Advertisement

Behandeling

  • H. A. M. J. ten Have
  • R. H. J. ter Meulen
  • E. van Leeuwen

Diagnostiek wordt meestal gevolgd door behandeling. Patiënten verwachten van de geneeskunde dat hun klachten en symptomen behandeld worden. Het ideale doel van medisch ingrijpen is curatie van ziekte en herstel van gezondheid. In veel gevallen wordt dit doel echter niet bereikt. In sommige gevallen wordt een intensieve behandeling ingesteld die uiteindelijk meer kwaad dan goed blijkt te doen. De laatste jaren is er in de ethiek dan ook veel discussie over de grenzen van het behandelen. Is het bij een aantal patiënten niet beter van een mogelijke behandeling af te zien of een ingezette behandeling te staken? Soms lijkt het voor patiënten inderdaad beter dat niet alles op alles gezet wordt om hun leven te redden of te verlengen. Tegelijkertijd is er een enorme discussie over de vraag of de arts de patiënt niet moet bijstaan in zijn sterven door de dood een handje te helpen. Daarmee krijgt het begrip ‘behandeling’ een andere dimensie.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Noten en literatuur

  1. 1.
    H.J. Wright en D.B. MacAdam: Clinical thinking and practice. Churchill Livingstone, Edinburgh, 1979.Google Scholar
  2. 2.
    Zie onder meer: Gezondheidsraad, Commissie WBO: Wet bevolkingsonderzoek: de reikwijdte (4). Rijswijk, 1997.Google Scholar
  3. 3.
    H.R. Wulff: Principes van klinisch denken en handelen. Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht, 1980: met name hoofdstuk 9.Google Scholar
  4. 4.
    H. ten Have en G. Kimsma: Geneeskunde tussen droom en drama. Kok Agora, Kampen, 1987.Google Scholar
  5. 5.
    Tj. Tijmstra: ‘Het imperatieve karakter van medische technologie en de betekenis van “geanticipeerde beslissingsspijt” ’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1987; 31: 1128–1131.Google Scholar
  6. 6.
    J.W. Heyink: Levertransplantatie: psychosociale aspecten. Proefschrift Rijksuniversiteit Groningen, 1992: p. 118–119.Google Scholar
  7. 7.
    H.M. Dupuis: Wel of niet behandelen? Baat het niet, dan schaadt het wel. Ambo, Baarn, 1994.Google Scholar
  8. 8.
    In de Engelstalige literatuur spreekt men van futility; zie M.B. Zucker en H.D. Zucker (eds.): Medical futility and the evaluation of life-sustaining interventions. Cambridge University Press, Cambridge (Mass.), 1997.Google Scholar
  9. 9.
    H.M. Dupuis: Wel of niet behandelen? Baat het niet, dan schaadt het wel. Ambo, Baarn, 1994.Google Scholar
  10. 10.
    F.C.L.M. Jacobs: ‘Medisch zinloos handelen versus zinloos medisch handelen’. In: R.L.P. Berghmans, G.M.W.R. de Wert en C. van der Meer (red.): De dood in beheer. Ambo, Baarn, 1991: p. 59–81.Google Scholar
  11. 11.
  12. 12.
    G. van der Wal en P.J. van der Maas: Euthanasie en andere medische beslissingen rond het levenseinde. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1996: p. 84. Zie voor de thematiek van abstineren ook: M. Pijnenburg en M. Nuy (red.): Abstineren. Morele overwegingen bij het staken van levensverlengend medisch handelen. Uitgeverij Damon, Budel, 2002.Google Scholar
  13. 13.
    S. Neu en C.M. Kjellstrand: ‘An empirical study of withdrawal of life-support treatment’. New England Journal of Medicine 1986; 314: 14–20.PubMedGoogle Scholar
  14. 14.
    C.M.J. van Nieuwkerk, R.T. Krediet en L. Arisz: ‘Vrijwillige beëindiging van dialysebehandeling door chronische dialysepatiënten’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1990; 134: 1549–1552.PubMedGoogle Scholar
  15. 15.
    R.M. Huisman: ‘Dialyse bij ouderen’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1997; 141: 229–233.PubMedGoogle Scholar
  16. 16.
    S.W. Tobe en J.S. Senn: ‘Foregoing renal dialysis: A case study and review of ethical issues’. American Journal of Kidney Diseases 1996; 28: 147–153.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  17. 17.
    R.M. Huisman: O.c. (noot 15).Google Scholar
  18. 18.
    Deze casus is ontleend aan: M.G.M. Olde Rikkert e.a.: ‘WGBO in de praktijk: starten en stoppen van hemodialyse bij een 90-jarige patiënt’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1995; 139: 769–773.Google Scholar
  19. 19.
    I. Haverkate, J. van Delden, A. van Nijen en G. van der Wal: ‘Richtlijnen voor het nemen van nietreanimeerbesluiten in Nederlandse ziekenhuizen’. Tijdschrift voor Geneeskunde en Ethiek 2001; 11(2): 35–39.Google Scholar
