Advertisement

Lymfeklieren, vergrote

  • O. J. M. Lackamp
  • H. G. L. M. Grundmeijer

Van de zeshonderd lymfeklieren die een mens heeft, ligt een aantal op plaatsen die onbereikbaar zijn voor lichamelijk onderzoek, met name in de buik en in het mediastinum. De meeste klieren liggen onder de huid en zijn normaal niet voelbaar. Bij vergroting zijn ze bijvoorbeeld te palperen op het achterhoofd, onder de kaak, in de oksels en in de liezen. Bij elke voelbare lymfeklier spreekt men al van een vergrote klier.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. 1.
    Ferrer R. Lymphadenopathy: differential diagnosis and evaluation. Am Fam Physician 1998; 58: 1313–1320PubMedGoogle Scholar
  2. 2.
    Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H. Van klacht naar diagnose. Bussum: Coutinho; 1998.Google Scholar
  3. 3.
    Fijten GH, Blijham GH. Unexplained lymphadenopathy in family practice. An evaluation of the probability of malignant causes and the effectiveness of physicians’ workup. J Fam Pract 1988; 27: 373–376PubMedGoogle Scholar
  4. 4.
    Ghirardelli ML, Jemos V, Gobbi PG. Diagnostic approach to lymph node enlargement. Haematologica 1999; 84: 242–247PubMedGoogle Scholar
  5. 5.
    Schellekens JFP. Kattenkrabziekte en andere infecties met Bartonella-species. Ned Tijdschr Geneesk 1996; 140: 144–147Google Scholar
  6. 6.
    Fletcher RH. Evaluation of peripheral lymphadenopathy in adults.http://www.utdol.com; 2004 Geraadpleegd in september 2004.
  7. 7.
    Klop WM, Balm AJM, Keus RB, Hilgers FJM, Tan IB. Diagnostiek en behandeling van 39 patiënten met halskliermetastasen van plaveiselcelcarcinoom van onbekende primaire origine, verwezen naar het NKI/AvL 1979/’98. Ned Tijdschr Geneesk 2000; 144: 1355–1359Google Scholar
  8. 8.
    Haberman TM, Steensma DP. Lymphadenopathy [review]. Mayo Clinic Proceedings 2000; 75: 723–732CrossRefGoogle Scholar
  9. 9.
    Pangalis GA, Vassiklakopoulos TP, Boussiotis VA, Fessa P. Clinical approach to lymphadenopathy. Seminars in Oncology 1993; 20: 570–582PubMedGoogle Scholar
  10. 10.
    Vassilakopoulos ThP, Pangalis GA. Application of a prediction rule to select which patients presenting with lymphadenopathy should undergo a lymph node biopsy. Medicine 2000; 79: 338.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  11. 11.
    Slap GB, Brooks JSJ, Schwartz JS. When to perform biopsies of enlarged peripheral lymph nodes in young patients. JAMA 1984; 252: 1321–1356CrossRefGoogle Scholar
  12. 12.
    Perkins SL, Segal GH, Kjeldsberg CR. Work-up of lymphadenopathy in children. Seminars in Diagnostic Pathology 1995; 12: 284–287PubMedGoogle Scholar
  13. 13.
    Papesch M, Watkins R. Epstein-Barr virus infectious mononucleosis. Clin Otolaryngol 2001; 26: 3–8PubMedCrossRefGoogle Scholar
  14. 14.
    Chau, I, Kelleher, MT, Cunningham, D, et al. Rapid access multidisciplinary lymph node diagnostic clinic: analysis of 550 patients. Br J Cancer 2003; 88: 354.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  15. 15.
    Lioe TF, Elliot H, Allen D, et al. The role of fine needle aspiration cytology (FNAC) in the investigation of superficial lymphadenopathy; Uses and limitations of the technique. Cytopathology 1999; 10: 291–297PubMedCrossRefGoogle Scholar
  16. 16.
    Tarantino DR, McHenry CR, Strickland T, Khiyami A. The role of fine-needle aspiration biopsy and flow cytometry in the evaluation of persistent neck adenopathy. Am J Surg 1998; 176: 413–417PubMedCrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • O. J. M. Lackamp
    • 1
  • H. G. L. M. Grundmeijer
    • 2
  1. 1.afdeling HuisartsgeneeskundeAcademisch Medisch Centrum/Universiteit van AmsterdamAmsterdam
  2. 2.Universiteit van AmsterdamAmsterdam

Personalised recommendations