Advertisement

Moeheid

  • H. de Vries
  • M. M. Fechter
  • J. Koehoorn
  • F. A. P. Claessen
  • M. de Haan

Moeheid (Engels: fatigue) is een klacht met een bij uitstek subjectief karakter en wordt wel omschreven als ‘… een overweldigend, aanhoudend gevoel van uitputting en een verminderd vermogen tot lichamelijke en geestelijke inspanning’.1 Onder het aldus gedefinieerde begrip valt zowel het ‘moe zijn’ als het ‘snel moe worden’ bij inspanning, oftewel de ‘vermoeibaarheid’. De term ‘algemene malaise’ heeft een bredere betekenis, deze omvat ook een algemeen gevoel van ziek zijn. Ondanks het feit dat moeheid een frequent gepresenteerde klacht is, bestaan er zeer uiteenlopende opvattingen over de diagnostiek en is er betrekkelijk weinig bekend uit wetenschappelijk onderzoek in eerstelijns populaties.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. 1.
    NANDA. Fatigue. In: MacFarland G, MacFarlane E. Nursing diagnosis and intervention, 2nd ed. St. Lewis. Mosby; 1993: 288–292Google Scholar
  2. 2.
    Lamberts H. In het huis van de huisarts. Verslag van het Transitieproject. Lelystad: Meditekst; 1991.Google Scholar
  3. 3.
    Kenter EGH, Okkes IM. Prevalentie en behandeling van vermoeide patiënten in de huisartspraktijk; gegevens uit het Transitieproject. Ned Tijdschr Geneeskd 1999; 143: 796–801PubMedGoogle Scholar
  4. 4.
    Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H. Van klacht naar diagnose. Episodegegevens uit de huisartspraktijk. Bussum: Coutinho; 1998.Google Scholar
  5. 5.
    Chen MK. The epidemiology of self-percieved fatigue among adults. Prevent Med 1986; 15: 74–81CrossRefGoogle Scholar
  6. 6.
    Bensing JM, Schreurs K. Sekseverschillen bij moeheid. Huisarts Wet 1995; 138: 412–421Google Scholar
  7. 7.
    Linden MW van der, Westert GP, Bakker D de, et al. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk: klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk. Utrecht: NIVEL; 2004.Google Scholar
  8. 8.
    Pawlikowska T, Chalder T, Hirsch SR, et al. Population based study of fatigue and psychological distress. BMJ 1994; 308: 763–766PubMedGoogle Scholar
  9. 9.
    Rijken PM, Velden J van der, Dekker J, et al. Moeheid en het chronisch vermoeidheidssyndroom. Utrecht: NIVEL; 1996.Google Scholar
  10. 10.
    Bleijenberg G. Attributies en chronische vermoeidheid. Ned Tijdschr Geneesk 1997; 141: 1510–1512Google Scholar
  11. 11.
    Morrel DC, Wale CJ. Symptoms percieved and recorded by patients. J R C Gen. Pract 1976; 26: 192–199Google Scholar
  12. 12.
    David A, Pelosi A, McDonald E, et al. Tired, weak, or in need of rest: fatigue among general practice attenders. BMJ 1990; 301: 1199–1202PubMedGoogle Scholar
  13. 13.
    Ellis J. Symptoms that can depress the doctor but should not. Malaise and fatigue. Br J Hosp Med 1984; 32: 312–314PubMedGoogle Scholar
  14. 14.
    Ridsdale L, Evans A, Jerrett W, et al. Patients who consult with tiredness: frequency of consultation, perceived causes of tiredness and its association with psychological distress. Br J Gen Practice 1994; 44: 413–416Google Scholar
  15. 15.
    Kirk J, Douglas R, Nelson E, et al. Chief complaint of fatigue: a prospective study. J Fam Pract 1990; 30: 33–41PubMedGoogle Scholar
  16. 16.