  20. 20.
    J.J.M. van Delden, e.a.: ‘Deciding not to resuscitate in Dutch hospitals’. Journal of Medical Ethics 1993; 19: 200–205.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  21. 21.
    Zie met betrekking tot reanimeerbeleid: J.J.M. van Delden: ‘Uitgangspunten voor een niet-reanimeerbeleid’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1995; 139: 268–272; M.F. Verweij en F.A.M. Kortmann: ‘Controversen bij ziekenhuisrichtlijnen voor niet-reanimeerbesluiten’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1997; 141: 575–577; G.H. Blijham en J.J.M. van Delden: ‘Richtlijnen voor het nemen van niet-reanimeerbesluiten’. Medisch Contact 1996; 51: 1066–1068.Google Scholar
  22. 22.
    Zie onder meer: A.H. Moss: ‘Discussing resuscitation status with patients and families’. Journal of Clinical Ethics 1993; 4: 180–182; J.A. Tulsky, M.A. Chesney en B. Lo: ‘How do medical residents discuss resuscitation with patients?’. J Gen Intern Med 1995; 10: 436–442; B.F.P. Broekman, R. de Vos en R.A. Waalewijn: ‘Belemmeringen om in ziekenhuizen eventuele reanimatie altijd met patiënten te bespreken’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2002; 146: 2374–147.Google Scholar
  23. 23.
    Commissie Aanvaardbaarheid Levensbeëindigend Handelen KNMG: Medisch handelen rond het levenseinde bij wilsonbekwame patiënten. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, 1997; Gezondheidsraad: Commissie Vegetatieve Toestand: Patiënten in een vegetatieve toestand. Den Haag, 1994; voor een ander standpunt, zie: Katholieke Vereniging van Ziekeninrichtingen: Beslissen over het leven van comapatiënten. Utrecht, 1992.Google Scholar
  24. 24.
    Zie hiervoor: Gezondheidsraad: o.c. (noot 23).Google Scholar
  25. 25.
    W.E. Weeder: Zorgvuldigheidseisen bij besluitvorming in complexe zorgsituaties rond het levenseinde. NVVZ en NVVA, Utrecht, 1998.Google Scholar
  26. 26.
    A. van der Heide, e.a.: ‘Frequentie van het afzien van (kunstmatige) toediening van voeding en vocht aan het levenseinde’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1997; 141: 1918–1924.PubMedGoogle Scholar
  27. 27.
    Zie voor de geschiedenis van de euthanasiediscussie o.a.: W.J. Eijk: De zelfgekozen dood naar aanleiding van een dodelijke en ongeneeslijke ziekte. Uitgeverij Tabor, Brugge, 1987; D. Meerman: Goed doen door dood te maken. Kok, Kampen, 1991; G. Dierick (red.): Vragen om de dood. Beschouwingen over euthanasie. Ambo, Baarn, 1983; J. Kennedy: Een weloverwogen dood. Euthanasie in Nederland. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2002.Google Scholar
  28. 28.
    E. Kübler-Ross: On death and dying. Macmillan, Toronto, 1969 (Nederlandse vertaling: Lessen voor levenden. Gesprekken met stervenden. Ambo, Bilthoven, 1970).Google Scholar
  29. 29.
    Sociaal en Cultureel Planbureau: Sociale en Culturele Verkenningen 1997. Rijswijk, 1997: p. 162–165.Google Scholar
  30. 30.
    Gezondheidsraad, Commissie Medische Ethiek: Interimadvies over Euthanasie. Rijswijk, 1972: p. 10.Google Scholar
  31. 31.
    R. Sporken: Ethiek en gezondheidszorg. Ambo, Baarn, 1977: p. 253.Google Scholar
  32. 32.
    Gezondheidsraad: Advies inzake euthanasie. Staatsuitgeverij, Den Haag, 1982: p. 15.Google Scholar
  33. 33.
    Staatscommissie Euthanasie: Rapport van de Staatscommissie Euthanasie. Staatsdrukkerij, Den Haag, 1985.Google Scholar
  34. 34.
    H.J.J. Leenen: H andboek Gezondheidsrecht. Deel I: Rechten van mensen in de gezondheidszorg. Samsom H.D. Tjeenk Willink, Alphen aan den Rijn, 1994: p. 266–267.Google Scholar
  35. 35.
    P. Sporken: Heb jij aanvaard dat ik sterven moet. Stervenden en hun helpers. Ambo, Baarn, 1981: p. 128.Google Scholar
  36. 36.
    Zie onder meer: G. Dierick (red.): o.c. (noot 27).Google Scholar
  37. 37.
    Deze kenmerken komen naar voren in de definitie van euthanasie in de recent verschenen Encyclopedia of Applied Ethics: ‘Euthanasia must be defined as death that results from the intention of one person to kill another person, using the most gentle and easy means possible, that is motivated solely by the best interests of the person who dies’. [H. Draper: ‘Euthanasia’. In: R. Chadwick (ed.): Encyclopedia of Applied Ethics. Volume 2. Academic Press, San Diego (CA), 1998: p. 176.]Google Scholar
  38. 38.
    Commissie Aanvaardbaarheid Levensbeëindigend Handelen KNMG: o.c. (noot 23): p. 41.Google Scholar
