Advertisement

Juridische vraagstukken rond het einde van het leven

  • A. C. Hendriks
  • W. Kool
  • A. Oosterlee
  • Y. M. Reidsma
  • L. S. Rieter
Chapter

Iedere samenleving heeft gebruiken en regels die samenhangen met het overlijden van mensen. Weliswaar is het overlijden van een mens in emotionele zin vooral iets dat de directe nabestaanden raakt, in meer verwijderde zin is het ook een aangelegenheid die het bredere samenlevingsverband aangaat, waarbij dikwijls een religieuze of levensbeschouwelijke gemeenschap een rol speelt en waarbij steeds ook de burgerlijke samenleving is betrokken. Om die laatste betrokkenheid gaat het in dit hoofdstuk.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Chabot BE. Sterven op drift. Over doodsverlangen en onmacht. Nijmegen: SUN; 1996.Google Scholar
  2. Cohen BAJ, et al. (red). Forensische geneeskunde. Raakvlakken tussen geneeskunst, gezondheidszorg en recht. Assen: Van Gorcum; 2004.Google Scholar
  3. Commissie Aanvaardbaarheid levensbeëindigend handelen. Medisch handelen rond het levenseinde bij wilsonbekwame patiënten. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum; 1997.Google Scholar
  4. Das C. Overlijdensverklaringen en artsen. Wet en praktijk. Wageningen: Ponsen & Looijen; 2004.Google Scholar
  5. Dorscheidt JHHM, Verhagen AAE. Een centrale toetsingscommissie voor beslissingen rond het levenseinde bij pasgeborenen: een brug te ver. NJB 2004;79:2141–2147.Google Scholar
  6. Geneeskundige Hoofdinspectie van de Volksgezondheid. Informatie voor artsen met betrekking tot de Wet op de Lijkbezorging 1991. GHI bulletin: Rijswijk; 1991 (herdruk 1994).Google Scholar
  7. Gevers JKM. Beslissingen niet te behandelen. De positie van de patiënt. TvGR 2000;24:221–226.Google Scholar
  8. Grijn M van der (red). Dementie en euthanasie. Er mag meer dan je denkt … Amsterdam: NVVE; 2005.Google Scholar
  9. Keizer AA, Swart SJ. Palliatieve sedatie. Het sympathieke alternatief voor euthanasie? NTvG 2005;149:449–451.Google Scholar
  10. KNMG-Richtlijn palliatieve sedatie. Utrecht: KNMG; 2005.Google Scholar
  11. Meer S van der, et al. Hulp bij zelfdoding bij een patiënt met een organisch-psychiatrische stoornis. NTvG 1999;143:881–884.Google Scholar
  12. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Doen of laten? Grenzen van het medisch handelen in de neonatologie. Utrecht: NVK; 1992.Google Scholar
  13. Nieuwkerk CMJ van, Krediet RT, Arisz L. Vrijwillige beëindiging van dialysebehandeling door chronische dialysepatiënten. NTvG 1990;134:1549–1552.Google Scholar
  14. Pel M, Treffers PE. Maternale sterfte bij een Jehova’s getuige. NTOG 1990;103:121.Google Scholar
  15. Sutorius EPhR. Abortus en euthanasie. Medisch handelen tussen het respect voor menselijk leven en de vrijheid tot zelfbeschikking. In: Gedenkboek. Honderd jaar Wetboek van Strafrecht. Arnhem: Gouda Quint; 1986. p. 395–423.Google Scholar
  16. Verhagen AAE, et al. Actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen in Nederland. Analyse van alle 22 meldingen uit 1997/’04. NTvG 2005;149:183–188.Google Scholar
  17. Verhagen EH, Nijs E de, Teunnissen SCCM. Palliatieve zorg. In: Engberts DP, et al. (red). Ethiek & recht in de gezondheidszorg (losbl.). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 1989 e.v. Katern XXII, p. 51–65.Google Scholar
  18. Verheijen RHM, et al. Fatale afloop van een molazwangerschap door transfusieweigering. NTOG 1990;103:121.Google Scholar
  19. Westendorp RGJ. Dwalingen in de methodologie VI. Doodsoorzaken in perspectief. NTvG 1998;142:1950–1953.Google Scholar
  20. Weyers H. Euthanasie: het proces van rechtsverandering. Amsterdam: AUP; 2004.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  • A. C. Hendriks
  • W. Kool
  • A. Oosterlee
  • Y. M. Reidsma
  • L. S. Rieter

There are no affiliations available

Personalised recommendations