    Matthews DA, Manu P, Lane TJDA. Evaluation and management of patients with chronic fatigue. Am J Med Sci 1991; 302: 269–277PubMedCrossRefGoogle Scholar
  17. 17.
    Zaat JOM, Haan M de, Claessen FAP. Huisarts en moeheid. Maarssen: Elsevier/Bunge; 1998.Google Scholar
  18. 18.
    Ruffin MT, Cohen M. Evaluation and management of fatigue [review]. AM Fam Physician 1994; 50: 625–634PubMedGoogle Scholar
  19. 19.
    Lazarus RS. The stress and coping paradigm. In: Bond LA, Rosen JC, editors. Competence and coping during adulthood. London: University Press of New England; 1980.Google Scholar
  20. 20.
    Terluin B. Overspanning onderbouwd. Een onderzoek naar de diagnose surmenage in de huisartspraktijk [dissertation]. Utrecht: Universiteit van Utrecht; 1994.Google Scholar
  21. 21.
    Solberg LI. Lassitude. A primary care evaluation. JAMA 1984; 251: 3273–3276CrossRefGoogle Scholar
  22. 22.
    Bates B, Bickley LS, Hoekelman RA. Physical examination and history taking. Philadelphia: Lippincott Company; 1995.Google Scholar
  23. 23.
    Knottnerus JA, Starmans R, Vissers A. Diagnostische conclusies van de huisarts naar aanleiding van onverklaarde moeheid. Huisarts Wet 1987; 30: 9–12Google Scholar
  24. 24.
    Meer J van der, Laar A van ’t. Anamnese en lichamelijk onderzoek. Utrecht: Bunge; 2001.Google Scholar
  25. 25.
    Hjelm M, Wadman B. Clinical symptoms, haemoglobin concentrations and erythrocyte biochemistry. Clin Haematol 1974; 3: 689–703Google Scholar
  26. 26.
    Van Marwijk H, Grundmeijer H, Bijl D, et al. NHG-Standaard Depressieve stoornis (depressie). Eerste herziening. Huisarts Wet 2003; 46: 614–623Google Scholar
  27. 27.
    Skapinakis P, Lewis G, Mavreas V. Temporal relations between unexplained fatigue and depression: longitudinal data from an international study in primary care. Psychosom Med 2004; 66: 330–335PubMedCrossRefGoogle Scholar
  28. 28.
    Meer JWM van der, Rijken PM, Bleijenberg G, et al. Aanwijzingen voor het beleid bij langdurige lichamelijk onverklaarde moeheidsklachten. Ned Tijdschr Geneeskd 1997; 141: 1516–1519PubMedGoogle Scholar
  29. 29.
    Weert HCPM van, Grundmeijer HGLM. Vage klachten in de huisartspraktijk: epidemiologie en beleid. Bijblijven 1993; 9: 38–42Google Scholar
  30. 30.
    Sugarman JR, Berg AO. Evaluation of fatigue in a family practice. J Fam Pract 1984; 19: 643–647PubMedGoogle Scholar
  31. 31.
    Kroenke K, Wood DR, Mangelsdorff D, et al. Chronic fatigue in primary care. Prevalence, patient characteristics and outcome. JAMA 1988; 260: 929–934PubMedCrossRefGoogle Scholar
  32. 32.
    Valdini A, Steinhardt S, Feldman E. Usefulness of a standard battery of laboratory tests in investigating chronic fatigue in adults. Fam Pract 1989; 6: 286–291PubMedCrossRefGoogle Scholar
  33. 33.
    Lane TJ, Matthews DA, Manu P. The low yield of physical examinations and laboratory investigations of patients with chronic fatigue. Am J Med Sci 1990; 299: 313–318PubMedCrossRefGoogle Scholar
  34. 34.
    Bazelmans E, Vercoulen JHMM, Swanink CMA, et al. Chronic fatigue syndrome and primary fibromyalgia syndrome as recognized by GP’s. Fam Pract 1999; 16: 602–604PubMedCrossRefGoogle Scholar
  35. 35.
