Advertisement

Stemklachten

  • C. A. Aberson
  • H. G. L. M. Grundmeijer
  • L. J. Schot

De stem is van groot belang voor de communicatie. Boosheid, verdriet, blijdschap is allemaal in de stem te horen. Stoornis in het stemgeluid kan problemen geven in het functioneren. Zo is een hese acteur die zich op het toneel niet meer verstaanbaar kan maken, of een telefoniste die de telefoon niet meer kan beantwoorden, flink gehandicapt. Een definitie van stemklachten is afwijkende klank van het stemgeluid, en wordt ook wel hees of schor genoemd. Een andere benaming voor stemklacht is dysfonie. Wanneer er helemaal geen klank meer is, wordt er van afonie gesproken. Heesheid waarmee patiënten bij de huisarts komen, is meestal een onderdeel van een luchtweginfectie die spontaan geneest. Chronisch recidiverende heesheid is bijna altijd het gevolg van benigne vormafwijkingen van de stembanden in het bijzonder stembandknobbeltjes. Bij heesheid van patiënten boven de vijftig jaar die langer duurt dan drie weken dient laryngoscopie plaats te vinden om een larynxcarcinoom uit te sluiten.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. 1.
    Dettelbach M, Eibling DE, Johnson JT, Hoarseness, from viral laryngitis to glottic cancer. Postgraduate medicine 1994; 95: 143–154PubMedGoogle Scholar
  2. 2.
    Berke GS, Kevorkian KF. The diagnosis and management of hoarseness. Comprehensive therapy 1996; 22(4): 251–255PubMedGoogle Scholar
  3. 3.
    Mazel JA, Drijber NW, Flikweert S, Zanten ME van. Met het oog op de stembanden: huisarts en heesheid. Ned Tijdschr Geneeskd 2001; 145(21): 985–989PubMedGoogle Scholar
  4. 4.
    Hulshoff AC, Dikkers FG. De stilstaande stemband. Ned Tijdschr Geneeskd 1998; 142(34): 1897–1901PubMedGoogle Scholar
  5. 5.
    Costa da SP, Gerritsma EJ. Stem- en spraakstoornissen. Bijblijven 1992; 4 (mei).Google Scholar
  6. 6.
    Diagnostisch kompas 1999/2000. Amstelveen: College voor zorgverzekeringen, 1999: 195, 813, 834, 933, 934.Google Scholar
  7. 7.
    Garret CG, Ossify RH. Hoarseness: Contemporary diagnosis and management. Comprehens Ther 1995; 21(12): 705–710Google Scholar
  8. 8.
    Pedersen M, Clachan J. Surgical versus non-surgical interventions for vocal cord nodules. In: The Cochrane Library, Issue 1. Oxford: Update Software; 2001.Google Scholar
  9. 9.
    Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H. Van klacht naar diagnose. Amsterdam: Coutinho; 1998.Google Scholar
  10. 10.
    Wilson JA, Diary IJ, Scott S, Mackenzie K. Functional dysphony. BMJ 1995; 311: 1039–1040PubMedGoogle Scholar
  11. 11.
    Schutte HK, Goorhuis-Brouwer SM. Handboek klinische stem-, spraak-, en taalpathologie. Amersfoort/ Leuven: Acco; 1992.Google Scholar
  12. 12.
    Smit CF, Leeuwen JAMJ van, Mathus-Vliegen LMH, Devriese PP, Semin A, Tan J, Schouwenburg PF. Gastropharyngeal and gastroesophageal reflux, globus and hoarseness. Archives of Otolaryngology, Head & Neck Surgery 2000; 126: 827–830Google Scholar
  13. 13.
    Hordijk GJ, Kaanders JHAM. CBO-richtlijn ‘Larynxcarcinoom’. Ned Tijdschr Geneeskd 2001; 145(21): 998–1002PubMedGoogle Scholar
  14. 14.
    Head- and necktumours in the Netherlands 1990-1995. Utrecht: Vereniging voor Integrale Kankercentra; 1998.Google Scholar
  15. 15.
    Jones AS. The history, aetiology and epidemiology of laryngeal carcinoma. Clin Otolaryngol 2001; 26: 442–446PubMedCrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  • C. A. Aberson
    • 1
  • H. G. L. M. Grundmeijer
    • 2
  • L. J. Schot
    • 3
  1. 1.afdeling HuisartsgeneeskundeAcademisch Medisch Centrum/Universiteit van AmsterdamAmsterdam
  2. 2.afdeling HuisartsgeneeskundeAcademisch Medisch Centrum/Universiteit van AmsterdamAmsterdam
  3. 3.Academisch Medisch Centrum/Universiteit van AmsterdamAmsterdam

Personalised recommendations