  39. 39.
    P.J. van der Maas, J.J.M. van Delden en L. Pijnenborg: Medische beslissingen rond het levenseinde. Sdu Uitgeverij, Den Haag, 1991; G. van der Wal: Euthanasie en hulp bij zelfdoding door huisartsen. WYT Uitgeefgroep, Rotterdam, 1992; G. van der Wal en P.J. van der Maas: Euthanasie en andere medische beslissingen rond het levenseinde. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1996. Daarnaast zijn enkele antropologische praktijkstudies verschenen: R. Pool: Vragen om te sterven. Euthanasie in een Nederlands ziekenhuis. WYT Uitgeefgroep, Rotterdam, 1996; A-M. The: ‘Vanavond om uur…’Verpleegkundige dilemma’s bij euthanasie en andere beslissingen rond het levenseinde. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, 1997.Google Scholar
  40. 40.
    G. van der Wal en P.J. van der Maas: o.c. (noot 12): p. 40.Google Scholar
  41. 41.
    G. van der Wal: o.c. (noot 39).Google Scholar
  42. 42.
    G. van der Wal en P.J. van der Maas: o.c., p. 57.Google Scholar
  43. 43.
    Zie voor een overzicht van de jurisprudentie: H.J.J. Leenen: o.c. (noot 34): p. 280–294.Google Scholar
  44. 44.
    Een overzicht geeft G. Hoogerkamp: ‘Euthanasie op het Binnenhof. De euthanasiediscussie in politiek-historisch perspectief (1978-1992)’. Utrechtse Historische Cahiers 1992; 13: nr. 1.Google Scholar
  45. 45.
    G. van der Wal en P.J. van der Maas: o.c. (noot 12): p. 110 e.v.Google Scholar
  46. 46.
    R. Sporken: Ethiek en gezondheidszorg. Ambo, Baarn, 1977.Google Scholar
  47. 47.
    R. Dworkin, e.a.: ‘Assisted Suicide: The philosophers’ brief’. The New York Review of Books, maart 1997: p. 41–47.Google Scholar
  48. 48.
    H. Drion: Het zelfgewilde einde van oude mensen. Balans, Amsterdam, 1992.Google Scholar
  49. 49.
    F.G. Miller en J.C. Fletcher: ‘Physician-assisted suicide and active euthanasia’. In: J.M. Humber, R.F. Almeder en G.A. Kasting (eds.): Physician-assisted death. Humana Press, Totowa (NJ), 1994: p. 75–97.Google Scholar
  50. 50.
    J. Glover: Causing death and saving lives. Penguin Books, Harmondsworth, 1977; H. Wanzer, e.a.: ‘The physician’s responsibility toward hopelessly ill patients: A second look’. New England Journal of Medicine 1989; 320: 844–849; R.F. Weir: ‘The morality of physician-assisted suicide’. Law Medicine and Health Care 1992; 20: 116–126.Google Scholar
  51. 51.
    G. van der Wal en P.J. van der Maas: o.c. (noot 12): p. 52–53.Google Scholar
  52. 52.
    Ibid., p. 72.Google Scholar
  53. 53.
    Zie onder meer: C. Spreeuwenberg en J. Legemaate: ‘Levensbeëindiging ernstig gehandicapte pasgeborene’. Medisch Contact 1996; 51: 1195; J.J. Rotteveel, e.a.: ‘Actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen met spina bifida?’ Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1996; 140: 323–324.Google Scholar
  54. 54.
    H.M. Kuitert: Mag er een eind komen aan het bittere einde? Levensbeëindiging in de context van stervensbegeleiding. Ten Have, Baarn, 1993.Google Scholar
  55. 55.
    Ibid., p. 86.Google Scholar
  56. 56.
    H.J.J. Leenen: o.c. (noot 34): p. 279.Google Scholar
  57. 57.
    H.M. Kuitert: o.c. (noot 54): p. 113.Google Scholar
  58. 58.
    H. Zwart: Weg met de ethiek? Thesis Publishers, Amsterdam, 1995.Google Scholar
  59. 59.
    H.M. Kuitert: o.c. (noot 54): p. 125.Google Scholar
  60. 60.
    P. Sporken: Begeleiding en ethiek. Verantwoordelijkheid en solidariteit van de hulpverlener. Ambo, Baarn, 1983.Google Scholar
  61. 61.
    H.M. Kuitert: ‘Euthanasie’. In: J.J.A. Doolaard (red.): Handboek geestelijke verzorging in zorginstellingen. Kok, Kampen, 1996: p. 815–822.Google Scholar
  62. 62.
    K. O’Rourke: ‘Assisted suicide: An evaluation’. J. Pain Symptom Manage 6(5), 1991, p. 317-24; R.A. Singer en M. Siegler: ‘Euthanasia – A critique’. New England Journal of Medicine 1990; 322(26): 1881–2; B.J.R Crul: Mens en pijn. Valkhof Pers, Nijmegen, 1997.Google Scholar
  63. 63.
    G.A. Kasting: ‘The nonnecessity of euthanasia’. In: J.M. Humber, R.F. Almeder en G.A. Kasting (eds.): Physician-assisted death. Humana Press, Totowa (NJ), 1994: p. 2545.Google Scholar
  64. 64.
    Zie: B.J.R Crul: o.c. (noot 62): p. 51–2.Google Scholar
  65. 65.
    RA.M. van den Akker (red.): Leven met de dood. Over terminale patiënten en terminale zorg in Nederland. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Zaventem, 1994.Google Scholar