    Wessely S, Chalder T, Hirsch S, et al. Postinfectious fatigue: a prospective cohort study in primary care. Lancet 1995; 345: 1333–1338PubMedCrossRefGoogle Scholar
  36. 36.
    Kapsenberg JG. Moe van de virussen. Ned Tijdschr Geneeskd 1988; 132: 997–999PubMedGoogle Scholar
  37. 37.
    White PD, Thomas JM, Amess J, et al. Incidence, risk and prognosis of acute and chronic fatigue syndromes and psychiatric disorders after glandular fever. Br J Psychiatry 1998; 173: 475–481PubMedCrossRefGoogle Scholar
  38. 38.
    Alberts M, Smets EMA, Vercoulen JHMM, et al. Verkorte. Moeheidsvragenlijst: een praktisch hulpmiddel bij het scoren van vermoeidheid. Ned Tijdschr Geneeskd 1997; 141: 1526–1530PubMedGoogle Scholar
  39. 39.
    Tiesinga LJ. Fatigue and exertion fatigue. From description through validation to application of the Dutch Fatigue Scale (DUFS) and the Dutch Exertion Fatigue Scale (DEFS) [dissertation]. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; 1999.Google Scholar
  40. 40.
    Grundmeijer HGLM, Reenders K, Rutten, GEHM, editors. Het geneeskundig proces. Klinisch redeneren van klacht naar therapie. Maarssen: Elsevier/Bunge; 2004.Google Scholar
  41. 41.
    Eulderink F, Heeren TJ, Knook DL, et al. Inleiding gerontologie en geriatrie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum; 1993.Google Scholar
  42. 42.
    Ridsdale L, Evans A, Jerrett W, et al. Patients with fatigue in general practice: a prospective study. BMJ 1993; 307: 103–106PubMedCrossRefGoogle Scholar
  43. 43.
    Gialamas A, Beilby JJ, Pratt NL, et al. Investigating tiredness in Australian general practice. Do pathology tests help in diagnosis? Aust Fam Physician 2003; 32: 663–666PubMedGoogle Scholar
  44. 44.
    Zaat JOM, Schellevis FG, Kluijt I, et al. Laboratoriumonderzoek bij de klacht moeheid in de huisartspraktijk. Huisarts Wet 1992; 35: 183–187Google Scholar
  45. 45.
    Dinant GJ, Wijk MAM van, Janssens HJEM, et al. NHG-Standaard Bloedonderzoek. Algemene principes en uitvoering in eigen beheer. In NHG-Standaarden voor de huisarts II. Thomas G, Geyer RMM, Van der Laan JR en Wiersma Tj (red.). Utrecht: Bunge 1996; 84–93Google Scholar
  46. 46.
    Dinant GJ, Knottnerus JA, Wersch JWJ van. Het onderscheidend vermogen van de BSE-bepaling in de dagelijkse praktijk. Huisarts Wet 1992; 35: 197–224Google Scholar
  47. 47.
    Jurado RL. Why shouldn’t we determine the erythrocyt sedimentation rate? Clin Infect Dis 2001; 33(4): 548–549PubMedCrossRefGoogle Scholar
  48. 48.
    Leusden H van. Diagnostisch Kompas 2003. Amstelveen: College voor zorgverzekeringen, 2003.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • H. de Vries
    • 1
  • M. M. Fechter
  • J. Koehoorn
  • F. A. P. Claessen
    • 2
  • M. de Haan
    • 3
  1. 1.afdeling Huisartsgeneeskunde en EMGO-InstituutVrije Universiteit AmsterdamAmsterdam
  2. 2.afdeling Algemene Inwendige GeneeskundeVrije Universiteit Medisch CentrumAmsterdam
  3. 3.Afdeling Huisartsgeneeskunde en EMGOInstituutVrije UniversiteitAmsterdam

Personalised recommendations