transplantaties waren die plaatsvonden tussen identieke tweelingen of – min of meer bij toeval – tussen broers en zusters die een goeddeels identiek afweersysteem hadden. Pas na het identificeren van de weefselkenmerken die bepalend zijn voor afstotingsreacties en het beschikbaar komen van werkzame afweeronderdrukkende geneesmiddelen (immuunsuppressiva) konden succesvolle transplantaties worden uitgevoerd met organen van donors wier afweersysteem niet (geheel) gelijk was aan dat van de ontvanger.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Engberts DP, et al. (red). Ethiek & recht in de gezondheidszorg (losbl.). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 1989. Katern XXIII: Transplantatiegeneeskunde.Google Scholar
  2. Gevers JKM, Friele RD. Beslissen over postmortale orgaandonatie: tussen toestemming en bezwaar. NJB 2004;79:2032–2037.Google Scholar
  3. Hené RJ. De opmars en problemen van levende donoren. In: Engberts DP, et al. (red). Ethiek & recht in de gezondheidszorg (losbl.). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 2004. Katern XXIII: Transplantatiegeneeskunde.Google Scholar
  4. Hilhorst MT. Nierdonatie bij leven: ethische vragen bij een dynamische praktijk. In: Engberts DP, et al. (red). Ethiek & recht in de gezondheidszorg (losbl.). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 2005. Katern XXIII: Transplantatiegeneeskunde.Google Scholar
  5. Klerk M de, IJzermans JNM, Kranenburg LW, et al. Gepaarde donorruil. Nieuw landelijk programma voor nierdonatie bij leven. NTvG 2004;148:420–423.Google Scholar
  6. Kompanje EJO. Geven en nemen. De praktijk van postmortale orgaandonatie. Een kritische beschouwing. Utrecht: Van der Wees; 1999.Google Scholar
  7. Persijn GG. Allocatie van organen, in het bijzonder nieren, binnen Eurotransplant. In: Engberts DP, et al. (red). Ethiek & recht in de gezondheidszorg (losbl.). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 2005. Katern XXIII: Transplantatiegeneeskunde.Google Scholar
  8. Rood JJ van. Kort verslag van een ontdekkingsreis in de transplantatie-immunologie. Leiden: LAG; 2005.Google Scholar
  9. Wezel HBM van, Slooff MJH, Goor H van (red). Orgaandonatie. Organisatorische, juridische, ethische en medisch-technische aspecten van orgaan- en weefseldonatie. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum; 1998.Google Scholar
  10. ZonMw. Evaluatie Wet op de orgaandonatie. Den Haag; 2001.Google Scholar
  11. ZonMw. Evaluatie Wet inzake bloedvoorziening. Den Haag; 2003.Google Scholar
  12. ZonMw. Tweede evaluatie Wet op de orgaandonatie. Den Haag; 2004.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  • A. C. Hendriks
  • W. Kool
  • A. Oosterlee
  • Y. M. Reidsma
  • L. S. Rieter

There are no affiliations available

Personalised recommendations