  66. 66.
    G.A. van der Wal: ‘Geestelijk lijden’. In: R.L.R. Berghmans, G.M.W.R. de Wert en C. van der Meer (red.): De dood in beheer. Morele dilemma’s rondom het sterven. Ambo, Baarn, 1991: p. 112–137.Google Scholar
  67. 67.
    Th. Beemer: ‘Tegen een gehalveerde ethiek’. In: D. van Tol (red.): Euthanasie wetgeving: andere wegen. VU Uitgeverij, Amsterdam, 1986: p. 33–47.Google Scholar
  68. 68.
    G. van der Wal en P.J. van der Maas: o.c. (noot 12): p. 65.Google Scholar
  69. 69.
    Sociaal en Cultureel Planbureau: o.c. (noot 29): p. 162–3.Google Scholar
  70. 70.
    Tj. Tijmstra, G.I.J.M. Kempen en J. Ormel: ‘Levenseinde en levensbeëindiging: meningen van ouderen met gezondheidsproblemen’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1997; 141: 2444–2448.PubMedGoogle Scholar
  71. 71.
    H. Zwart: o.c. (noot 58): met name hoofdstuk 4.Google Scholar
  72. 72.
    Zie: H.M. Dupuis: ‘De gevraagde dood’. In: I.D. de Beaufort en H.M. Dupuis (red.): Handboek Gezondheidsethiek. Van Gorcum, Assen/Maastricht, 1988: p. 461–472.Google Scholar
  73. 73.
    J. van Holsteyn en M. Trappenburg: Het laatste oordeel. Meningen over nieuwe vormen van euthanasie. Ambo, Baarn, 1996.Google Scholar
  74. 74.
    Zie H.J.J. Leenen: o.c. (noot 34): p. 262–3.Google Scholar
  75. 75.
    W.C.M. Klijn: ‘Euthanasie’ en nationaal-socialisme. Een Hollands taboe of een grond tot bezinning?’ Trouw, juli 1993.Google Scholar
  76. 76.
    R. van Overbeek: Tussen wens en werkelijkheid. Een onderzoek naar het proces van omgaan met een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding. Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, 1996.Google Scholar
  77. 77.
    B.E. Chabot: ‘Dokters en doodgaan: zijn de feiten veranderd?’ Medisch Contact 1997; 52: 254–257.Google Scholar
  78. 78.
    M. Pijnenburg en F. Vosman (red.): Tegendraadse levensvisies. Visies in de gezondheidszorg op leven en lijden onder kritiek. Van Gorcum, Assen, 1996.Google Scholar
  79. 79.
    H. Achterhuis, e.a.: Als de dood voor het leven. Over professionele hulp bij zelfmoord. Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1995.Google Scholar
  80. 80.
    Commissie Aanvaardbaarheid Levensbeëindigend Handelen KNMG: o.c. (noot 23).Google Scholar
  81. 81.
    B.E. Chabot: Sterven op drift. Over doodsverlangen en onmacht. SUN, Nijmegen, 1996.Google Scholar
  82. 82.
    M.A.M. Pijnenburg: ‘Wetgeving en levensbeëindigend handelen: grandeur of misère? Vragen bij de nieuwe wet Toetsing van levensbeëindigend handelen’. Tijdschrift voor Geneeskunde en Ethiek 2001; 1(2): 30–34.Google Scholar
  83. 83.
    G. van der Wal en P.J. van der Maas: o.c. (noot 12): p. 119.Google Scholar
  84. 84.
    J.M. Bosma en G. van der Wal: Kwaliteitsborging en toetsing achteraf van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Vrije Universiteit, Amsterdam, 1997.Google Scholar
  85. 85.
  86. 86.
    M.J.P.A. Janssens: ‘Palliatieve zorg in Nederland. Concept in context’. Tijdschrift voor Geneeskunde en Ethiek 1997; 7: p. 3–6. 87. R. Bruntink: Een goede plek om te sterven. Palliatieve zorg in Nederland. Een wegwijzer. Uitgeverij Plataan, Zutphen, 2002.Google Scholar
  87. 87.
    R. Bruntink: Een goede plek om te sterven. Palliatieve zorg in Nederland. Een wegwijzer. Uitgeverij Plataan, Zutphen, 2002.Google Scholar
  88. 88.
    WHO: National cancer control programmes: policies and managerial guidelines, 2nd ed., Geneva, 2002 (www.who.int/dsa/justpub/cpl.htm).
  89. 89.
    I. Varekamp, e.a.: ‘Gezamenlijk beslissen, hoezo? Arts-patiëntcommunicatie over palliatieve chemotherapie’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1997; 141: 1897–1900.PubMedGoogle Scholar
  90. 90.
    C. Spreeuwenberg: ‘Integrale palliatieve en terminale zorg’. Medisch Contact 1996; 51(8): 243.Google Scholar
  91. 91.
    A.L. Francke, A. Persoon, D. Temmink en A. Kerkstra: Palliatieve zorg in Nederland. NIVEL, Utrecht, 1997.Google Scholar
  92. 92.
    K.L. Dorrepaal, N.K. Aaronson en F.S.A.M. van Dam: ‘Pain experience and pain management among hospitalized cancer patients’. Cancer 1989; 63: 593–598.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  93. 93.
    Deze casus is ontleend aan: Z. Zylicz en L. van Dijk: ‘Palliatieve zorgverlening en de vraag naar euthanasie’. Pro Vita Humana 1995; 2(6): 161–168.Google Scholar

