Advertisement

Urine-incontinentie

  • J. Greidanus
  • T. O. H. de Jongh

In de literatuur worden verschillende definities van het begrip urine-incontinentie gehanteerd. Incontinentie is volgens de definitie van de Werkgroep Classificatie en Coderingen van de WHO ‘het onwillekeurig verlies van urine, twee of meer keren per maand, ongeacht de hoeveelheid verloren urine’.1 De International Continence Society definieert incontinentie als ‘het ongewenste verlies van urine dat sociale of hygiënische problemen geeft en objectief meetbaar is’.2 Deze laatste definitie veronderstelt een aantoonbare afwijking aan de urine of de urinewegen.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. 1.
    Scientific Committee of the First International Consultation of Incontinence. Assessment and treatment of urinary incontinence. Lancet 2000; 355: 2153–2158CrossRefGoogle Scholar
  2. 2.
    Abrams P, Blavais JG, Stanton SL, et al. The standardisation of terminology of lower urinary tract function recommended by the International Continence Society. In Urogynaec J 1990; 1: 45–58CrossRefGoogle Scholar
  3. 3.
    Valk M. The urinary incontinence in psychogeriatric nursing home patients. Dissertation. Utrecht: Rijksuniversiteit; 1999.Google Scholar
  4. 4.
    Staat PGM, Tak E, Hopman Rock M. Aard, omvang en behandeling van ongewenst urineverlies in verzorgingshuizen. Leiden: TNO-PG; 1998.Google Scholar
  5. 5.
    Dijk PA van, Boomsma LJ, Ubbink JTh, et al. NHG-Standaard Enuresis nocturna. Huisarts Wet 1996; 39 (10): 459–470Google Scholar
  6. 6.
    Lagro-Janssen ALM. Urine-incontinentie bij vrouwen in de huisartspraktijk. Dissertation. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen; 1991.Google Scholar
  7. 7.
    Kok ALM, Voorhorst FJ, Halff-Butter, et al. De prevalentie van urine-incontinentie bij oudere vrouwen. Ned Tijdschr Geneesk 1991; 135: 98–101Google Scholar
  8. 8.
    Lagro-Jansen ALM, Breedveldt Boer HP, Dongen JJAM van, et al. NHG-Standaard Incontinentie voor urine. Huisarts Wet 1995; 38(2): 71–80Google Scholar
  9. 9.
    Vaart CH van der, Leeuw JRJ de, Roovers JPWR, et al. De invloed van urine-incontinentie op de kwaliteit van leven bij thuiswonende Nederlandse vrouwen van 45-70 jaar. Ned Tijdschr Geneesk 2000; 144(19): 894–897Google Scholar
  10. 10.
    Gezondheidsraad. Urine-incontinentie. Den Haag; 2001. Gezondheidsraad publicatie nr. 2001/12.Google Scholar
  11. 11.
    Cools HJM, Gussekloo J. Dynamische deeloorzaken van incontinentie bij ouderen. In: Syllabus congres tussen Wolff en Muller. Nijmegen; 2002.Google Scholar
  12. 12.
    Lisdonk EH van de, Bosch WJHM van den, Huygen FLA, et al. Ziekten in de huisartspraktijk. 4rd ed. Maarssen: Elsevier/Bunge; 2003.Google Scholar
  13. 13.
    Linden MW van der, Westert GP, Bakker DH de, Schellivis FG. Tweede Nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. Klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk. Utrecht/ Bilthoven: NIVEL/RIVM; 2004.Google Scholar
  14. 14.
    Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H. Van klacht naar diagnose. Bussum: Coutinho; 1998.Google Scholar
  15. 15.
    Hunskaar S. One hundred and fifty men with urinary incontinence: Help seeking and self care. Scand J Prim Care 1992; 10: 378–382Google Scholar
  16. 16.
    Moore KN, Cody DJ, Glazener CMA. Conservative management of post prostatectomy incontinence (Cochrane Review). The Cochrane Library, Issue 2; 2000.Google Scholar
  17. 17.
    Foot J, Yun S, Leach GE. Post prostatectomy incontinence. Urol Clin North Am 1991; 18: 229–241d.Google Scholar
  18. 18.
    Wein AJ, Rovner ES. The overactive bladder: An overview for primary health care providers. Int J Fert 1999; 44(2): 56–66Google Scholar
  19. 19.
    Payne CK. Epidemiology, pathofysiology and evaluation of urinary incontinence and overactive bladder. Urology 1998; S2A: 3–10CrossRefGoogle Scholar
  20. 20.
    Lagro-Janssen ALM, Debruyne FMJ, Weel C van. Diagnostiek in de huisartspraktijk van incontinentiae urinae bij vrouwen goed mogelijk door gerichte anamnese. Ned Tijdschr Geneesk 1991; 135: 1441–1444Google Scholar
  21. 21.
    Jolleys JV. Reported prevalence of urinary incontinence in women in a general practice. BMJ 1998; 296: 1300–1302CrossRefGoogle Scholar
  22. 22.
    Ab E, Diemen-Steenvoorde JAAM van, Jong TPVM de. Urineverlies op kinderleeftijd; Het belang van een goede mictieanamnese. Ned Tijdschr Geneeskd 2002; 146: 193–196PubMedGoogle Scholar
  23. 23.
    Benoit RM, Naslund MJ, Cohen JK. Complications after radical retropubic prostatectomy in the medicine population. Urology 2000 (56): 116–120Google Scholar
  24. 24.
    Cools HJM, Bock GH de. De samenhang tussen ongewenst urineverlies met andere beperkingen in het functioneren. Ned Tijdschr Geneesk 1993; 137: 1828–1830Google Scholar
  25. 25.
    Geelen JM van. The urethral pressure profile in continent women. Dissertation. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen; 1983.Google Scholar
  26. 26.
    Vierhout ME. Meting van ongewenst urineverlies bij de vrouw. Ned Tijdschr Geneesk 1990; 134, 38: 1837–1840Google Scholar
  27. 27.
    Walters MD, Shield EL. The diagnostic value of history, physical examination and the Q-tip cotton swab test in woman with urinary incontinence. Am J Obstet Gynecol 1988; 159: 145–149PubMedGoogle Scholar
  28. 28.
    Bathia NN, Bergman A. Urodynamic appraisal of the Bonney test in women with stress urinary incontinence. Obstetr Gynecol 1987; 62: 696–699Google Scholar
  29. 29.
    Mouritsen L, Lose G, Glavind K. Assesment of women with urinary incontinence. Acta Obstet Gynecol Scand 1998; 77: 361–371PubMedCrossRefGoogle Scholar
  30. 30.
    Diagnostisch Kompas 2003. Amstelveen: Commissie Aanvullende Diagnostiek van het College voor zorgverzekeringen; 2003.Google Scholar
  31. 31.
    Petrou SP, Wan J. VLPP in the evaluation of the female with stress urinary incontinence. Int Urogynecol J 1999; 10: 254–259CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • J. Greidanus
    • 1
  • T. O. H. de Jongh
    • 2
  1. 1.Disciplinegroep HuisartsgeneeskundeRijksuniversiteit GroningenGroningen
  2. 2.afdeling Huisartsgeneeskunde en VerpleeghuisgeneeskundeLeids Universitair Medisch CentrumLeids

Personalised recommendations