Ter verdere lezing

  1. H. ten Have en D. Clark (eds.): The ethics of palliative care. European perspectives. Open University Press, Buckingham, 2002.Google Scholar
  2. J. Kennedy: Een weloverwogen dood. Euthanasie in Nederland. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2002.Google Scholar
  3. D. Pranger: Het beëindigen van kunstmatige voeding bij aanhoudend vegeterende patiënten. Thesis Publishers, Amsterdam, 1992.Google Scholar
  4. M. Pijnenburg en M. Nuy (red.): Abstineren. Morele overwegingen bij het staken van levensverlengend medisch handelen. Uitgeverij Damon, Budel, 2002.Google Scholar
  5. F. Randall en R.S. Downie: Palliative care ethics. Oxford University Press, Oxford, 1996.Google Scholar
  6. A-M. The: ‘Vanavond om 8 uur… ‘ Verpleegkundige dilemma’s bij euthanasie en andere beslissingen rond het levenseinde. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, 1997.Google Scholar
  7. G. van der Wal en P.J. van der Maas: Euthanasie en andere medische beslissingen rond het levenseinde. Sdu, Den Haag, 1996.Google Scholar
  8. M.B. Zucker en H.D. Zucker (eds.): Medical futility and the evaluation of life-sustaining interventions. Cambridge University Press, Cambridge, 1997.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2006

Authors and Affiliations

  • H. A. M. J. ten Have
  • R. H. J. ter Meulen
  • E. van Leeuwen

There are no affiliations available

Personalised recommendations